ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
8 Mei 2010 - Biobrandstoffen in België
BRUSSEL - Op basis van het huidige brandstofverbruik wordt in België nog altijd minder biodiesel en bio-ethanol bijgemengd bij gewone brandstof, dan het Europese beleid voorschrijft. Dat blijkt uit een nieuw rapport van het Instituut voor Samenleving en Technologie (IST) dat de biobrandstofproductie in België onder de loep neemt.
Zoals andere landen en regio’s binnen Europa, dient België te voldoen aan de Europese doelstellingen om zich te kunnen omvormen in een energie-efficiënte economie met een lage CO2-voetafdruk. Via een geïntegreerde aanpak wil de EU klimaatsverandering tegengaan, de energievoorziening veilig stellen, en tegelijk ook de competitiviteit van de EU versterken.
Concreet moeten de EU-Lidstaten de volgende doelstellingen halen tegen 2020 – het zogenaamde 20-20-20 pakket:
- EU broeikasgasemissies reduceren tot 20% onder de niveaus van 1990;
- het primaire energiegebruik reduceren met 20% door verhoging van de energie efficiëntie;
- EU energieconsumptie voor 20% invullen via hernieuwbare energie.
Als onderdeel van de laatste doelstelling moet 10% van het energiegebruik in de transportsector ingevuld worden door hernieuwbare energie tegen 2020. Een belangrijk deel hiervan zal allicht ingevuld worden door biobrandstoffen.
Sinds juli 2009 zijn de producenten van brandstoffen in België wettelijk verplicht om 4% biobrandstoffen bij te mengen in hun benzine en diesel. Deze verplichting geldt voor twee jaar. Als de maatregel ervoor kan zorgen dat de markt van biobrandstoffen zich voldoende ontwikkelt, vervalt die verplichting.
Recent werd door het Instituut voor Samenleving en Technologie (IST), in samenwerking met de Universiteit Gent, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek en de Bond Beter Leefmilieu een rapport gepubliceerd, waarin de biobrandstofproductie in België onder de loep wordt genomen. Zo blijkt dat op basis van het huidige brandstofverbruik, niettegenstaande de verplichte bijmenging van 4%, België nog steeds onder het toegekende quotum blijft voor biodiesel en bio-ethanol. In de studie wordt tevens een inschatting gemaakt van het productiepotentieel in het licht van de 2020 doelstellingen.
Verder onderzoekt het rapport naast brandstofverbruik ook het biomassapotentieel in Vlaanderen en België. Als we veronderstellen dat de volledige opbrengst van het huidige areaal aan (potentiële) energiegewassen ingezet zou worden voor de productie van biobrandstoffen, dan blijkt dit ruim onvoldoende om het vooropgestelde productiequotum voor biodiesel te behalen. Dit betekent dat een deel van de grondstoffen zal moeten ingevoerd worden uit onze buurlanden. Voor ethanol is er in principe meer ruimte om met lokale grondstoffen te werken.
Behalve voor biobrandstoffen wordt biomassa echter ook gebruikt voor tal van andere toepassingen. Biomassa is altijd al een uitgangsmateriaal geweest voor de productie van voedsel, veevoeder, bouwmateriaal, grondstof voor kledij en papier,… Biomassa kan eveneens gebruikt worden om elektriciteit en warmte op te wekken. Ten slotte vormt biomassa ook de basis voor de productie van groene grondstoffen voor de chemie en bioraffinaderijen.
Deze verscheidenheid in gebruik van biomassa kan leiden tot conflicten tussen verschillende toepassingen. Zo kunnen biobrandstoffen van de eerste generatie in concurrentie treden met voedsel- en voedergewassen. Biobrandstoffen van de tweede generatie concurreren met de directe toepassing van biomassa voor de productie van elektriciteit of warmte. Vandaar dat door velen voorgesteld wordt om een hiërarchie op te stellen in het gebruik van biomassa. Ter illustratie daarvan wordt in het rapport het concept van de Ecopiramide toegelicht, dat tot doel heeft het gebruik van biomassa te optimaliseren. Elke toepassing van biomassa moet uiteraard bekeken worden vanuit het oogpunt van duurzame ontwikkeling. De voorkeur moet gegeven worden aan díe technologie met het grootste potentieel, die op de meest kosteneffectieve manier kan gerealiseerd worden.









