ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
12 Januari 2012 - Jaren van misleiding, nucleaire diplomatie in verraderlijke tijden
Wie is beter geplaatst om een tip van de sluier op te lichten over de nucleaire diplomatie dan Mohammed El-Baradei? Hij schreef een opmerkelijk boek, dat bovendien leest als een roman.
Boeken worden, net als andere objecten als ze met een veelvoud opduiken, in hokjes ondergebracht. Een boek hoort thuis bij ‘fictie’ of ‘non-fictie’. El-Baradei’s boek over de nucleaire diplomatie pretendeert de feiten – en niets anders - weer te geven en hoort zonder discussie thuis bij de ‘non-fictie’. Maar de toonaard en de stijl dragen er toe bij dat het boek regelmatig het gevoel opwekt dat je fictie leest, een best spannende roman.
Alleen, het is écht. Het is ronduit onthutsend om te lezen hoe er gespeeld wordt met gigantische aantallen mensenlevens. En dat het écht waar is, kan je verwachten als Mohammed El-Baradei de auteur is. Hij was immers jarenlang het hoofd én het gezicht van het IAEA, het International Atomic Energy Agency, en bekleedde dus een unieke en bevoorrechte positie. Dat leidt er bv. toe dat je verneemt dat hij bij een formeel bezoek aan Noord-Korea, op uitnodiging van de overheid, alles zelf moest betalen, inclusief het vervoer georganiseerd door de overheid, dat het aangeboden gebakken ei na een poos asgrauw uitsloeg, …
El-Baradei neemt je meteen mee aan tafel en illustreert daarmee de opvallende openheid, een opmerkelijk kenmerk van het boek. Hij doorbreekt de “black box van de besluitvorming” en vertelt openhartig over gesprekken met wereldleiders. Niet eentje, maar een hele resem. Gaande van Naji Sabri, de Iraakse minister van buitenlandse zaken, tot US-president Bush. Intussen passeren ook Colin Powell, de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, zijn opvolger, Rice, maar ook gezagsdragers als Ahmadinejad, Warren Buffet, Jimmy Carter, hoofden van veiligheidsdiensten en ga maar door. Achteraan werd een lijst toegevoegd van een 250-tal “niet onbelangrijke mensen” die de revue passeren. Ronduit indrukwekkend.
Op zich is het niet vreemd dat de baas van het IAEA met al die mensen praat, maar het is wel merkwaardig dat hij vertelt wanneer hij precies met hen praat (hij situeert het gesprek in het besluitvormingsproces) én dat hij vertelt wat de stellingnames waren en wat exact gezegd werd. Terwijl in Vlaanderen partijvoorzitters met de vinger worden gewezen wanneer die ‘lekken’ over een gesprek met de koning, vertelt El-Baradei drie pagina’s lang over een gesprek met president Bush en enkele hooggeplaatste raadgevers in het Oval Office. Nooit gezien.
Gelukkig kiest El-Baradei voor verhalen en niet voor chronologie. Je vindt hoofdstukken over Iran, Irak, Noord-Korea, Libië, … Daardoor komt één en dezelfde vergadering van de IAEA wel eens in twee verschillende verhalen aan bod. En dat is maar goed ook, want voor de lezer is het (bijna altijd) een ingewikkeld kluwen van tijdstippen, afspraken, informeel en formeel overleg, verslagen enz.
El-Baradei legt zich toe op de gesprekken, de onderhandelingen, de inspecties, … Oorlog komt niet aan bod, behalve als feit, en hij verliest zich dus niet in een beschrijving van oorlogen noch opsommingen van oorlogsfeiten. Als ijkpunt kiest hij 2003. Alle gebeurtenissen worden gesitueerd vóór of na 2003.
Als gezicht van het IAEA is El-Baradei uiteraard niet onbesproken. In het boek geeft hij voorbeelden van hoe bepaalde landen heel concrete voorstellen gemaakt hebben om hem om te kopen of in diskrediet te brengen. Hij verhaalt ook hoe hij soms het gevoel kreeg dat derden verwachtingen koesterden jegens hem omwille van zijn nationaliteit, geloof, cultuur, talenkennis, …, en dat zowel in positieve als negatieve zin. Opmerkelijk, het begrip “misleiding”, zoals in de titel, situeert hij in de Arabische wereld, nl. taqqiya, en hij citeert Moebarak om het in de sjiitische theologie te plaatsen. Het concept houdt in dat het soms aanvaardbaar is dat je anderen voor een goed doel misleidt. Ook in andere culturen kiest men soms, meestal in groepsverband, een ander normen- en waardenpatroon. Was het toeval dat El-Baradei op (nu ex-)president Moebarak terugvalt als hij het begrip “misleiding” situeert? Of is dit louter toe te schrijven aan opvoeding, cultuur of herkenbaarheid? El-Baradei was tenslotte wel kandidaat om de afgetreden Egyptische president op te volgen.
Het boek bevat alle ingrediënten uit een cursus milieubeleid. Het belicht één orgaan (IAEA), en plaatst dit op het bord, met daaromheen tal van andere raden. Verder worden landen gesitueerd, wereldleiders en andere invloedrijke personen. Daarnaast komen de traditionele instrumenten aan bod: de wortel (aanmoedigingsmaatregelen), de zweep (regelgeving en handhaving) en de tamboerijn (communicatie). El-Baradei vertelt honderduit wie welk instrument wanneer hanteert en welke gevolgen dit heeft in het positiespel.
Een ander opmerkelijk iets aan het boek is de taal. Het is geen droog wetenschappelijk jargon, geen diplomatieke taal, maar nu en dan pittig, met tal van adjectieven die er toe bijdragen dat het boek wat meer naar de fictie neigt. Of wat dacht u van “gepolijst diplomaat”, “moedwillige verdraaiingen”, “ krachteloze verklaringen”, “zwaarwegende kwesties”, …, tot zelfs “schaamteloos hypocriet”. Elders schrijft hij dat de VS de inspecties van het IAEA degradeerden tot een klucht. Helder, zéér helder.
De relatie met de pers komen veelvuldig aan bod. Dat die relatie rijkgeschakeerd is, wordt duidelijk met een aantal voorbeelden. Een krant verdraait zijn woorden en publiceert dingen die hij niet gezegd heeft, hij gebruikt krantenartikels als bewijs van zijn eigen gelijk, hij (en het IAEA) “verliest de informatieslag in de westerse pers”, “in interviews begon ik aan te dringen …”, “journalisten worden ingeschakeld om …”. Hij publiceert artikels en essays in door hem gekozen kranten én door hem gekozen tijdstippen en “maakte van publieke fora gebruik om mijn ongenoegen te uiten”, … Kortom, de relatie is erg genuanceerd, en beide partijen bespelen elkaar voortdurend. Ook hier is El-Baradei openhartig.
Het onderwerp is zeer eenvoudig: kernwapens. En de setting is dat ook, een beperkt aantal landen hebben ze, vele andere niet. De rest is erg vergelijkbaar met een groep kleuters waarvan maar een beperkt aantal kleuters een speelgoedauto heeft. Diegene met een autootje willen dat behouden, en diegene zonder willen er één. Voila. Vervang kinderen door wereldleiders en autootjes door kernwapens en je bent met wereldpolitiek bezig. Ook de strategieën om de wapens/auto’s te behouden of te bekomen, zijn gelijkaardig. Bluf, valsspelen, bedreigen, ontlokken, … Een speelplaats is een boeiende leerplaats.
El-Baradei kiest voor een wereld waarin alle voordelen van de nucleaire wetenschap volop tot uiting kunnen komen. Hij kiest dus voor een medische isotoop om kanker te bestrijden en niet voor een paddenstoelwolk. Om misbruik te voorkomen, stelt hij voor dat de hele nucleaire keten in internationale handen komt, waarbij telkens een aantal landen samen over één welbepaalde stap (ontginningen, transport, …) oordelen. Kans op misbruik wordt dan heel klein. Qua aanpak verkiest hij de dialoog. Nooit druk zetten op een gesprekspartner, want het leidt, op lange termijn, niet tot gunstige resultaten. “Zodra de dialoog stopte, men zich beledigd voelde en er weer een beleid van isolering werd gevoerd, verslechterde de situatie. Zo waanzinnig eenvoudig is het.”
Een onbeantwoorde vraag is natuurlijk hoe dit boek werd gemaakt en door wie. Heeft hij het alleen gemaakt? Ronduit knap. Maar wie weet nog wat precies werd gezegd in een gesprek van een tiental jaar geleden? En dan niet één gesprek, maar tientallen. De grondslag van het boek is zonder twijfel een gigantische stapel verslagen, aangevuld met notities. Diverse malen wekt het boek de indruk dat het gestoffeerd werd met veel informatie uit zijn persoonlijk dagboek. Nadeel is dat een geheugen selectief is, en dus schikt, wikt en herschikt. En dus duikt de vraag op “is dit wel juist?”.
Het boek wekt voortdurend de indruk zeer geloofwaardig te zijn. Zijn vertelstijl en de bundeling van de gebeurtenissen per land en/of onderwerp zijn alleszins een stevig voordeel. Maar is El-Baradei wel geloofwaardig? Geeft hij de juiste versie van de gevoerde gesprekken? Vertelt hij wel over alle belangrijke gesprekken of enkel over diegene die zijn visie en zijn eigen gelijk steunen? Opmerkelijk is wel dat er zeer zelden iets staat over wat hij niet goed deed, en de veelvuldige meningsverschillen met Hans Blix (bv. “Blix wilde niet toegeven”), voormalig Zweeds minister van buitenlandse zaken, maar vooral de voorganger van El-Baradei. Gelijktijdig stelt zich dan ook de vraag wat de mening is van El-Baradei en wat de mening is van de IAEA, en wie binnen de de IAEA hierin bepalend is. De Raad of de administratie, en wie binnen de Raad? Kijkt men naar het land of naar de persoonlijkheid? En ga zo maar door. Wanneer El-Baradei bovendien ook voortdurend bedenkingen uit over het IAEA, en soms specifieker over de Raad en over de belangrijke verdragen die de status, de rol en de macht van het IAEA bepalen, wordt het nog moeilijker om hieruit een éénduidig beeld te destilleren. Hij spreekt bv. over het IAEA als een wijkagent met een blinddoek, maar hekelt ook de blindheid van de publieke opinie die de ongelijkmatigheid van het gezag van het IAEA niet kan plaatsen.
Hij aarzelt dan ook niet om nu en dan goed te laten uitkomen wat zijn individuele rol was, hoe goed hij die speelde en wat hij allemaal gerealiseerd heeft. Zo heeft hij bv. bij Moebarak aangedrongen dat deze zich aan het hoofd stelde van een beweging voor modernisering en matiging in de Arabische wereld. Ook elders in het boek verbergt hij zijn ijdelheid niet. Zo legt hij grondige en gedetailleerde rapporten voor (zegt hij zelf!), en noemt hij een dag een “historische dag” omdat hij zich niet liet intimideren door de VS. En dat als ambtenaar voor een internationale organisatie die voor 25% wordt betaald door de VS. Uiteraard een stevige prestatie, maar, om je zelf zo te bewieroken?










