ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
30 Juni 2010 - Weer ozonvervuiling
Zondag en maandag werd op meerdere plaatsen in ons land de waarschuwingsdrempel voor ozon van 180 microgram per kubieke meter overschreden. Met de huidige weersvoorspellingen ziet het er naar uit dat er nog meer ozoproblemen zullen optreden.
Zondag en maandag werd op meerdere plaatsen in ons land de waarschuwingsdrempel voor ozon van 180 microgram per kubieke meter overschreden. Dinsdag was dat niet het geval en ook vandaag woensdag verwacht de Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu (IRCEL) geen overschrijding. Donderdag en vrijdag zal dat wellicht wel het geval zijn. Met temperaturen tot 35 graden verwacht het IRCEL dat vrijdag zelfs de alarmdrempel van 240 microgram/m³ overschreden zal worden. Het is niet de eerste keer dit jaar dat ons land geconfronteerd wordt met ozonperikelen. Maandag was na 4, 5, 24 en 27 juni al de vijfde dag dit jaar dat de waarschuwingsdrempel overschreden werd. De hoogste waarden werden maandag gemeten in het Limburgse Gellik (Lanaken) met 213 microgram/m³.
Ozon is een vervuilend gas in de omgevingslucht dat ernstige risico’s inhoudt voor de gezondheid. Het ontstaat tijdens warme dagen in de onderste luchtlagen (troposfeer) door inwerking van het zonlicht (UV, Ultra Violet licht)op lucht die verontreinigd is met stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen. De gezondheidseffecten hangen samen met de concentratie, blootstellingsduur, gevoeligheid van de blootgestelde personen en hun activiteit. Ozonconcentraties kunnen aanleiding geven tot afname van de longfuncties, ontsteking van de luchtwegen, hoesten, irritatie van de slijmvliezen evenals oogirritatie, hoofdpijn, misselijkheid… Extra kwetsbaar zijn mensen die buitenshuis sporten, personen jonger dan 25 en kinderen in het bijzonder. 10 procent van de bevolking is om een nog onbekende reden extra gevoelig voor ozonepisodes. Om de gevolgen te beperken dient men geen zware lichamelijke inspanningen te doen buitenhuis, voldoende te drinken en koelere ruimtes op te zoeken.
In haar richtlijn 2008/50/EG stelt de EU dat overheden de bevolking moeten informeren van zodra de uurgemiddelde ozonconcentratie hoger is dan 180 microgram/m³ en gealarmeerd moet worden indien deze boven de 240 micogram/m³ stijgt. De doelstelling op lange termijn is dat de 8-uursgemiddelde ozonconcentratie de 120 microgram/m³ niet meer overschrijdt. Op korte termijn mag de hoogste 8-uursgemiddelde ozonconcentratie van een dag de waarde van 120 microgram/m³ nog maximaal 25 dagen per jaar – een gemiddelde over drie jaar – overschrijden. De overschrijdingsindicator in Vlaanderen – het aantal dagen dus met een maximum 8-uursgemiddelde van meer dan 120 microgram/m³ – bereikte het afgelopen decennium in 2003 zijn hoogste waarde: 65 dagen. In 2005 waren er nog 28 overschrijdingen en in 2007 en 2008 telkens 25.
Op de vraag of het de goeie richting uitgaat stelt het IRCEL op zijn site dat de grootte en het aantal ozonpiekconcentraties sinds het midden van de jaren ’90 bij vergelijkbare zomers weliswaar daalt, maar dat de jaargemiddelden stijgen wat wijst op een toenemende achtergrondconcentratie. Ingewikkelde computermodellen wijzen volgens het IRCEL uit dat ozonvervuiling enkel kan verminderen als men drastisch de uitstoot van de vervuilende ozonvervormende stoffen (NOx en VOS) beperkt met 60 tot 70 procent. Dit veronderstelt onder meer dat men minder met de wagen rijdt en meer voor ecologische verplaatsingen (te voet, met de fiets, met het openbaar vervoer…) opteert. Dit dient ook niet enkel en alleen in België te gebeuren, maar in gans Europa en niet enkel op het moment van de ozonsmog maar het ganse jaar door.









