ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
3 Februari 2011 - C2C zoekt boer
Cradle to cradle - met als principe: afval is geen afval, maar voedsel voor nieuwe productieprocessen - waagt ondertussen zijn eerste stapjes in de industrie en in de architectuur. Hoe ver staat het met de toepassing ervan in de landbouw?
In vogelvlucht verkende het Departement Landbouw en Visserij de mogelijkheden van cradle tot cradle in de landbouw. De bevindingen werden gepubliceerd in een recent rapport.
In 2002 pakten McDonough en Braungart uit met het concept ‘cradle to cradle (C2C)’. Bij een slim ontwerp van producten (eco-design) én bij een doorgedreven omvorming van de wegwerp- naar een kringloopeconomie, kan ‘afval’ steeds weer - zonder verlies aan kwaliteit - ingezet worden in een technologische of biologische kringloop. Cradle to cradle gaat dus verder dan het concept van duurzame ontwikkeling en eco-efficiëntie.
C2C wil het meteen goed doen, in plaats van minder slecht… C2C krijgt veel lof, maar ook heel wat kritiek te slikken. Is 100% recycleren wel haalbaar? En gaat dit principe, net als het concept duurzame ontwikkeling, ook niet verkeerdelijk uit van ‘een wereld van overvloed’, terwijl we dagelijks geconfronteerd worden met ‘een wereld met grenzen’?
Op het niveau van het individuele landbouwbedrijf betekent C2C het maximaal sluiten van de mineralen- en grondstoffenkringloop. Op het vlak van mineralen speelt een optimale bemesting in functie van de behoefte van het gewas een cruciale rol om verspilling van kostbare grondstoffen tegen te gaan. Ook het hergebruik van restfracties uit mestverwerking is alvast een stap in de goede richting. Een mooi voorbeeld is de biomassacentrale in Moerdijk (Nederland) die kippenmest omzet in groene stroom. Hierbij wordt de overblijvende as, rijk aan kalium en fosfor, verkocht aan producenten van kunstmeststoffen.
In de landbouwketen zijn heel wat toepassingen met een hoog cradle to cradle-gehalte nu al een gangbare praktijk. Zo wordt de afvalstroom van aardappelschillen industrieel verwerkt tot bioplastic (up-cycling). Bij compostering vinden deze bioplastics hun weg in de biologische kringloop. Gelijkaardige voorbeelden zijn tal van afvalstromen uit de voedingsindustrie die bij de productie van veevoer als grondstof ingezet worden. Powerfarms (zie figuur) - op dit moment nog toekomstmuziek - wil mestverwerking, warmtekrachtkoppeling en algenkweek (met o.a. afzet voor voedings- farmaceutische en cosmetica-industrie) op een intelligente manier aan elkaar koppelen tot een volledig gesloten kringloop.
‘Teeltbare’ grondstoffen uit de landbouw en aanverwante sectoren (hout, gras, kokos, vlas, hennep, stro, riet, schapenwol, pluimen,…) zijn bij goed beheer onuitputtelijk en wereldwijd lokaal beschikbaar. Omdat deze grondstoffen telkens hernieuwbaar zijn en verwerkt worden tot biologisch afbreekbare producten die op hun einde probleemloos in de biologische kringloop terecht kunnen, worden deze toepassingen van deze bio-based economy (vb. isolatiematerialen, tapijten, verwerking in bouwmaterialen,…) beschouwd als trouw aan het C2C-principe.
Op grote schaal liggen hier enorme kansen voor de verpakkingen uit hernieuwbare grondstoffen (cellulose, zetmeel), op voorwaarde dat deze grondstoffen lokaal gewonnen en verwerkt worden. Dit rapport ’in vogelvlucht’ evalueert het gebruik van groene grondstoffen als alternatief voor fossiele brandstoffen in één pennentrek eveneens als C2C-waardig: bij verbranding komt enkel de opgeslagen CO2 vrij, waardoor de CO2-balans dus in evenwicht is. Deze stellingname is wat kort door de bocht. Diverse studies wijzen op het feit dat de CO2-balans van groene brandstoffen ‘van wieg tot graf’ niet zo CO2-neutraal zijn als op het eerste zicht lijkt. Verder rept dit rapport ook geen woord over de negatieve ecologische impact van monoculturen, ook al leveren ze hernieuwbare grondstoffen voor een groene economie.
Op ontwerpniveau heeft de landbouw nog kansen te over: bv. landschappelijk geïntegreerde stallen uit duurzame materialen, die zelf in hun energiebehoefte voorzien (of zelfs energie leveren voor andere gebouwen). Met de strengere Europese kwaliteitseisen voor het oppervlaktewater tegen 2015 in het verschiet, verdient het sluiten van de waterkringloop al bij het ontwerp van de gebouwen en de lay-out van het landbouwbedrijf de volle aandacht.
C2C gaat niet enkel over het efficiënt sluiten van kringlopen, maar ook over duurzaam ruimtegebruik en gebiedsontwikkeling. Zo’n verregaande ruimtelijke clustering leidt tot agroparken, die bestaan uit aan elkaar gekoppelde hooggespecialiseerde bedrijven, waardoor als het ware een gemengd bedrijf op grote schaal ontstaat. De vestiging van toeleverings- en verwerkingsbedrijven op zo’n agropark, geïntegreerd in de natuurlijke omgeving met een aangename verweving met stedelijke functies (wonen, werken en leven) maakt de verticale keten van landbouwer tot verkooppunt compleet.
Agroparken lenen zich uitstekend om de transportkilometers te beperken en om door een intense onderlinge horizontale samenwerking de kringloop van water, energie en reststromen efficiënt te sluiten. Een andere denkpiste is de ontwikkeling van stadslandbouw, die zo het woon-en werkmilieu aantrekkelijker kan maken.
Het stimuleren van sociale innovaties als C2C vraagt alvast een nieuwe manier van denken en handelen van alle betrokken partners. Voor de overheid is hier een nieuwe rol als partner, organisator en facilitator (governance beyond government) weggelegd om dit proces op gang te trekken.









