ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
15 November 2010 - Ecologische effecten van offshore windmolenparken
Windmolenparken in de Noordzee dragen hun steentje bij tot de 13% duurzame energie die België tegen 2013 volgens het Europese klimaatplan moet weten op te wekken. De bouw van deze parken laat het mariene ecosysteem echter niet onberoerd.
Onderzoek brengt alvast enkele vroeg waarneembare effecten aan het licht. "Zo vormen windmolens in zee met hun betonnen funderingen in de zandige zeebodem een nieuw habitat", steekt Robin Brabant van de Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee en het Schelde-estuarium van wal. "Zeepokken, mossels etc. – tot 20.000 organismen per m2 en tot 27 soorten per 0,625 m2 – koloniseren met plezier dit harde substraat en leiden zo een nieuwe ecologische successie in. Kampioen hierbij is de slijkgarnaal, een kleine vlokreeft, die op bepaalde delen van de funderingen dichte matten vormt en voor de steenbolk een niet te versmaden voedselbron is. In 2009 werden rond een turbine tot 29.000 exemplaren van deze vis waargenomen! Ook de kabeljauw profiteert van dit nieuw voedselaanbod rondom de turbines."
"Het verbod op visserij in deze concessiezones is meteen een extra beschermingsmaatregel voor het visbestand," zo vult Jan Reubens van de dienst Mariene Biologie van de UGent aan.
Baggerwerken en erosie zorgen ook voor grote veranderingen in de zachte substraten waarop de windmolens gebouwd zijn. Zo worden de erosieputten - die ontstaan rond de funderingen, soms tot 6m diep – met stenen gevuld om verdere erosie tegen te gaan. "Samen met het verbod op sleepnetten in deze zone heeft dit ongetwijfeld een impact op de bodemfauna (wormen, schelpen, krabben, platvissen, etc.)," weet Robin Brabant. "Maar verder onderzoek is nodig om de precieze effecten hiervan in kaart te brengen."
Robin Brabant schat in dat effecten van de visserij een grotere impact dan windmolenparken op het mariene ecosysteem hebben. Toch wijst hij op mogelijke cumulatieve effecten op lange termijn, zeker als er steeds meer en grotere windmolenparken zullen opduiken: "Meer windmolenparken vormen voor migrerende vogels opeenvolgende barrières die ze telkens opnieuw moeten ontwijken."
"Daarnaast neemt de bouw van zo’n windmolenpark", zo vervolgt hij, "al gauw enkele jaren in beslag en brengt de nodige hinder met zich mee. Zo veroorzaakt het heien van funderingen in de zeebodem een geluidsdruk tot 270 dB - het normale achtergrondgeluid bedraagt 100 dB en bij een passerend schip loopt dit op 130 dB - en is tot 70 km ver onder water hoorbaar. Deze hoge geluidsdruk kan dus een impact hebben op zeezoogdieren – bv. de bruinvis, een kleine dolfijnsoort die het de laatste jaren in de Belgische wateren opvallend goed doet - die zelf geluiden produceren om met elkaar te communiceren en te jagen".
"Verder onderzoek", aldusRobin Brabant, "kan bv. leiden tot de aanbeveling om tijdens cruciale periodes voor het overleven van zeezoogdieren een sperperiode voor het heien van funderingen in te voeren."
Meer info: Monitoringrapport 2010, een onderzoek uitgevoerd door de Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee (BMM), in samenwerking met het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) en de Universiteit Gent.









