ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
15 Februari 2012 - De hongerige stad - Hoe voedsel ons leven vormt
Caroline Steel windt er geen doekjes om. Het boek is het resultaat van een obsessie, een voedselobsessie, en meestal leidt dat, ongewild, tot obesitas. Maar wat een boek!
'De hongerige stad' is het resultaat van zeven jaar werken en een héél leven lang research. Op haar tiende besliste ze architect te worden. Intussen doceert ze aan de London School of Economics, de London Metropolitan University en aan de Cambridge University. De Nederlandse vertaling van Caroline Steels boek The Hungry City (2008) verscheen vorig jaar bij Nai Uitgevers.
Je vindt stapels boeken over de vorm van gebouwen, meestal voor een bepaalde periode en een bepaalde plek of regio. Wat weinig aandacht krijgt, is de functie van een gebouw. Caroline Steel was vroeger al gepassioneerd over hoe gebouwen bewoond worden. Haar passie ontstond in haar kindertijd tijdens veelvuldige vakanties bij haar grootouders, die een hotel uitbaatten. Ze keek gefascineerd naar de voorzijde en nog meer naar de achterzijde. Ze “verkoos de werkruimten met de theepotten en de warmwaterkruiken, de wasruimten met stapels gestreken, netjes opgevouwen linnengoed, de portiersloge met z’n oeroude werkbank en de doordringende geur van tabak en boenwas. Maar de keukens waren veruit het opwindendst, met hun versleten plavuizenvloeren en vettige tegelwanden, bergen boter en gehakte groenten, stomende ketels en koperen pannen met geurig bouillon … dol op die ruimten … hun doelmatige huiselijkheid … ook omdat ze slechts door een zwaai van een groene gecapitonneerde deur gescheiden waren van al het gedoe en de beleefdheden van de openbare vertrekken.”
Haar kinderlijke fascinatie verloor ze niet. Ze ontleedt de werking van een stad in relatie tot het platteland. Om die relatie helder in beeld te brengen, gebruikt ze voedsel. Ze beperkt zich niet tot een bepaalde periode, noch tot een bepaald gebied. Uiteraard vind je behoorlijk wat voorbeelden uit Engeland. Ze legt zich toe op West-Europa. Informatie over Azië, Zuid-Amerika of Azië wordt niet uitdrukkelijk uitgesloten, maar komt enkel aan bod in functie van West-Europa. Ook qua tijd bekijkt ze het ruim. Het oude Rome bijvoorbeeld krijgt behoorlijk veel aandacht, vooral omdat het mogelijkheden biedt om de werking van een stad te verklaren. Die relatie is doorheen de tijd erg veranderd. Vroeger beseften stadsbewoners de rol die voedsel in hun leven speelde en de rol die het platteland hierin speelde. In onze huidige, stadsgerichte beschaving komt het achterliggende platteland weinig aan bod, veeleer als een neutrale groene achtergrond. Merkwaardig, omdat al meer dan 10.000 jaar steden veronderstelden dat het platteland hen zou voeden. Stad en platteland hebben altijd elkaar in een wurggreep gehouden, er was een continu spanningsveld, met deals, belastingen, landhervormingen, embargo’s, propaganda, …
Steel vindt het verbazingwekkend dat stadsbewoners nog te eten hebben, als je beseft hoe moeilijk en complex het proces is dat er voorafgaat aan het bekomen van voedsel. Vanuit voedselvoorziening kan je makkelijk relaties leggen naar voedselkilometers, de epidemie van zwaarlijvigheid, verstedelijking, de macht van de supermarktketens, klimaatverandering, …
De moderne voedselindustrie heeft goedkoop en overvloedig voedsel aangereikt. Tegen schijnbaar lage kosten werden basisbehoeften bevredigd en werd de schijn gewekt dat dit geen consequenties heeft. Wat we ook eten, steeds gaat er een grootschalig en complex proces aan vooraf. Voedsel legt duizenden kilometers af via luchthavens, zeehavens, via pakhuizen, fabriekskeukens, en ging door tientallen onzichtbare handen. En toch beseffen de meesten het niet.
De verbondenheid tussen stad en platteland, tussen stad en hinterland als voedselverschaffer, werd geleidelijk doorbroken. Belangrijk was kunstmest, want opbrengsten verdubbelden, dus meer productie en minder mensen, wat leidde tot een afbrokkeling van de relatie stad-platteland. De opkomst van de spoorwegen zorgde er voor dat steden hun voedsel van veel verder konden betrekken.
De beschikbaarheid van voldoende voedsel en de organisatie van het transport ervan waren bepalend voor de grootte van een stad. Omdat steden hier een stevige greep op wilden hebben, was het bijvoorbeeld in Parijs, maar ook in tal van anderen steden, zaak om concentratie van macht te voorkomen. Productie, vervoer en verwerking moesten steeds in verschillende handen blijven. Concreet, molenaars (verwerkers van graan) mochten het transport niet organiseren.
De meest succesvolle stad was zonder twijfel Rome. Met in de 2de eeuw na christus al meer dan een miljoen inwoners was de aanvoer van graan hier cruciaal. Dat gebeurde via wegtransport, maar dat had na 150 km nog slechts een rendement van 50%, want er waren verliezen door diefstal, rotting, weersomstandigheden, wielbreuk van karren enz. Scheepvaart was voor langere afstanden interessanter. De Romeinen hechtten dan ook erg veel belang aan hun dominantie van De Middellandse Zee, die ze Mare Nostrum noemden, Onze Zee. De Romeinse honger naar graan was een motief voor veroveringen. Zo werd bv. Noord-Algerije ingelijfd als graanschuur. Het gebied werd ingepalmd en 7000 Romeinen werden “geplaatst” om een voldoend hoge graanproductie te garanderen. Er is dus schijnbaars niets nieuws onder de zon wanneer China Afrika economisch inpalmt, grondstoffen naar China stuurt en in Afrika Chinezen aan het werk zet.
De vorm van steden in de pre-industriële wereld werd deels bepaald door het transport van voedsel. Rond de stad organiseerde de agrarische wereld zich in gordels. Het meest nabij lagen de tuinen en melkboerderijen. Ze haalden voldoende winst om de pacht te betalen en konden het meest profiteren van de mest uit de stad. Daarna volgden de hakhoutbosjes voor energiehout (zie bijvoorbeeld Tom Bade, energielandschap), gevolgd door het graan. Tot slot volgde het grasland voor het vee, afsluitend de “wildernis”.
Steel beklemtoont de sleutelrol die markten spelen in het openbare leven. Ze hadden, ongevraagd, een centrale rol in het politieke leven. Het was geen toeval dat het Forum in Rome en de Agora in Athene oorspronkelijk commerciële markten waren. De groei van stad leidde tot een afname van de commerciële functie en een toename van de politieke functie. Ook in andere steden was dat proces gelijklopend. Steel stelt, zeer nadrukkelijk - en terecht - dat de ruimte ook wordt gedefinieerd door het gebruik, en dus niet enkel door de materie en de vorm. In een oud Grieks boek vind je dan ook zinnen zoals “ik ben naar de wijn, olijfolie en potten gegaan”, of “ik ben langs de knoflook, de uien en de wierook gelopen en vandaar rechtdoor naar de parfums”. De tekst is een routebeschrijving, en gaat dus over plaatsen. Maar Steel zou Steel niet zijn als ze verder in haar verhaallijn niet zou ingaan op kunst (een schilderij van Pieter Breugel, uitspraken van Aldo Rossi over het Palazzo della Ragione in Padua), de komische rol van markten, het dichtvriezen van de Theems, groente op Covent Garden, Emile Zola die de Hallen, “le ventre de Paris” noemde, om wat later bij de socioloog Michel Foucault te belanden, die markten heterotopia’s noemde, “plekken waar alle aspecten van het menselijk bestaan zich tegelijkertijd kunnen voordoen, waar het mogelijk is om binnen één ruimte verschillende aspecten van het leven naast elkaar te laten bestaan die ‘van zichzelf niet verenigbaar’ zijn”. En Steel zou Steel niet zijn als ze enkele pagina’s verder niet hardhandig, maar onderbouwd, zou inhakken op de supermarktsteden. Supermarkten en winkelcentra leiden immers tot de dood van de openbare ruimte. Ze illustreert dit aan de hand van een voorbeeld van activisten die uit een winkelcentrum werden verwijderd omdat ze pamfletten uitdeelden, waarop een rechtszaak volgde. De eigenaar/uitbater schrok tijdens het proces omdat de rechter (1994, New Jersey, VS) stelde dat winkelcentra de plaats hebben ingenomen van parken en pleinen, van oudsher plaatsen waar iedereen zijn mening vrij kon verkondigen.
En juist hier schuilt het markante verschil, markten zijn openbare ruimten, winkelcentra zijn particulier terrein. Straten zijn gedeelde ruimten: zowel in gebruik als in eigendom vormen ze de basis van het stedelijke publieke domein. Het ideaal van de buitenwijk was altijd dat van de autonomie, privé-bezit van huis, tuin, garage en auto. Supermarkten breiden die opvatting uit naar het stedelijk wonen als geheel. De recente oprispingen over drie grote supermarkten in de driehoek Brussel – Leuven – Mechelen slaan dus op de privatisering van openbare ruimten, over de afbrokkeling van het stedelijke weefsel, over het verlies van de politieke functie van marktplaatsen,…
De originele versie is van 2008, de vertaling van 2011. Het boek is authentiek Brits, niet enkel in de talloze voorbeelden, maar ook door de taal. Understatements, rijkelijk, beheerst, goochelend met cijfers (ook jaartallen), … Soms wordt het grappig als ze het begrip “terroir” aanbeveelt. Steel is belezen en legt vele relaties tussen verschillende onderwerpen. Het boek laat je niet los. Vooral de aandacht voor ruimtelijke relaties zorgt er voor dat dit boek veeleer zeldzaam is. Een ouder voorbeeld hiervan is ‘Van burenlast tot milieuhinder’, een boek van P. Poulussen, van 1987.
Wil je weten hoe suiker cruciaal was voor de groei van Londen? Hoe suiker het ontstaan van een consumptiemaatschappij stimuleerde? Waarom er op het einde van de 18e eeuw 8.500 koeien in en om Londen waren? Hoe het melktransport verliep? Waarom mensen in containers duiken om voedseloverschotten en vervallen voedsel te bekomen? Hoeveel voedsel we niet consumeren? Welk effect zorgzaamheid met voedsel kan hebben voor de wereldbevolking? … Lees Steel, en geniet.
In de kijker
- 17/05 - Steeds meer schade door natuurrampen: een nieuwe economische crisis in de maak?
- 16/05 - Droogte teistert Australië
- 15/05 - Wereldberoemde Groot Barrièrerif in gevaar
- 14/05 - Bewezen: luchtvervuiling veroorzaakt astma
- 13/05 - Blootstelling aan chemische stoffen minstens zo dodelijk als malaria









