ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
21 Februari 2012 - Biomassa-afvalverbrandingsinstallaties vaak in de fout
Installaties voor het verbranden van biomassa-afval gaan in Vlaanderen vaak in de fout. De Milieu-Inspectie stelde bij liefst 76 van de 93 installaties (81 procent) die in de periode 2006-2010 werden gecontroleerd overtredingen op de milieuregelgeving vast.
Dat meldt de Milieu Inspectie (MI) in haar jongste jaarrapport. In dergelijke installaties wordt hoofdzakelijk houtafval verbrand. Volgens de regelgeving van 28 december 2005 mag het enkel gaan om onbehandeld en niet-verontreinigd houtafval. Bij de inspecties werden grote én kleinschalige installaties gecontroleerd, zowel klasse 1- als klasse 2-bedrijven.
Tijdens iedere controle neemt MI een monster van het te verbranden houtafval en controleert die zowel visueel als door middel van een chemische analyse. De resultaten werden getoetst aan de richtwaarden die in Vlarem II voor de samenstelling van houtafval zijn opgenomen. Daarnaast wordt via een erkend laboratorium nagegaan of de samenstelling van de rookgassen voldoet aan de emissiegrenswaarden. Tot slot controleert de inspectiedienst ook in hoeverre de exploitant zijn meetverplichting inzake de zelfcontrole nakomt. Bij de 93 installaties werden in totaal 130 controles uitgevoerd.
Bij 63 van de 130 uitgevoerde controles voldeed het houtafval niet aan de A-richtwaarden uit Vlarem II, bij 41 ook niet aan de minder strenge B-richtwaarden. De meest voorkomende vastgestelde overschrijdingen betroffen de paramaters lood (18), chloor (14), koper (10), arseen (8), De afkomst van deze verontreinigde stoffen in het hout is veelal te wijten aan een verduurzaamheidsbehandeling, aanwezigheid van plastic, verf, vezelplaten…. Deze installaties waren veelal niet geschikt en bovendien ook niet vergund voor het verbranden van dit afval.
Bij 60 van de 93 installaties werd de emissiegrenswaarde voor één of meerdere parameters overschreden. Probleemparameter bij uitstek was CO die bij 40 installaties overschreden werd. De grenswaarden voor stof en NO werden bij 26 en 11 installaties overschreden. Bij 18 werd ook de grenswaarde voor dioxinen en furanen overschreden, bij 3 anderen een verhoogde waarde voor deze parameters. Bij 3 van 7 installaties waar een emissiegrenswaarde voor zware metalen van toepassing is werd een overschrijding vastgesteld. Bij 23 installaties werd vastgesteld dat de zelfcontroles niet correct werden uitgevoerd.
Als de criteria met houtafval in belangrijke mate wordt overschreden legt de MI sinds mei 2009 een stopzetting van het gebruik van dit houtafval op. Als de emissiegrenswaarden in belangrijke mate of herhaaldelijk worden overschreden legt de MI sinds die tijd een bestuurlijke maatregel – regularisatie- of stakingsbevel – op. Hetzelfde voor het niet naleven van de meetverplichtingen. Deze acties leiden reeds tot de stopzetting van de verbrandingsactiviteiten bij installaties met een belangrijke dioxineoverschrijding of aanslepend dioxineprobleem. Andere installaties ondergingen grondige aanpassingswerken.
De samenstelling van het hout blijkt overigens niet steeds de verklaring voor een te hoge dioxine-uitstoot. Slechts bij 9 van de 21 installaties met een te hoge dioxineconcentratie in de rookgassen voldeed het houtafval niet aan de criteria. Het is niet steeds duidelijk in hoeverre het verbrandingsproces optimaal uitgevoerd wordt. Ook de aangewende technologie biedt echter onvoldoende zekerheid. Zo blijkt dat voor bijna de helft van de installaties die zijn uitgerust met een multicycloon de emissiegrenswaarde voor stof overschreden wordt. Nochtans wordt dit hiervoor als de best beschikbare techniek beschouwd.










