In Vlaanderen wordt jaarlijks 450 miljoen m3 grondwater opgepompt, waarvan 71 miljoen m3 door de industrie wordt gebruikt en 60,2 miljoen m3 door de landbouw. 302 miljoen m3 wordt gebruikt voor de productie van drinkwater. Wat betreft het zuinig gebruik van water in huishoudens, scoort Vlaanderen met 110 l/persoon/dag nochtans goed in vergelijking met andere Europese landen. Maar daarom is ons waterverbruik nog niet duurzaam, want dat hangt samen met het evenwicht tussen vraag en aanbod van water. En zoals uit eerdere waterlezingen bleek, is het met de beschikbaarheid van water in Vlaanderen maar pover gesteld.
Didier D'hont, hoofd van de Dienst Grondwaterbeheer van de
Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), bracht de hoeveelheid en de kwaliteit van het beschikbare grondwater in kaart. De eerder geformuleerde ambitie om tegen 2015 een goede chemische kwaliteit en een voldoende kwantiteit van grondwater te hebben, zal onhaalbaar blijken. Grondwatervoorraden die geslonken zijn of vervuild, hebben veel tijd nodig om zich te herstellen, D'hont had het over 'jaren, decennia, eeuwen.' Vlaanderen maakt wel een goede beurt als het aankomt op meten en weten. Via een netwerk met honderden meetpunten heeft de VMM een goed beeld van de kwaliteit en het peil van het grondwater. Van de 42 grondwaterlichamen die Vlaanderen rijk is, hebben er 6 de status 'goed.' Van de rest worden er 31 als kwalitatief slecht en 14 als kwantitatief slecht omschreven.
Zoals in eerdere lezingen aangegeven, kampt Vlaanderen met waterstress: volgens de OESO-normen scoort Vlaanderen ondermaats op het gebied van waterbeschikbaarheid per persoon. De klimaatverandering, die leidt tot meer extreem weer, met grote droogtes in de zomer en overstromingen in de winter, doet daar geen goed aan. Het zal er in de toekomst op aankomen om het onevenwicht tussen waterverbruik en de beperkte beschikbaarheid van water in balans te brengen door te evolueren naar duurzaam waterverbruik.
De Europese Commissie is volop bezig met het voorbereiden van een visie op waterschaarste en droogte – daarover meer hieronder – en spreekt van grote opportuniteiten om zuiniger met water om te springen. Minder water gebruiken komt op de eerste plaats: pas als de efficiëntie van watergebruik en hergebruik perfect is, kan er gesproken worden over bijkomende infrastructuur om water op te pompen.
De Vlaamse principes inzake duurzaam waterbeheer zijn dan ook:
- verbruik minder water;
- hergebruik water;
- zoek alternatieve waterbronnen (regenwater, grijs water, wateraudits) en bied ze aan.
Een volgende stap bestaat erin de grondwatervoorraden kwalitatief en kwantitatief te verbeteren. De toelatingen om water te onttrekken en de heffingen worden daarom afgestemd op de capaciteit van het respectievelijke watersysteem. Er worden quota opgesteld die de duurzame exploitatie definiëren. Via wateraudits worden bedrijven bewust gemaakt van hun waterverbruik en van de mogelijkheden om er zuiniger en efficiënter mee om te springen.
Bovendien wordt er werk gemaakt van beter toezicht, waarbij de vergunningen worden gecontroleerd en illegale waterwinningen worden beteugeld. Tenslotte zal via voorspellende modellen worden onderzocht hoe het zit met onze toekomstige watervoorraad. Water zal in de toekomst wellicht duurder worden, waardoor mensen en bedrijven automatisch spaarzamer met water zullen omspringen.
Het Europese plaatje
Jacques Delsalle van het
DG Milieuzaken van de Europese Commissie had niets dan lof voor de Vlaamse aanpak rond water. 'In een ideale wereld zouden we voor heel Europa een kennisdatabank over waterbeheer hebben zoals Vlaanderen er een heeft,' liet hij optekenen. In afwachting daarvan – voor sommige landen is efficiënt waterbeheer allesbehalve een prioriteit – is de EC druk doende met het opstellen van een
Blueprint to safeguard Europe's waters, publicatie voorzien voor 2012, nadat er eerder in 2007 al een Green paper en in 2009 een
White Paper on Adapting to Climate Change verschenen.
In die laatste paper zijn de krijtlijnen getrokken van het Europese waterbeleid in een context van kwetsbaarheid ten gevolge van de klimaatsverandering. Het White Paper stelt onder meer dat 'De klimaatverandering (…) aanzienlijke gevolgen [zal] hebben voor de kwaliteit en de beschikbaarheid van water en bijgevolg voor veel sectoren waarvoor water van cruciaal belang is (bijvoorbeeld de voedselproductie). Meer dan 80% van het landbouwareaal is afhankelijk van regenwater. De voedselproductie is ook afhankelijk van water voor irrigatie. De beperkte beschikbaarheid van water vormt nu al in veel delen van Europa een probleem en de situatie zal als gevolg van de klimaatverandering wellicht nog verslechteren: verwacht wordt dat het percentage gebieden in Europa met een hoog watertekort zal stijgen van 19% vandaag naar 35% in 2070. Hierdoor kan ook de migratiedruk toenemen.' De Europese commissie besloot daarom om in te zetten op 'strategieën voor het beheer en de bescherming van water, land en biologische rijkdommen met het oog op het behoud en het herstel van gezonde en doeltreffend functionerende ecosystemen die tegen klimaatveranderingen bestand zijn,' aldus nog het White paper.
In de eerder vermelde Blueprint zal de Commissie de analyse van de 110 Europese stroombekkens presenteren, een strategie voor waterschaarste en droogte in kaart brengen en nader ingaan op de door de mens en de klimaatsverandering toegenomen druk op de Europese watervoorraden. Daarbij wordt speciale aandacht besteed aan het integreren van het waterbeleid in andere sectoren, zoals landbouw, energie en gezondheid.
Volgens Jacques Delsalle wordt de nieuwe aanpak gekenmerkt door een besef van kwetsbaarheid en onzekerheid. De onzekerheid wordt voornamelijk veroorzaak door het feit dat de beschikbare informatie (in tegenstelling tot in Vlaanderen) nog te gefragmenteerd is. In de periode 2009-2015 moeten de lidstaten stroombekkenmanagementplannen publiceren, rapporteren en implementeren. Wat dat betreft scoort ons land overigens niet goed: samen met Griekenland, Portugal en Spanje is België bij de slechtste leerlingen in de Europese klas, die als enige landen die deze plannen nog niet hebben afgerond noch geïmplementeerd.
Afgaande op verschillende economische modellen kan worden voorspeld welke manier van leven en produceren meer of minder waterstress veroorzaakt. In een model dat de economische groei op de eerste plaats stelt, is de waterstress zeer groot in de meeste landen van Europa. Als er wordt uitgegaan van een strenge ecologische regelgeving, blijft de grootste waterstress voornamelijk beperkt tot Oost-Spanje, Zuid-Oost-Engeland, enkele delen van Italië en Griekenland en Vlaanderen.