ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
9 Februari 2012 - Brandstofcelcentrale van 1MW? Dat is pas het begin…
Vorige maandag pakte het Belgische Solvay uit met de “grootste brandstofcelcentrale in haar soort”. Indrukwekkend, dat is waar. Maar er staat nog heel wat meer op stapel…
Het Belgische Solvay produceert te Lillo ongeveer 350.000 ton chloor per jaar. Deze stof dient als basisgrondstof voor tal van plastics. De productie gebeurt door het elektrolyseren van een keukenzoutoplossing. Daarbij wordt zeer veel elektriciteit verbruikt. Een verhaal dat niet meteen groen lijkt, maar er lijkt toch iets moois uit voort te komen.
Bij de elektrolyse komt een bijproduct vrij: waterstof. Solvay heeft dat zelf niet nodig en verkoopt het aan bedrijven in de buurt. Die vraag is wel niet groot genoeg, waardoor voor een belangrijk deel van de waterstof geen nuttige bestemming is. Of tenminste: was.
Solvay presenteerde namelijk zopas officieel zijn, bijzonder grote, ‘PEM’ (Proton Exchange Membrane)-brandstofcelcentrale. Door een chemische reactie van het resterende overschot waterstof met zuurstof, genereert deze elektriciteit: enkele procenten van wat Solvay op de site te Lillo nodig heeft. Het enige ‘afval’product is zuiver, warm water. Het naburige bedrijf Ineos gebruikt dat om stoom te maken.
Het vermogen van de brandstofcelcentrale is 1 MegaWatt (MW). Volgens Solvay is het “in haar soort de grootste ter wereld.” Begin februari had de centrale al, na 800 uren, meer dan 500 MWh opgewekt: dat komt neer op het stroomverbruik van 1.370 families tijdens dezelfde tijdspanne. Belangrijke kanttekening is wel dat Solvay over zijn 1MW-installatie meldt dat “het (nog) niet economisch rendabel is. Het is een demonstratie- en ontwikkelingsinstallatie.”
Hoe dan ook, de centrale in Lillo lijkt nog maar het begin. Zo zou de chloorfabriek van het Nederlandse Akzo Nobel in Delfzijl op termijn een PEM-brandstofcentrale van 5,5 MW krijgen, voor een restant van 2.500 ton waterstof per jaar. Haar fabriek in Rotterdam-Botlek heeft zelfs een overschot van 18.000 à 22.500 ton. Daarmee kan ze 50 MW elektriciteit opwekken; dat impliceert een daling van het elektriciteitsgebruik op die site met 20%. Op wereldniveau, tenslotte, zou de elektrolyse van keukenzout, via brandstofcellen, zo’n 2.600 MW opleveren.
De gebruikte technologie is mee op punt gesteld door een samenwerking tussen Vlaamse en Nederlandse actoren. Hun onderzoeks- en ontwikkelingsinspanningen leveren een bijdrage aan het performanter worden van brandstofcellen. Daarvan wordt namelijk veel verwacht; niet alleen (gelukkig maar?) wat betreft het rendabeler maken van chloorfabrieken. Zo zouden zo’n cellen op termijn een toepassing vinden in warmtekrachtkoppelingen en stroomaggregaten, maar ook in autobussen, auto’s, vaartuigen en heftrucks.









