Auteur: argusactueel

Nieuwe Slimme Thermometers

De winter is hier, dus is het tijd om het warm te houden en geld te besparen. Een slimme thermometer helpt je niet alleen je temperatuur onder controle te houden met je smartphone, pc of tablet – maar helpt je ook geld te besparen op je energierekening. Dit is omdat deze devices je temperatuur  en je luchtvochtigheid monitoren in en buiten je woning.

Laatste nieuws over slimme thermometers en thermostaten: 

  • Ecobee heeft gezegd dat hun slimme thermostaten zal werken met Google Assistant. Mensen die beschikken over google Home kunnen nu door spraaktechnologie de temperatuur van hun thermostaten wijzigen.
  • Door gebruik te maken van deze technologie op thermostaten is er ook een grote voorruitgang op thermometers, er zijn nu nieuwe digital thermometers die alles automatisch doen voor het meten van de temperatuur.

Door deze grote veranderingen in de technologie van thermometers door het IOT (internet of things) zal de wereld er niet meer hetzelfde uitzien in de toekomst. Met dat alles nu aan elkaar wordt gekoppeld door elk aparaat internet te geven is uitstekend. Alle data kan nu worden opgeslaan en geanalyseerd. Veel energie zal kunnen bespaart worden door gebruik te maken van deze slimme thermostaten.

Vooruitgang in technologie door IOT?

Wat zijn een van de kerndata dat we kunnen analyseren door het gebruik maken van deze nieuwe software en hardware. Een belangrijk punt om bij stil te staan is dat we nu alles gaan kunnen analyzeren, kijken hoe lang het duurt om je huis op te warmen. Als je dit weet kan je makkelijk bepalen hoe lang voordat je terug komt van vakantie je huis verwarming terug moet aansteken. Ook kan je makkelijk zien wat altijd de gemiddelde temperatuur is in je woning.

We kunnen ook momenten bepalen van energieverlies, dit is nu het probleem in de wereld. We hebben geen idee waar alle energie verloren gaat. Er is zoveel overproductie.

 

 

De Evolutie van Online Dating

Eerst een flashback naar het jaar 2004, dan is het voor mij echt begonnen. Online daten is een nieuwe trend, meer en meer mensen zoeken naar een nieuwe partner door het www landschap. Maar ik was er in het prille begin bij, dan bestonden er nog geen applicaties zoals tinder, badoo en andere bekende websites.

Rond deze periode werd online dating gezien als je laatste beste kans om nog liefde te vinden in je leven, anders was je hopeloos. Iedereen schaamde zich, en niemand zou het ook vermelden aan de kersttafel dat ze op zoek waren naar liefde op online datingsites. Het betekende ook dat je elke andere weg al geprobeerd had om liefde te vinden, en daarom dachten mensen dat je hopeloos was wanneer je online naar liefde zocht. Maar vandaag, online dating (staat 2de in de lijst) is een van de makkelijkste manieren om een partner te vinden. De makkelijkste manier is nog atlijd door gemeenschappelijke vrienden een partner vinden.

Wanneer dit gebeurde is nog altijd een raadsel.

Maar volgens een studie die uitgevoerd werd door Harry Reis, professor psychologie die een online studie heeft gedaan. In deze studie kan je lezen dat het beschaamd gevoel dat mensen hadden voor het ontmoeten van een potentiele partner online weg viel sinds dat ze zich bewust werden dat het een belangrijk element was niet alleen om nieuwe mensen te leren kennen maar ook om te denken hoe we in de westerse wereld vooruit kunnen met op deze manier te denken.

Zoektocht naar je ideale partner

Naast het feit dat we nu het grootste deel van onze tijd online besteeden, internet heeft zo’n groot success. Waarom? Heel simpel, toegang en informatie. Met een online dating site, weet je dat iedereen dat je op deze profielen ziet meestal vrijgezel is en op zoek is naar een nieuwe partner. Hierdoor weet je heel veel over die persoon zonder echt met hem of haar gesproken te hebben. Op een online dating website kan je door meer dan 200 profielen gaan in 20 minuten en weten dat ze allemaal single zijn en op zoek. Dit kan je niet zomaar doen in 20 minuten in je lokale café.

Je kan ook veel beter beoordelen, en op een nuchtere manier dan voordien. Meeste mensen voor deze periode werden uiteindelijk verliefd uit noodzaak, de vergrote keuze snijd aan 2 kanten.

  1. Je kan een betere selectie maken van je partner
  2. Je kan ook makkelijker je partner verwisselen voor iemand anders

Dus voor langdurige relaties heeft het voor- en nadelen. Maar ik vind het persoonlijk een voordeel. Want je kan echt zoeken naar iemand die echt bij je past en die je echt wilt. In plaats van samen te komen met iemand dat je maar half wilt, en dan bij blijft omdat je denkt dat je geen andere optie meer hebt.

Hoe kijken welke online dating site je wenst?

Het is heel moeilijk tegenwoordig om de perfecte online datingwebsite te vinden die bij je past. Daarom is het belangrijk dat je eerst eens naar een dating review website gaat. Zo’n review websites heb je in alle talen. Ik woon momenteel in Polen, en ik heb deze website gevonden en dan vertaald met google translate. Hier praten ze over badoo opinie en daardoor ben ik op badoo terechtgekomen en heb hierdoor wat verschillende meiden leren kennen. Het is dus belangrijk om  in elke taal te lezen wat de beste sites zijn in dat land, want dit is afhankelijk van land tot land. Bij ons in België heb je parship, maar die is aan de duurdere kant in vergelijking met Badoo.

Waarop letten bij het aanmaken van een profiel?

Er zijn verschillende dingen waaorp je moet letten bij het aanmaken van een online dating profiel

  1. Gebruik duidelijke foto’s
  2. Lach
  3. Niet alleen foto’s van jezelf, maar ook in je sociale kringen.
  4. Foto terwijl je een activiteit doet

Vragen? Aarzel niet om met ons contact op te nemen!

 

slimmere meters, minder privacy

In het huidige testproject van Eandis in Leest en Hombeek worden de gegevens slechts om het kwartier geregistreerd. Dit maakt ze al vrij flou. Maar een slim net kan in principe ook om de minuut of nog intensiever gegevens doorseinen naar de netbeheerder. En dan wordt het heel anders.

De methoden om het energieverbruik van huishoudelijke toestellen en toepassingen te analyseren zonder die voor elk toestel afzonderlijk te meten zijn niet nieuw,” zegt computerwetenschapper Isabel Wagner, lector aan de University of Hull. Het volstaat op één plaats met een hoge frequentie de energievraag van een huishouden te meten. Uit die meting kunnen de gebruikspatronen van de diverse toepassingen worden afgeleid en de momenten waarop ze worden geactiveerd.” Met slimme meetgegevens is het vrij goed mogelijk om van zowat twee derde van de huishoudens een vrij precies verbruikspatroon op te stellen of duidelijke patronen voor bijvoorbeeld het weekendverbruik, het werkdagenverbruik, de minimumvraag… Meetintervallen van vijftien minuten bieden wel wat privacybescherming, maar niet veel. Het maakt het moeilijk te identificeren welke televisieprogramma’s worden bekeken, maar bijvoorbeeld onderbrekingen van de nachtslaap blijven goed herkenbaar.

Met een slimme meter die om de twee seconden een meetsignaal doorgeeft is het mogelijk om op basis van het energieverbruik te berekenen naar welk televisieprogramma een consument op welk ogenblik kijkt. “Het verbruik van een LCD- en plasma-tv hangt af van de helderheid van het beeld. De helderheid hangt af van de inhoud. Het verslag van een voetbalwedstrijd, met veel groen, heeft een heel andere helderheid en verbruik dan bijvoorbeeld een Scandinavische crimi, met veel grijs en donkere tinten.” De programma’s van de verschillende stations zijn algemeen bekend. “De identificatie van televisieprogramma’s lukt dan ook erg goed. Het identificeren van DVD-films lukt eveneens, maar kent beperkingen.”

Indiscreet toiletbezoek

“Die gegevens kunnen waardevolle informatie bevatten voor commerciële aanbieders. Ze onthullen de slaap- en eetgewoonten van de consumenten, hun vakanties en andere reizen, hun uithuizigheid. Zelf koken veroorzaakt een heel ander elektrisch consumptiepatroon dan bijvoorbeeld het gebruik van een microgolfoven. Zelfs de gezondheid is geen geheim. De identificatie van fitnesstoestellen die op elektriciteit werken en daarmee ook hun verbruikspatroon is niet zo moeilijk. Ook het nachtelijk aanknippen van één of een reeks lampen veroorzaakt een herkenbaar patroon, net als de lengte van het verlichtingsmoment. Zo kan je gemakkelijk nagaan of iemand ‘s nachts dikwijls opstaat voor een toiletbezoek, want indicaties oplevert voor ziekte of een ongezonde levensstijl.” Voor de identificatie van zulke gewoonte kan één meting per minuut al volstaan.

Sommige landen, zoals Nederland, hebben al een specifieke wetgeving op privacy in verband met slimme energiemeters op punt gesteld. Elders blijft het bij de algemene privacywetgeving. Maar consumenten hebben ook het recht hun eigen metergegevens ter beschikking te stellen aan derden. Commerciële firma’s kunnen in ruil voor dit recht speciale tarieven toekennen en allerlei voordelen. Dit kan sommige mensen ertoe aanzetten hun gegevens vrij te geven, ook al omdat ze niet weten welke informatie de commerciële wereld allemaal kan afleiden uit de meetgegevens. Een levensverzekeraar kan op basis van slaap-, toilet- en eetgewoonten al flink wat risico’s berekenen. Marketeers kunnen hun advertenties vrij precies personaliseren, bankiers kunnen een scherpere blik krijgen op de kredietwaardigheid van hun klanten.” De inkijk is het scherpst bij eenpersoonshuishoudens. Hoe groter de huishoudens, hoe minder precies een aantal gegevens. Maar voor sommige spelers is het ook interessant de consumptiepatronen van gezinnen te kennen.

Versluiering

“Wetten, reglementen en procedures zijn de favoriete tools van zowel de industrie als van de regulatoren ter bescherming van de privacy,” stelt Wagner. “Maar het blijven eenvoudige middelen en dikwijls hangen ze af van de keuzemogelijkheid van de consumenten om toch inzage te verlenen in hun meetgegevens. Ze kunnen ook geen inbreuken op de privacy voorkomen: penaliserende maatregelen worden pas opgelegd nadat er al een inbreuk is gepleegd.” Daarom ziet Wagner meer heil in software, die de individuele gegevens versluiert door bijvoorbeeld de gegevens van meerdere huishoudens te bundelen. Op die manier kan een slim netwerk wel blijven ‘weten’ welke toepassingen wanneer welke energievraag hebben, maar blijven de attitudes van de gebruikers buiten helder zicht. Doorgaans kan er dan nog wat individuele informatie worden afgeleid uit de meetgegevens, maar er is een zeker niveau van privacy bereikt. Een niveau dat Wagner, als wiskundige, in cijfers kan uitdrukken.

Een standaard-versluiering is ook effectiever dan de speciale meter die het Drentse Hanze Institute of Technology en informatiemanagementbedrijf Metsens samen introduceerden. Die verzamelt de gemeten informatie eerst op een interne server. De consument kan dan zelf beslissen of hij gedetailleerde gegevens van zijn verbruik wil delen met de leveranciers. Maar die kunnen hem dan weer verleiden met allerlei voordeeltjes.

De gevoeligheid voor bedreigingen van de privacy en de afscherming van persoonsgebonden informatie verschilt van land tot land. In bijvoorbeeld het oosten van Duitsland ligt het, gezien de voorgeschiedenis van het land, gevoeliger dan elders. In Nederland is er al flink over gedebatteerd, vooral op wetgevend vlak. In Vlaanderen wees een enquête van energiemarktregulator Vreg uit dat 86% van de consumenten er geen problemen mee heeft dat zijn energieleverancier/distributienetbeheerder precies weet hoeveel energie ze precies verbruiken op elk moment van de dag en de nacht. De slimme meters waarmee in Vlaanderen proefprojecten worden georganiseerd, laten ook niet toe om de gedetailleerde gegevens om de twee seconden te meten en door te sturen. Het hoogste ‘detailniveau’ van de metingen is per kwartier. Via de consumentenpoort, waarop de verbruikers zelf bijvoorbeeld een domoticasysteem kunnen inpluggen, worden ze iets sneller doorgegeven, om de tien minuten.

Theorie en praktijk

Dirk Van Evercooren, directeur marktwerking bij de Vreg, ziet slimme meters en slimme netten dan ook niet als een groot probleem voor de privacy. “Technisch is het in theorie misschien wel mogelijk om tegen een hoge frequentie het verbruik te meten, die gegevens door te spelen en er door wiskundige analyses gegevens uit af te leiden. In de praktijk laten de slimme meters die uitgerold worden in Europa dit niveau van detail niet toe. Ik denk trouwens dat er voor slimme marketeers, bankiers, verzekeraars en zelfs criminelen veel eenvoudiger en goedkopere middelen bestaan om te ontdekken of je aan een nieuwe ijskast toe bent, gezondheids- of financiële problemen hebt en of er op bepaalde momenten niemand thuis is. Een klantenkaart van een supermarkt bijvoorbeeld of de informatie die we zelf op Facebook posten vormt hier een reëlere bedreiging voor de privacy dan de slimme meter. En de kabelnetbeheerder kan ook een eenvoudiger manier bedenken om je kijkgedrag te weten te komen. Maar dit betekent niet dat we privacy niet belangrijk vinden, integendeel. De Vreg heeft in januari 2012 de nodige aanbevelingen aan de Vlaamse regering gedaan om de elektriciteits- en aardgasklanten met een slimme meter privacy te garanderen en zal ook in de toekomst, bij elke verdere ontwikkeling betreffende de uitrol van slimme meters, de privacy aspecten met bijzondere aandacht opvolgen”.

“Ik ben het ermee eens dat klantenkaarten van warenhuizen de privacy aantasten. Wat betreft de inzage van derden in gevoelige informatie is hun niveau vergelijkbaar met dat van een slimme meter”, repliceert Wagner. “Maar er is één ding dat slimme meters een veel grotere bedreiging maakt: niemand is verplicht een klantenkaart te hebben, maar alvast sommige landen zullen het gebruik van slimme meters opleggen.”

Het interview met Isabel Wagner vond plaats tijdens het Heidelberg-Forum voor wiskunde en informatica. Onze reporter reisde naar Heidelberg met de ICE-Hogesnelheidstrein.

Gunstige wind wacht op Stevin-hoogspanningsleiding

Nu naast de steden Brugge en Damme, ook de gemeente Maldegem deze week haar verzet tegen de aanleg van een hoogspanningsleiding op het traject Zeebrugge-Eeklo-Zomergem heeft opgegeven, staat slechts één opponent, het Actiecomité Zeebrugge, de aanleg van deze leiding nog in de weg.

Essentieel in de bevoorradingszekerheid voor elektriciteit in België en de overgang naar meer duurzame energieproductie zijn de windparken in de Belgische zone van de Noordzee. Momenteel is België al een absolute koploper in offshore windenergie. Maar van de zeven geplande windparken zijn er nu slechts twee volledig en een derde deels operationeel. De investeerders wachten af, omdat de aanleg van de nodige hoogspanningsleidingen om de stroom van de kust naar het binnenland te brengen ontbreken.

Hoogspanningsnetbeheerder Elia heeft al langer plannen om die leiding aan te leggen, op het traject Zeebrugge-Eeklo-Zomergem. Ze kreeg de naam Stevin mee en moet ook de vestiging van bedrijven met een groot energieverbruik in het noorden van West-Vlaanderen mogelijk maken. Het vergunningentracé liep echter al flink wat vertraging op, omdat de plannen in het doorkruiste gebied op heel wat tegenstand botsten. Stilaan lijkt dit verzet weg te ebben, vooral door het vinden van compromissen. Zo zal de leiding deels ondergronds aangelegd worden of wordt ter compensatie een bestaande, hoogspanningsleiding –met een lagere capaciteit– afgebroken.

Na de steden Damme en Brugge heeft deze week ook de gemeente Maldegem haar verzet opgegeven en een overeenkomst gesloten met Elia. Waarschijnlijk zal de voltallige gemeenteraad die volgende week goedkeuren. Intussen blijft Elia verder onderhandelen met de laatst overgebleven opponent, het Actiecomité Zeebrugge.

Compensaties

Ter compensatie van de nieuwe, dubbele 380 kV-lijn wordt één van de bestaande 150 kV-lijnen in Maldegem en Damme afgebroken en de andere –nu bovengrondse leiding– ondergronds heraangelegd, zodat er na uitvoering de werken slechts één bovengrondse hoogspanningslijn te zien zal zijn in plaats van twee nu. In Brugge wordt de nieuwe lijn deels bovengronds, deels ondergronds aangelegd. Elia heeft zich ook geëngageerd om in Zeebrugge een groene buffer aan te leggen rond de site van het nieuwe hoogspanningsstation Stevin én de directe omgeving.

Met 181 turbines en 712 MW aan geïnstalleerd en operationeel vermogen garanderen de windturbines in de Noordzee vandaag al een belangrijk deel in de bevoorradingszekerheid van België. Die capaciteit is verdeeld over de parken C-Power, Northwind en Belwind (eerste fase). Met de bouw van de bijkomende windparken –Norther, Seastar, Rentel en Mermaid-Northwester II– wordt het totaal geïnstalleerd vermogen van windturbines in de Noordzee tegen 2020 opgetrokken tot meer dan 2.200 MW. Dit dekt, de periodes van windstilte verrekend, 10% van de totale elektriciteitsbehoefte van België of bijna de helft van de elektriciteitsbehoefte van de Belgische huishoudens. Ter vergelijking: de omstreden kernreactoren Doel 1 en Doel 2 zijn elk goed voor 433 MW.

 

België koploper

De bestaande 712 MW op zee is niet alleen veel meer dan alle bestaande windmolens in Vlaanderen of in Wallonië, het maakt België na het Verenigd Koninkrijk en Denemarken wereldwijd de grootste offshore producent van windenergie en op Europees en vermoedelijk ook wereldvlak de nummer één wat betreft turbines in diep water. De meeste Britse en Deense windturbines staan nabij de kust. Daarmee hebben de Belgische waterbouwkundige bouwbedrijven een expertise opgebouwd en gedemonstreerd die hen wereldwijd vergelijkbare opdrachten kan opleveren.

Coöperatieven: na energie, nu ook landbouw en voeding

De belangstelling voor coöperaties neemt fors toe. Ze onderscheiden zich van andere ondernemingsmodellen, onder meer door een doelmaximalisatie die primeert op winstmaximalisatie, stelt coöperatieve dienstverlener Coopburo.

Het succes blijkt uit het toenemende aantal hernieuwbare energie-coöperatieven. De bekendste is Ecopower, maar intussen ontstonden nog tal van andere, zoals Beauvent, EnerGent, Volterra,…

In de sectoren landbouw en voeding lijkt de coöperatieve geest nu eveneens uit de fles. Eerder waren er al coöperaties zoals zuivelbedrijf Milcobel, kaasmakerij Het Hinkelspel en bioboerderij De Wassende Maan. Jonger zijn bijvoorbeeld de Natuurfrituur, die dateert van 2011, en Permafungi, dat werd opgericht in 2013.

In 2014 kwamen er plots diverse coöperatieven bij. Veel belangstelling genoten onder andere De Landgenoten, Stadsboerderij Kortrijk en Roof food.

Steun voor bio

De Landgenoten is het eerste coöperatieve initiatief in Vlaanderen dat landbouwgrond beheert. Het werd eind april 2014 opgericht door 17 organisaties die actief zijn op gebied van duurzame landbouw, milieu en eerlijke handel. Intussen telt de coöperatie 400 coöperanten.

De toegang tot grond is, door zijn hoge prijs, één van de grootste drempels voor startende landbouwers. Door boeren en burgers samen te brengen wil De Landgenoten grond aankopen en laten beheren als biologische landbouwgrond. De middelen om dat te doen, komen van aandelen in cvba De Landgenoten, aangekocht door burgers. Maar er komen er ook van (fiscaal aftrekbare) schenkingen aan de gelijknamige stichting.

Het eerste project waar De Landgenoten zich achter schaarde, was het Wijveld, een boerderij met groente- en fruitteelt in Destelbergen. Twee boeren pachten het terrein van de coöperatie. Het pachtgeld gebruikt de cvba om haar werking te betalen. Voor een tweede project lopen de fondsen binnen: het Open Veld te Heverlee. En dan zijn er nog een viertal projecten die momenteel worden gescreend, meldt Adje Van Oekelen, medewerkster bij de organisatie.

Boer en burger

Stadsboerderij Kortrijk cvba is opgericht in het voorjaar van 2014. De coöperatieve is opgericht op initiatief van geëngageerde leden van Natuurkoepel, Natuurpunt, Sinergiek, Velt en Transitiestad Kortrijk. Intussen telt ze 90 coöperanten.

In afwachting van het moment dat de cvba een boerderij in de Kortrijkse stadsrand kan kopen, huist ze in een pand in de Watermolenstraat.

Stadsboerderij Kortrijk is intussen begonnen met de verkoop van bioproducten. Zoals groenten, die zoveel mogelijk komen van boeren uit de streek. Wie ze wil, kan ze bestellen via de webwinkel. De klanten halen ze dan af in de Watermolenstraat of in één van afhaalpunten in de stad. Ze aan huis laten bezorgen kan ook: dat gebeurt via een fietskoerier.

De coöperatie wil boer en burger dichter bij mekaar brengen. Ze heeft ook plannen om te experimenteren met permacultuur en zelfpluk. En op termijn wil ze schapen en kippen telen. Andere doelen zijn een boerderijwinkel met soepbar, faciliteiten voor vergaderingen en kinderopvang. Tenslotte wil de cvba sensibiliseren en vormingen geven, om uitleg te geven bij de sociaal-ecologische transitie die ze nastreeft.

Op eenzame hoogte

Roof food cvba ging van start in november 2014. Het idee ervoor kwam van Sabien Windels. Ze kreeg de ingeving een biologische dakmoestuin te beginnen en de groenten die ze daar oogst, te gebruiken om vegetarische maaltijden aan te bieden.

Op termijn willen de oprichters van de cvba de dakmoestuin ook gebruiken om workshops te organiseren. Tevens moet het een expositieplaats worden die informatie geeft omtrent landbouw en innovatieve ideeën zoals verticaal tuinieren.

Roof food wil de buren mee betrekken in het project. Hun GFT-afval zou namelijk de basis kunnen worden voor compost voor de dakmoestuin. En de verpakkingen die de coöperatieve gebruikt voor het leveren van de maaltijden moeten herbruikbaar zijn.

De cateringactiviteiten zijn intussen bezig. Maar de dakmoestuin is er nog niet. Windels en de kokkin van de vennootschap werken voorlopig met biogroenten die ze van elders inkochten.

In 2016 komt de langverwachte dakmoestuin dan op de nieuwbouw van De Punt, een bedrijvencentrum in Gentbrugge. Maar Windels wil al dit jaar beginnen experimenten met verschillende soorten substraten. Daarvoor is ze nu op zoek naar een stevig dak dat ze tijdelijk kan gebruiken.

Voorlopig telt Roof food drie coöperanten. In 2016 zal het voor het ruime publiek mogelijk worden eveneens aandelen te kopen.

Tropische ziektes rukken op naar Europa

Tropische ziektes die door muggen of andere insecten worden overgedragen kunnen straks ook naar Europa overwaaien. De klimaatverandering zit daar voor veel tussen maar ook menselijke activiteit zoals de invoer van gebruikte autobanden. Dat zeggen Engelse gezondheidsdeskundigen in een pas verschenen rapport.

Tropische ziektes die door muggen of andere insecten worden overgedragen kunnen straks ook naar Europa overwaaien. De klimaatverandering zit daar voor veel tussen maar ook menselijke activiteit zoals de invoer van gebruikte autobanden. Dat zeggen Engelse gezondheidsdeskundigen in een pas verschenen rapport.