ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
4 Februari 2011 - Is Europa klaar voor de hernieuwbare energierevolutie?
De conclusie van een nieuw rapport van Greenpeace is duidelijk: een toekomstscenario met 100% hernieuwbare elektriciteit in Europa is niet alleen haalbaar maar bovendien betaalbaarder dan tot nog toe werd aangenomen.
Een van de opvallende voorspellingen van het Greenpeace-rapport Battle of the Grids is dat 68% hernieuwbare elektriciteit tegen 2030 goed is voor maar liefst 1,2 miljoen jobs. De studie maait ook het gras weg onder de voeten van critici die wijzen op de onberekenbaarheid van hernieuwbare energie. Dat alles op voorwaarde dat de nodige stappen worden genomen om de situatie op het terrein in overeenstemming te brengen met de beloftevolle computermodellen.
Om ook onder de meest ongewenste klimatologische omstandigheden, met name op windloze momenten zonder zonneschijn, te kunnen opereren, is een op Europese schaal geïntegreerd elektriciteitsnetwerk nodig, een zogenaamd 'super grid.' Tussen 2030 en 2050 zorgen waterkracht, geothermische-, wind-, zonne-energie en biomassa voor een steeds groter percentage van de elektriciteitsproductie in dit ideale scenario. Aardgascentrales dienen als flexibele back-up voor wind- en zonne-energie.
Het rapport kiest voor een graduele sluiting van kolen- en kerncentrales, die te weinig flexibel zijn om onderbrekingen van zonne- en windenergie op te vangen. Tegen 2030 kan 90% van de kolen- en kerncentrales verdwijnen, tegen 2050 hebben we er geen enkele meer nodig. Wishful thinking van Greenpeace? Het rapport afdoen als louter Greenpeace-propaganda zou onterecht zijn. Het is gebaseerd op een studie in opdracht van de milieuorganisatie uitgevoerd door de experts van het gerenommeerde Duitse studiebureau Energynautics.
Wat moet dat kosten?
Een dergelijke transitie naar een volledig nieuw energiesysteem kost geld. Veel geld. Het rapport stelt dat een investering van 70 miljard euro nodig is tussen nu en 2030 om een stabiel elektriciteitsnetwerk in stand te houden dat voor 68% afhankelijk is van hernieuwbare energie. Een groot bedrag, maar volgens Greenpeace gaat het over niet meer dan 1% van de totale elektriciteitsrekening.
Een belangrijk punt is dat het energiescenario-2050 er van uitgaat dat de totale energievraag zal dalen met een derde, dank zij de toegenomen efficiëntie van de gebruikers. Tegelijk wordt er wel van uitgegaan dat de totale vraag naar elektriciteit toeneemt van 2.900 Twh in 2007 naar 4.300 Twh in 2050, voornamelijk vanwege het stijgende gebruik van stroom in sectoren als transport (elektrische voertuigen, openbaar vervoer en de switch van vrachtwagenvervoer naar treintransport) en warmte-energieopwekking (geothermische warmtepompen).
Battle of the grids
De titel van het Greenpeace-rapport, De strijd van de netwerken, verwijst ten dele naar de keuze die we zullen moeten maken tussen een zogenaamd 'high grid' en een 'low grid.' Willen we een Europees netwerk dat verbonden is met Noord-Afrika en gebruik maakt van de overvloedige zonneschijn daar? In dit high grid-scenario liggen de productiekosten van de elektriciteit laag, maar de transmissiekosten hoog (een investering van 581 miljard euro). Of kiezen we voor een low grid-scenario, waar de elektriciteit dichter bij de grote afnemers (steden en industrie) wordt geproduceerd? Dan zijn de productiekosten hoger en de transmissiekosten lager. Het hoeft geen of-of-keuze te worden: wellicht wordt het elektriciteitsnetwerk van de toekomst een mix tussen het high & low grid.
Conventioneel versus hernieuwbaar
Een belangrijker strijd dan die van het hoge tegen het lage net, is de strijd om prioriteit van hernieuwbare tegenover conventionele energie. Momenteel is het zo dat bij een overaanbod aan elektriciteit, windturbineparken ontkoppeld worden van het netwerk, dat op zulke momenten voorrang geeft aan stroom afkomstig uit kern- en kolencentrales. Kern- en kolencentrales kunnen niet snel even worden uitgeschakeld en worden daarom in het traditionele gecentraliseerde elektriciteitsnet gebruikt voor de productie van de basisspanning.
Om deze battle of the grids te winnen, moet hernieuwbare energie voorrang krijgen op de Europese netwerken, ook wat de transmissie tussen landen betreft. Een onmiddellijk gevolg hiervan zou zijn dat investeren in kolen- en kerncentrales niet langer interessant is. De niet-flexibele kerncentrales met een nieuwprijs die algauw in de miljarden euro's loopt, worden de dinosaurussen van de elektriciteitsproductie.
Voor goedkopere en flexibele gascentrales die de dalen in de hernieuwbare elektriciteitsproductie wel goed kunnen opvangen omdat ze snel opstartbaar zijn, ziet Greenpeace nog wel een toekomst in de komende veertig jaar. Met dien verstande dat ze na 2030 geleidelijk zullen overschakelen op biogas, om elektriciteitsproductie quasi 100% hernieuwbaar te maken tegen 2050. Investeren in elektriciteitsopslag vanaf 2030 zorgt ervoor dat het netwerk ook in een 100% hernieuwbaar-scenario stabiel blijft.
Om de hierboven beschreven ambitieuze doelstellingen te halen, wordt in de eerste plaats veel verwacht van windenergie. In 2009 werd alleen in Europa 13 miljard euro geïnvesteerd in nieuwe windturbineparken. De in 2009 geïnstalleerde capaciteit aan windenergie in Europa produceert even veel elektriciteit als 3 tot 4 kerncentrales.









