ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
3 Oktober 2011 - De dubbele norm voor straling gewikt en gewogen
De recente Vlaamse normering voor straling van vaste zendantennes kiest voor het behoud van de oude (Belgische) cumulatieve norm, aangevuld met een extra norm per antenne.
Uit de verschillende onderzochte opties destilleerde de uitgebreide reguleringsimpactanalyse (RIA) deze formule als de beste keuze. Naast uw volksgezondheid speelden ook criteria als technische en economische haalbaarheid voor de operatoren en specifieke toepassingen hun rol…
De oude Belgische normering bestond enkel en alleen uit een cumulatieve (immissie)norm van 20,6 V/m. De straling, afkomstig van alle vaste zendantennes uit de buurt, mocht deze waarde op geen enkele plaats overschrijden. Op zich is deze norm al vier maal strenger dan de internationale ICNIRP-richtlijn (41 V/m). Maar in 2009 keurde het Vlaams Parlement unaniem een resolutie goed die een cumulatieve immissienorm van 3V/m vooropstelde. Bovendien pleitte ze voor extra bescherming op plaatsen waar kwetsbare groepen het grootste deel van hun dag doorbrengen, zoals scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen,…
Als de gemeten straling van alle antennes uit de buurt op elke plaats niet meer mag zijn dan 3 V/m, moeten heel wat antennes op een lager vermogen ingesteld worden. Dit lager vermogen per antenne dient dan gecompenseerd te worden met een forse uitbreiding van het aantal antennes om zo de dekkingsgraad te kunnen garanderen. Om deze normering na te kunnen leven zouden de gsm/UMTS- en Clearwire-netwerken (wireless breedband internet in enkele steden in Vlaanderen), en ook ASTRID, het netwerk voor de veiligheidsdiensten (politie, brandweer,…) nood hebben aan ruwweg 700 bijkomende sites voor nieuwe antennes. Het prijskaartje voor deze operatie klopt af op 105 miljoen euro. Verder blijkt deze norm technisch niet haalbaar voor antennes met grote vermogens en/of niet met elkaar in een netwerk verbonden, zoals de antennes voor radioamateurs, (digitale) radio en TV, Defensie en Belgocontrol (luchtverkeer). Deze norm valt ook moeilijk te rijmen met de internationale regels voor de veiligheid die gelden voor Defensie, Belgocontrol en Infrabel (treinverkeer).
Van de regen in de drop?
Op het eerste gezicht zou je verwachten dat een lagere cumulatieve norm leidt tot een lagere blootstelling aan straling. Onder bepaalde omstandigheden is dit zo, maar het kan even goed anders uitpakken. Zo kan een antenne, om aan de lagere cumulatieve norm tegemoet te komen, op een lager vermogen ingesteld worden. Zijn bereik neemt dus af en zo vindt je gsm geen gehoor bij de antenne in de buurt. Geen probleem, je gsm schakelt over naar een hoger vermogen om zo met een andere antenne uit het netwerk, weliswaar op een grotere afstand, contact te maken. Dit grotere vermogen van je gsm leidt dan tot een grotere blootstelling aan straling, vlak bij je hoofd. En dit is geen goed nieuws, nu het IARC, de ‘kankerafdeling’ van de Wereldgezondheidsorganisatie, het gebruik van de gsm als ‘mogelijk kankerverwekkend’ bestempeld heeft. Anderzijds zou deze lagere cumulatieve norm van 3 V/m ook – door de vele extra antennes – ook kunnen leiden tot een kortere afstand tussen de antenne en je gsm. Hierdoor werkt je gsm aan een lager vermogen en neemt de straling vlak aan het hoofd af. De complexe cocktail van factoren verhindert dus een eenduidige conclusie over de effectieve blootstelling.
En 3 V/m per antenne?
De RIA heeft ook de piste van een norm van 3V/m per antenne onder de loep genomen. In theorie biedt deze norm, omdat ze niet de cumulatieve straling van alle bronnen in rekening brengt, geen bescherming tegen schadelijke effecten op de volksgezondheid. Maar in de praktijk blijkt deze normering per antenne wel te leiden tot lagere blootstellingsniveaus. Met deze norm per antenne moeten al 50 antennes in dezelfde richting stralen om de cumulatieve norm van 20,6 V/m te bereiken. Een gsm-mast in Vlaanderen bevat nu maximaal 9 antennes die dezelfde geografische zone bedekken. In dit geval kan op toegankelijke plaatsen maximaal 9 V/m gemeten worden. Andere bronnen (zendmasten radioamateurs, radio- en TV-antennes, het ASTRID-netwerk,…) kunnen op dat punt nog een extra straling veroorzaken. De kans echter dat nog 41 andere stralingsbronnen ook precies dat punt bereiken, is bijzonder klein.
De RIA acht het echter niet haalbaar om deze norm van 3V/m per antenne overal te laten gelden. Nergens mag dan de gemeten straling van een bepaalde vaste antenne deze waarde overschrijden. Ook hier botsten de antennes van radioamateurs, radio en TV, Defensie, Belgocontrol en Infrabel op technische en/of veiligheidsproblemen. Dit scenario vergt 300 bijkomende sites voor nieuwe antennes om de dekkingsgraad van de gsm/UMTS-, Clearwire en ASTRID-netwerken op peil te houden. Het geraamde kostenplaatje bedraagt hierbij 36 miljoen euro.
Een andere optie is om deze norm van 3V/m per antenne toe te spitsen op verblijfplaatsen (woning, school, kinderdagverblijf, ziekenhuis, tehuis voor bejaarden, lokalen voor werknemers en speelplaatsen van scholen). Ook in dit scenario blijven de antennes van radioamateurs, radio en TV, Defensie, Belgocontrol en Infrabel kampen met dezelfde problemen qua technische haalbaarheid en veiligheid. Voor gsm/UMTS-, Clearwire en ASTRID-netwerken is deze optie haalbaar mits de plaatsing van extra antennes op ongeveer 110 nieuwe sites (kostprijs 12 miljoen euro). Deze norm per antenne (en dus niet gecombineerd met een cumulatieve norm) garandeert echter geen lagere stralingsniveaus - behalve op speelplaatsen - op toegankelijke plaatsen in de open lucht, zoals pleinen, winkelstraten, het balkon, het dakterras,… Hier zijn, althans in theorie, zelfs hogere blootstellingsniveaus dan de 41V/m uit de ICNIRP-richtlijn mogelijk.
Het beste van twee werelden?
Daarom opteert de RIA om de cumulatieve immissienorm van 20,6 V/m te combineren met de immissienorm van 3V/m per antenne, enkel geldend voor verblijfplaatsen. Deze normering is van toepassing voor de vast opgestelde antennes voor mobiele telefonie en internet (gsm, UMTS, Clearwire). Dit scenario vergt eveneens ca. 110 nieuwe sites voor bijkomende antennes (zie hoger). Deze norm zal ook gelden voor de toekomstige 4G-antennes. Met deze technologie schakelt het mobiele internet nog een versnelling hoger en wordt ‘video on demand’ in de wagen mogelijk. Antennes voor radioamateurs, radio, TV, Defensie, ASTRID, Belgocontrol en Infrabel worden – omwille van technische en veiligheidsredenen en hun relatief klein aandeel in de totale blootstelling – van deze normering per antenne uitgesloten.
Hans Reynders, beleidsmedewerker van de dienst Milieu en Gezondheid van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, vat de argumentatie voor deze dubbele normering uit de RIA samen: “Deze nieuwe normering omvat 85% van de vaste zendantennes, dus het gros van alle stralingsbronnen. Stimulaties vermoeden dat nu bij 15% van de sites van de gsm-operatoren op minstens één toegankelijke plaats in de omgeving van de antenne de norm van 3V/m per antenne overschreden wordt. Vermoedelijk is dit aantal overschrijdingen op verblijfplaatsen kleiner. Maar door deze norm toe te spitsen op verblijfplaatsen focussen we de aandacht om de nodige maatregelen te treffen, waar mensen veel en lang verblijven.”
De nieuwe dubbele normering zal echter weinig impact hebben op de totale blootstelling aan straling. Enkel in de buurt van antennes, die door deze nieuwe wetgeving op een lager vermogen moeten werken, zal de blootstelling dalen. De effectieve blootstelling hangt nu al sterk af van het persoonlijke gsm-gebruik. In het totale stralingsplaatje is de blootstelling aan straling via de gsm zelf vaak veel groter dan die van de zendmasten. In de toekomst zal de totale blootstelling ook afhangen van de verdere maatschappelijke evoluties. Stappen we mee in het verleidelijke aanbod van de telecomindustrie, met alsmaar nieuwe snufjes, steeds fraaier en sneller? En willen we altijd en overal bereikbaar zijn? Ook de evolutie van de technologie zal in het totale stralingsplaatje een woordje meespreken. In dit opzicht zijn nieuwe technologieën die een vlotte verbinding weten te maken tussen de gescheiden communicatie buitenshuis en binnenshuis bijzonder beloftevol, omdat ze aan veel lagere stralingsniveaus werken…
| Is de recente bevinding van het IARC dat het gebruik van gsm ‘mogelijk kankerverwekkend’ dan geen reden om deze nieuwe wetgeving aan te scherpen? Hans Reynders: ”Het IARC ziet mogelijks een verband tussen het gebruik van de gsm en tumoren aan de hersenen, de gehoorzenuw en de speekselklieren. Bij het mobiel bellen worden deze zones van op een korte afstand rechtstreeks bestraald. De straling van zendantennes echter spreidt zich uit over het hele lichaam; hier worden geen specifieke weefsels bestraald. Het IARC is dan ook van oordeel dat er onvoldoende bewijzen zijn voor een verband tussen de blootstelling aan radiofrequente velden (bv. in de omgeving van zendmasten) en kanker is.“ |
In de kijker
- 18/06 - IUCN suggereert vijf natuursites voor Werelderfgoedlijst
- 18/06 - Gezinnen, transport en landbouw moeten zorgen voor properder lucht
- 13/06 - 8 juni was Wereld Oceanen Dag
- 13/06 - Groene terassen kunnen steden beschermen tegen wateroverlast
- 11/06 - Saheldroogtes uit de jaren 80 een gevolg van vervuiling uit het Westen










