ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
23 Mei 2012 - Wenen mikt op 50%-aandeel warmtedistributie

WENEN - Een derde van de appartementen in Wenen wordt verward met stadsverwarming en de meeste klanten betrekken langs dezelfde weg hun huishoudelijke waterverwarming. Voor de toekomst legt de stad de lat nog hoger.
'District heating' is een verwarmingssysteem, waarbij woningen en dikwijls ook andere gebouwen worden verwarmd via een netwerk van warmwaterleidingen. De officiële Nederlandse term ervoor is 'stadsverwarming'. Deze omschrijving kan misleidend werken. De recentere term 'collectieve verwarming' is duidelijker. Zo bedraagt het aandeel van warmtedistributie in weinig verstedelijkte landen als Zweden en Finland meer dan 50% van de woningverwarming, terwijl het in het sterk geürbaniseerde Vlaanderen nauwelijks bestaat.
De warmtebronnen zijn erg divers: warmtekrachtkoppeling, verbrandingsovens voor huishoudelijk afval, de zon, de aarde, biomassa, restwarmte van industriële ondernemingen, waaronder raffinaderijen voor biobrandstoffen… Fundamenteel voor collectieve verwarming is het gebruik van warmte die anders verloren zou gaan en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen voor de verwarming van gebouwen.
De gemakkelijke en betaalbare beschikbaarheid van Nederlands aardgas –in België ligt de gemiddelde aardgasprijs lager dan in Nederland!– maakte dat er in België een fijnmazig aardgasnet tot stand kwam. Landen met minder gemakkelijke toegang tot aardgas kozen gemakkelijker voor stadsverwarming. En het is economisch niet zinvol om twee verschillende netten parallel aan te leggen. De investeringskosten zouden het rendement overtreffen. Wanneer de gasinfrastructuur aan een grondige vervanging toe is, de toevoer zou stokken of de gasprijzen zouden escaleren, kan die keuze opnieuw gemaakt worden.
Dat veel Midden- en Oost-Europese steden na de Tweede Wereldoorlog bijna helemaal uit hun puinhopen moesten worden heropgebouwd vergemakkelijkte er in zekere zin de aanleg van een warmtedistributienet. Bij de grote bezwaren om in Vlaamse steden zo'n netwerk aan te leggen is de enorme impact van de bouwkosten –door onteigeningen en schadevergoedingen–, de waarschijnlijke administratieve procedureslagen vanwege de tegenstanders en de aanslag op de esthetiek.
Dat de latere aanleg van het netwerk en de esthetische aspecten geen te grote pijnpunten zijn bewijst de aanpak van Wenen. Oostenrijk heeft geen eigen aardgas en geen eigen havens om het in te voeren. Pijpleidingen moeten eerst verschillende andere landen doorkuisen. Warmtedistributie is er al lang een vertrouwd gegeven. Vooral in de hoofdstad is het een toonaangevende energievorm. Het netwerk, vermoedelijk het grootste van Europa, is er momenteel 1.138,6 kilometer lang en bedient meer dan 300.000 klanten. Een derde van de appartementen in Wenen wordt verward met stadsverwarming en de meeste klanten betrekken langs dezelfde weg hun huishoudelijke waterverwarming. In heel Oostenrijk bedraagt het marktaandeel van stadsverwarming 38%. Fernwärme Wien mikt tegen 2020 op een marktaandeel van 50%. Het netwerk ligt deels bovengronds, deels ondergronds. In de hoofdleidingen staat het water onder hoge druk (25 bar), bij een hoge temperatuur (160°).
Alternatief voor ziekenhuisverwarming
In 2009 startte Wenen ook met het aanbieden van koude, maar dat netwerk heeft momenteel slechts een actieradius van 5 kilometer. Het stadsbestuur ziet de uitbouw van een fijnmazig netwerk voor koeling wordt niet als een realistische optie.
Wenen is eigenlijk eerder toevallig in stadverwarming gerold. Als stad met anderhalf miljoen inwoners produceert het massa's huisvuil. Een groot deel ervan wordt verbrand. Toen de verbrandingsoven van Spittelau in 1969 werd opgetrokken, was het de bedoeling om de geproduceerde warmte te bezorgen aan het nabije ziekenhuis. Maar de bouwwerken aan het ziekenhuis liepen zware vertragingen op. Daar besloot het toenmalige Heizbetriebe Wien om huishoudelijke afnemers te zoeken voor zijn warmte.
Architectuur
In 1987 vernietigde een brand een groot deel van de fabriek. Verbrandingsovens waren toen al omstreden. Om Spittelau te heropstarten was er alleen een draagvlak als dit zou gebeuren met de beste beschikbare technieken. Het nieuwe Spittelau is niet de enige verbrandingsoven en warmteproducent in Wenen, maar wel de bekendste. Dat dankt het voornamelijk aan het architecturale karakter ervan. Wenen had de bekende architect en ecologist Friedensreich Hundertwasser (1928-2000) aangesproken om het ontwerp te tekenen. Het resultaat was dat de stad er een extra toeristische attractie bij kreeg en dat de Japanners het concept kopieerden, in Osaka.
In 2010 jaar hebben Spittelau en de andere Wenense verbrandingsovens samen 627.000 ton afval verwerkt. Naast het verbrande materiaal leverde dit ook 6.000 ton metaal op, dat opnieuw in de metaalindustrie terechtkwam. Het restafval wordt in de vorm van filterkoeken afgevoerd naar een verlaten zoutmijn. Daar worden die koeken gestockeerd, tot er technieken ontwikkeld zijn om ook materialen zoals kwik en zwavel te recycleren.
Onlangs is Spittelau gestart met een grondige modernisering van de installaties. Dat is goed voor een investering van 130 miljoen euro. Tijdens de werken, die tot 2015 zullen duren, blijft een deel van de installaties werken, behalve van september 2013 tot februari 2014. Gedurende die periode nemen andere faciliteiten de afvalverbranding en de warmtelevering over.
In de kijker
- 23/05 - 22 mei was opnieuw de Internationale Dag van de Biodiversiteit
- 23/05 - Het mondiale watersysteem verkeert in crisis
- 21/05 - Amazonewoud 300000 voetbalvelden kleiner
- 17/05 - Steeds meer schade door natuurrampen: een nieuwe economische crisis in de maak?
- 15/05 - Wereldberoemde Groot Barrièrerif in gevaar









