ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
25 November 2010 - Why Neanderthals died out and we survived - The humans who went extinct
Het uitsterven van de Neanderthalers is volgens bioloog Clive Finlayson niet te wijten aan het feit dat ze 'primitiever' zouden zijn dan onze voorouders. De omstandigheden, vooral de klimaatveranderingen en de invloed daarvan op het landschap en op hun favoriete prooidieren zouden hen de das om hebben gedaan. Zijn onderzoeksresultaten stelde hij zopas te boek.
Clive Finlayson is naast bioloog en ecoloog ook directeur van het Gibraltar Museum. Hij leidt tevens het multidisciplinair onderzoeksteam dat de grotten van Gibraltar onderzoekt. Daarbij ook Gorham's Cave, waar tot nader order de jongste sporen van bewoning door Neanderthalers werden aangetroffen.
Finlayson argumenteert dat de Neanderthalers zeker niet 'primitiever' waren dan onze voorouders. Hun uitsterven is volgens hem te wijten aan de omstandigheden, vooral de klimaatveranderingen en de invloed daarvan op het landschap en op hun favoriete prooidieren. Wanneer gunstige landschappen inkrompen, bleef overleven alleen mogelijk in almaar kleiner wordende, van elkaar afgescheiden gebieden. Tijdelijke betere periodes konden dan gemakkelijker leiden tot het vergeten van doorheen de generaties opgebouwde kennis over overleven in moeilijkere omstandigheden. En uiteindelijk waren er voor kleine, kwetsbare groepen niet veel bijkomende obstakels meer nodig om de definitieve doodsteek te krijgen.
Een interessant concept is 'survival of the weakest'. Daarvoor baseert Finlayson zich op recenter historisch materiaal. In een maatschappij met verschillende sociale groepen zijn de sociaal zwaksten veel gevoeliger voor latente besmettelijke ziekten, zoals cholera. In de sterkste lagen van de bevolking liggen de sterftecijfers van kleine kinderen veel lager, omdat ze meer toegang hebben tot zuiver of zuiverder water. Maar wanneer de situatie zo slecht wordt dat er helemaal geen zuiver water meer is, dan liggen de collectieve overlevingskansen van de zwakkere groepen het hoogst, omdat ze al gewend zijn de slechtste omstandigheden te kampen. En die omstandigheden worden veroorzaakt door klimaatveranderingen.
In een gunstige omgeving palmen de sterkste groepen de beste zones in. De zwakkeren leven langs de rand en leren er overleven in moeilijkere omgevingen. Wanneer de omstandigheden overal zo slecht worden, is het voor de bewoners van de aanvankelijk gunstigere omgevingen moeilijker om zich aan te passen.
Finlayson wijst erop dat onze voorouders op zeker ogenblik in de evolutie ook in de marge leefden, op de grens van het relatief veilige woud en de savanne, die meer bedreigingen telde. De orang-oetans, die nauwelijks of niet verder evolueerden, bleven in het woud. Ze stierven niet uit, maar bleven opgesloten in hun kleiner wordende habitat. Erg interessant zijn ook zijn analogieën met de verspreiding van bepaalde vogels.
De auteur overloopt een aantal bestaande theorieën over de Neanderthalers. Hij meent dat de huidige stand van het DNA-onderzoek nog geen uitsluitsel geeft over mogelijke genetische vermenging van Neanderthalers en onze voorouders, maar dat de voorlopige wijzer naar neen neigt. De conflicttheorie ziet hij te zwak onderbouwd. Dat op sommige vindplaatsen beide mensensoorten leefden, de Neanderthalers eerst en de 'voorouders' nadien, hoeft niet te betekenen dat de 'voorouders' de Neanderthalers verdreven. Het kan net zo goed betekenen dat ze pas de kans kregen zich er te vestigen, nadat de Neanderthalers die plaats verlaten hadden.
'The humans who went extinct' is laagdrempelig, maar dan wel vanaf het niveau van afgestudeerd bachelor. Finlayson spreekt weinig over details van onderzoeken, maar tracht vooral een ruimte context te schetsen, op basis van de stand van zaken. Zijn woordkeuze is niet altijd even helder en als lezer moet je er een encyclopedie naast leggen, omdat hij aardrijkskundige en historische termen zelden scherp duidt. Je hebt bijvoorbeeld het raden over tijd en plaats van het Aurignacian.
Het echte zwakke punt van dit boek is het illustratiemateriaal. De tekeningen zijn simpeltjes, het kaartmateriaal vaag, de foto's lukraak en niet altijd erg kwalitatief. In de tekst is het bijwijlen erg moeilijk een heldere timing te behouden, omdat Finlayson nogal gemakkelijk van de ene schaalgrootte –tientallen miljoenen jaren– naar de andere –tienduizenden jaren– springt.









