ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
18 Juni 2012 - De impasse van het kernenergiedebat voorbij

De tweede avond rond kernenergie georganiseerd door Universiteit Antwerpen en ARGUS focuste op wetenschap, beeldvorming, maatschappelijk debat en controverse.
Expert nucleaire veiligheid professor Gilbert Eggermont (VUB) hield een opgemerkt pleidooi voor de onmiddellijke sluiting van Doel 1 en Doel 2, de oudste kerncentrales van het land. Vooral het feit dat ze minder goed beschermd zijn dan hun jongere broertjes Doel 3 en Doel 4 en zich bevinden in de onmiddellijke nabijheid van een dichtbevolkte stad en regio, een West-Europees verkeersknooppunt en een belangrijk centrum van economische activiteit als de haven van Antwerpen, geven daarbij de doorslag. Dat Doel nog open is is en waarom er nog altijd onzekerheid bestaat over de geplande kernuitstap, daarvoor waren de uiteenzettingen van kennissocioloog dr. Gert Verschraegen (UA) en communicatiewetenschapper prof. dr. Pieter Maeseele (UA) bijzonder verhelderend.
Energie-obesitas
Als kennissocioloog houdt Gert Verschraegen zich bezig met relatie tussen wetenschap en samenleving. Zoals Verschraegen in zijn eerder op ARGUSactueel gepubliceerd interview al aangaf, zijn de problemen waar België mee worstelt om het pad van de kernenergie te verlaten, in de eerste plaats een gevolg van keuzes uit het verleden. Hij heeft het daarbij over 'padafhankelijkheid: de besluitvorming wordt bepaald door keuzes uit het verleden. Maar dat hoeft niet noodzakelijk te betekenen dat we voor altijd aan vroeger gemaakte keuzes vastzitten, zegt Verschraegen. "Het is moeilijk en duur om op je eigen stappen terug te keren, maar er zijn breukmomenten waarop we een andere richting kunnen uitslaan. Vandaag is zo'n moment."
Dat kernenergie zo dominant is in Belgische elektriciteitsproductie, wijt Verschraegen aan een aantal toevallige historische gebeurtenissen en feiten, zoals de grote uraniumvoorraden in Belgisch Congo, hun rol bij de totstandkoming van de eerste atoombom en de intense nucleaire band met de VS. De economische expansie vlak na WOII, met groeicijfers van 4 tot 8% en een grote vraag naar stroom, stuwden ons land in de richting van nucleair. Kernenergie hield de belofte in van zeer goedkope en quasi ongelimiteerde energieproductie, gekoppeld aan een zekere energiezelfstandigheid.
Met kernenergie waren van meet af aan grote industriële belangen gemoeid (met name de Generale Maatschappij en Union Minière. De Belgische staat kende zichzelf een zeer beperkte rol toe en liet de uitbouw en het beheer van het kernenergiepark grotendeels over aan de nucleaire producenten zelf. Veel politiek of publiek debat kwam daar in de jaren zestig en zeventig niet bij kijken. Het vooruitgangsoptimisme heerste, de oliecrisis maakte de nefaste gevolgen van energie-afhankelijkheid pijnlijk duidelijk. Ondertussen werd door de grote beschikbaarheid van stroom de uitbouw van een energie-intensieve industrie aangemoedigd. Verschraegen heeft het over de 'energie-obesitas' van die jaren. Dankzij kernenergie kon de Belg het zich permitteren om versnipperd te wonen, in relatief grote huizen gevuld met de nieuwste elektronische apparaten. De afhankelijkheid van kernenergie in dit model versterkte ook de acceptatie ervan.
Kantelpunten
In de loop van de jaren zeventig weerklonken de eerste proteststemmen. Ze werden aanvankelijk als heel naïef gecatalogiseerd, omdat ze in gingen tegen de basisstructuur van ons systeem. Tegelijk werden in die periode de eerste risico's zichtbaar, met de gedeeltelijke meltdown in Three Mile Island. Het debat dat dan ontstond, geraakte snel gepolariseerd. De tegenbeweging ziet zich geconfronteerd met een elektriciteitssysteem dat volledig is uitgebouwd rond kernenergie.
De 21ste eeuw brengt nieuwe feiten. De regering Verhofstadt besluit tot de liberalisering van de elektriciteitsmarkt en kiest voor een kernuitstap. Fukushima herinnert ons nogmaals aan de aanzienlijke gevaren die kernenergie inhoudt. Bovendien bereikt de aarde een kantelpunt en is de noodzaak aan een duurzaam energiesysteem zonneklaar. Een systeem dat volgens experts als Aviel Verbruggen niet verenigbaar is met kernenergie. Maar de transitie naar een gedecentraliseerd energiesysteem brengt belangrijke kosten met zich mee. De noodzaak aan een duidelijk juridisch en politiek kader is groot, maar de onzekerheid evenzeer. Kan de wetenschap ons een uitweg bieden uit de impasse?
Drie wetenschapsmodellen
Met de toenemende complexiteit van wetenschap en techniek veranderde ook de relatie tussen wetenschap en maatschappij, stelt Gert Verschraegen. Van het klassieke decisionistische model waarin politici wetenschappers een 'objectieve analyse' vroegen om de grote beleidslijnen vast te leggen, evolueerden we in de loop van de twintigste eeuw naar het technocratische model. De feiten worden ingewikkelder en politici worden in toenemende mate afhankelijk van wetenschappelijke experts, die ervan overtuigd zijn dat ze op een neutrale manier objectieve feiten vaststellen. Dit model doet onvoldoende recht aan groeiende complexiteit van de relaties tussen politiek, wetenschap en publiek. Het bredere publiek – burgers, media, ngo's – wordt onvoldoende gehoord. Verschraegen pleit voor een co-productiemodel, met veel meer interactie tussen wetenschap, politiek en publiek. Dat houdt een erkenning in dat de wetenschap geen neutrale feiten produceert en evenmin een coherent geheel vormt. Zeker in het geval van kernenergie ziet de wetenschap zich geconfronteerd met een zeer grote mate van onzekerheid en onwetendheid, onder andere vanwege de lange tijdshorizon, de grenzen aan de beheersbaarheid en de voorspelbaarheid van systemen. Argumenten die voldoende sterk lijken om de geplande kernuitstap te laten doorgaan. Maar toch blijft de regering twijfelen en aarzelen.
Omgaan met technologische risico's
Mediasocioloog prof. dr. Pieter Maeseele gaat nader in op wat er tegenwoordig fout loopt in het kernenergiedebat en hoe we het beter kunnen organiseren. Maeseele, die vooral onderzoek heeft verricht naar het debat rond ggo's, ziet een aantal opvallende parallellen met hoe we omgaan met technologische risico's in het maatschappelijk debat. De voorstanders van onderzoek en gebruik van ggo's, de voorstanders van kernenergie en de klimaatsceptici beroepen zich op wetenschappelijke gegevens. De ggo-sceptici, de tegenstanders van kernenergie en de mensen die klimaatverandering als een realiteit beschouwen, maken evenzeer gebruik van wetenschappelijke informatie, zij het uit andere bronnen, of met andere interpretaties. Wanneer we te maken hebben met immateriële en onzichtbare risico's, kunnen we niet zonder wetenschappelijk onderzoek om de risico's correct in te schatten. Maar in feite gaat het conflict over tegengestelde maatschappelijke belangen, over verschillende waarden en uiteindelijk is het een strijd tussen alternatieve toekomsten.
Professor Maeseele stelt dat we sinds de val van de Berlijnse muur in een consensusdenken zijn beland, wat het debat ernstig bemoeilijkt. De ideologische tegenstellingen zijn uitgewist en de maatschappij waarin we leven wordt als een statisch gegeven beschreven. Het consensusdenken laat geen ruimte voor alternatieven, er is alleen goed of slecht bestuur. Een tegenstander van de gevestigde orde wordt vanuit die optiek algauw een vijand, een fundamentalist, een radicaal. De politiek wordt gemoraliseerd. We leren denken in termen van goed versus kwaad.
Er is een uitweg uit het consensusmodel, stelt prof. Maeseele. Daarvoor moeten we kijken naar de relatie tussen media en wetenschap. In het traditionele model speelt wetenschap de rol van voorlichter. Als er onenigheid ontstaat over iets, wordt dat beschouwd als een informatieprobleem, waarbij de media als een soort vuile spiegel fungeert die de juiste maar complexe informatie niet naar behoren doorgeeft. Niet-aanvaarding van technologie is in dit model altijd de schuld van media en publiek. Het model faalt ontegensprekelijk, maar het blijft populair als retorisch middel, omdat het de indruk wekt dat er slechts één rationeel antwoord is op complexe problemen. Vanuit het mediasociologische model kunnen we vaststellen dat wetenschap over het algemeen goed aan bod komt in de media en doorgaans niet betwist wordt. Als het over wetenschap gaat, blijkt één bron vaak te volstaan. Een problematische kwestie, omdat ook ngo's, burgerorganisaties wetenschappelijke bronnen aanhalen, maar veel minder aan bod komen.
Pleidooi voor een politisering van het debat
Professor Maeseele pleit voor een conflictperspectief, waarin bewust wordt omgegaan met de politisering en depolitisering van het debat. Depolitisering is een beproefde methode die gehanteerd wordt door degenen die het maatschappelijk debat willen vermijden. Men tracht de legitimiteit van de tegenstander in vraag te stellen door het eigen standpunt, in dit geval de keuze voor kernenergie, voor te stellen als een normale, realistische, natuurlijke onvermijdelijke ontwikkeling. Elke vorm van protest wordt daarbij automatisch geklasseerd als verstorend en schadelijk voor het algemeen belang. De kritiek op het zogenaamd normale en realistische model wordt verklaard vanuit externe factoren. De kritiek is de schuld van controversiële wetenschappers, het gevolg van een gebrekkige pr-campagne. Of nog: de media berichten te sensationeel over geïsoleerde incidenten. Het publiek wordt niet capabel geacht om een gefundeerd oordeel te vellen omdat het te emotioneel, angstig en onwetend is. Een hiermee samenhangend en beproefd recept is het stigmatiseren van de tegenstanders. Die worden weggezet als 'neoluddieten', 'fundamentalisten', 'groene terroristen, geleid door ayatollahs' (allemaal benamingen die Maeseele tegenkwam in zijn onderzoek rond ggo-tegenstanders).
Het conflictperspectief daarentegen erkent het feit dat technologische ontwikkelingen altijd het gevolg zijn van contesteerbare keuzes, die aangestuurd worden door (machtige) actoren en belangen. Dat maakt het kernenergiedebat tot een legitiem debat tussen legitieme actoren. Deze politiseringsstrategie schept ruimte voor conflict tussen alternatieve technologische toekomsten en maakt ze tot onderwerp van politieke controle en maatschappelijk debat. Via deze insteek kunnen een aantal belangrijke inzichten aan bod komen, die de 'normale en realistische' optie van de kernenergie in vraag stellen. Een sterk argument daarbij is de al eerder aangehaalde vaststelling dat het niveau van wetenschappelijke onzekerheid en onwetendheid in verband met de nucleaire optie te hoog is. Bovendien zijn er voldoende alternatieven die de ecologie wel respecteren. De ontwikkeling van kernenergie was gestuurd door bedrijven die enkel hun private belangen op het oog hebben en hierbij de afhankelijkheid van burger en samenleving versterken.
De invoering en de instandhouding van kernenergie is in ons land lange tijd gekenmerkt door een gebrek aan publieke verantwoording, keuzevrijheid en maatschappelijk debat. De vraag is of het debat nu op tijd komt om de geplande kernuitstap alsnog te laten plaatsvinden, terwijl er de afgelopen negen jaar vooral mist is gespoten door diverse belanghebbenden en er onvoldoende werk is gemaakt van een toekomst vol hernieuwbare energie.
In de kijker
- 17/05 - Steeds meer schade door natuurrampen: een nieuwe economische crisis in de maak?
- 16/05 - Droogte teistert Australië
- 15/05 - Wereldberoemde Groot Barrièrerif in gevaar
- 14/05 - Bewezen: luchtvervuiling veroorzaakt astma
- 13/05 - Blootstelling aan chemische stoffen minstens zo dodelijk als malaria









