ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
22 December 2010 - Biomassa: belangrijk maar niet onbesproken
Biomassa is een hernieuwbare energiebron. Maar in vergelijking met wind- en zonneenergie scoort biomassa kennelijk minder. Hoe milieuvriendelijk is biomassa eigenlijk?
Biomassa kampt met een imagoprobleem. Anders dan bij cleane, emissievrije hernieuwbare energiebronnen als zon, wind en water komen er bij het winnen van energie uit biomassa door verbranding schadelijke stoffen vrij. Bovendien wordt er vaak nodeloos inefficiënt mee omgesprongen.
Zo'n 6,7% van alle Europese energie is momenteel afkomstig uit hernieuwbare bronnen. Twee derde van die energie wordt opgewekt uit biomassa. Biomassa is daarmee met stip de belangrijkste hernieuwbare energiebron, voor zonne- en windenergie en waterkracht. In de energiemix van hernieuwbare bronnen die noodzakelijk is om voor betrouwbare stroomvoorziening te zorgen naarmate hernieuwbare energie belangrijker wordt, neemt biomassa een bijzondere plaats in. Het organische materiaal, afkomstig van (de resten van) planten en dieren bevat in feite opgeslagen energie van de zon. Terwijl het opwekken van zonne-energie en windkracht afhankelijk is van het (weliswaar vrij goed voorspelbare) weer, kan de energie uit biomassa worden vrijgemaakt op door de mens gekozen momenten.
Het verbranden van biomassa draagt ook een belangrijk nadeel in zich omdat er CO2 bij vrijkomt. Weliswaar ongeveer evenveel CO2 als de planten in kwestie tijdens hun groei aan de atmosfeer onttrokken hebben en dus in principe een nuloperatie. Maar dat belet niet dat er goede en minder goede manieren zijn om biomassa te gebruiken. Belangrijk is om te weten waaruit de biomassa precies bestaat en hoe ze het best wordt verwerkt.

Nadelen van verbranden
Biomassa is de oudst bekende vorm van hernieuwbare energie. Sinds mensenheugenis verbranden mensen hout om zich te verwarmen en om eten te bereiden. Tot voor honderd jaar waren er zelfs nauwelijks grootschalige alternatieven voorhanden. Dat ligt tegenwoordig anders.
Vanuit gezondheidsoogpunt kunnen een aantal kanttekeningen worden gemaakt bij het verbranden van biomassa. Zo komen er bij het verbranden van biomassa nogal wat schadelijke stoffen vrij: zwaveloxiden, koolstofmonoxide, stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen. Ook de fijne stofdeeltjes die bij de verbranding vrijkomen, kunnen schadelijk zijn.
Ovam inventariseert
De afvalstoffenmaatschappij OVAM inventariseerde onlangs het Vlaamse potentieel aan biomassa tot en met 2020. De algemene principes en de (in de toekomst) beschikbare biomassastromen werden in een 184 pagina's tellend document vastgelegd. Een classificatie van biomassastromen op basis van criteria als kwaliteit van de grondstof, energetisch rendement en milieu-impact, is niet eenvoudig, maar wel broodnodig om voor elke soort biomassa de beste en meest milieu-efficiënte verwerkingsmethode te kiezen. Het uitgangspunt waaraan Ovam alles toetst is het levenscyclusdenken: de impact op het milieu moet zo klein mogelijk zijn, en hergebruik en recyclage krijgen waar mogelijk voorkeur op verbranding.
Groenafval en vetten
Biomassa is een verzamelterm voor zeer verschillende biologische stoffen, zoals groenafval, gebruikte frituurvetten en -olieën, houtafval, slib, dierlijk afval, olijfpulp en -pitten en koffiedik. In 2008 werd in Vlaanderen bijna 520.000 ton groenafval ingezameld (goed voor 84 kilo per inwoner per jaar). Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen huishoudelijk gft-afval en groenafval (snoeihout e.d.). Voor groenafval geldt een verbrandingverbod: recyclage door mulching en compostering komt op de eerste plaats. In de toekomst wordt het wellicht interessant om een bepaald deel (zo'n 15%) van de houtfractie uit groenafval te verbranden met energierecuperatie.
Huishoudelijk gft-afval wordt grotendeels gecomposteerd (83%) en voor een deel ook vergist met nacompostering (17%). Bij het vergisten wordt biogas geproduceerd, dat wordt verbrand voor de productie van elektriciteit en warmte. De geproduceerde warmte wordt in de huidige installaties gebruikt voor het op temperatuur houden van het vergistingsproces en (in één geval) voor het aandrijven van een waterzuiveringsinstallatie.
Het milieu-adviesbureau Miplan berekende dat 50% van alle Vlaamse gft-afval vergisten 4,1 MW elektriciteit zou opleveren en 4,4 MW warmte (tegenover respectievelijk 1,4 en 1,5 MW nu). Daarvoor is wel een grote investering, met bijbehorende overheidssteun, nodig. Een bijkomende vaststelling is dat Vlaanderen een probleem heeft met decentrale elektriciteitsproductie. Dat heeft ook zijn gevolgen voor potentiële producenten van biogas, die hun stroom niet op het net dreigen te krijgen en daardoor afhaken.
Gebruikte frituurvetten en -olieën worden voornamelijk omgezet in biodiesel (74% in 2008) of verbrand (19%). Rioolslib afkomstig uit waterzuiveringsinstallaties wordt voornamelijk vergist en gecomposteerd. Diermeel en -vet wordt voornamelijk verbrand.
Biomassa verspillen doe je zo
Dat biomassa het grootste aandeel heeft in de Belgische hernieuwbare energieportefeuille, is te danken aan Electrabel. Maar de manier waarop het energiebedrijf met biomassa omspringt, is ontluisterend. Electrabel verbrandt sinds 2005 per jaar meer dan twee miljoen ton biomassa in zijn centrales in België, Nederland en Polen. Electrabel is bij ons de onbetwiste kampioen van de bijstook van biomassa. Ongeveer twee derde daarvan bestaat uit houtpellets, samengeperst zagemeel afkomstig uit 30 landen, over heel de wereld verspreid.
De elektriciteitsproducent 'vergroent' zijn zwaar vervuilende, inefficiënte en vaak meer dan 35 jaar oude steenkoolcentrales met de toevoeging van biomassa, iets wat op forse kritiek van de milieubeweging én de milieu-adviesraad van de Vlaamse regering kan rekenen. De Minaraad schreef in februari 2009: 'De bijstook van biomassa is een suboptimaal gebruik van schaarse biomassa. Deze biomassa zou meer energie opwekken en meer CO2 besparen als ze zou worden ingezet in nieuwe 100% biomassa-energiecentrales. De steenkoolcentrales waarin biomassa wordt bijgestookt, blijven bovendien veel meer NOx, stof en SO2 uitstoten dan milieuvriendelijker alternatieven zoals aardgascentrales.'
Bijstook van biomassa in oude steenkoolcentrales vormt in feite een schandalige verspilling van biomassa. Deze centrales zetten maar 34 tot 40 % van de primaire energie in elektriciteit om. De rest gaat verloren in de vorm van warmte, voornamelijk via koeltorens en schoorstenen. Tot zover Electrabels allerindividueelste versie van 'groene stroom'. Extra cynisch is dat de groene certificaten die Electrabel op deze manier verdient, de investeringen ondermijnen in efficiëntere oplossingen met hoger rendement, zoals warmtekrachtkoppeling. Bij wijze van pleister op de wonde werd de steun voor bijstook van biomassa in steenkoolcentrales door Vlaams minister Crevits inmiddels gehalveerd.
Biowkk
Het verbranden van bijvoorbeeld hout voor de opwekking van elektriciteit heeft een laag rendement, maar bij gecombineerde opwekking van elektriciteit en warmte (warmtekrachtkoppeling of wkk) kan het rendement oplopen tot 80% of zelfs meer. De Nederlandse projectgroep Biowkk rekende uit dat er in Nederland voldoende biomassa uit reststromen beschikbaar is om 8 miljard m3 aardgas uit te sparen (een zesde van het huidige verbruik). Biomassa verbranden kan dus wél efficiënt. Ook aan de vermindering van de uitstoot van schadelijke stoffen wordt ondertussen hard gewerkt.
Spijtig genoeg ontbreekt een duidelijke norm voor bio-energie vooralsnog. De internationale projectcommissie die ISO 13065 voorbereidt, kwam in april 2010 voor het eerst samen en denkt nog vier jaar werk te hebben om de normering op punt te krijgen. In de internationale norm voor duurzame bio-energie zullen duurzaamheidscriteria worden vastgelegd, onafhankelijk van gewas, regio en toepassing. In afwachting krijgt hopelijk het gezond verstand de bovenhand, ook in ons land.
Biomassa-principes
Biomassa kan pas echt een duurzame brandstof genoemd worden als het niet concurreert met voedselproductie. Dat is de les die we uit de eerste generatie biobrandstoffen hebben geleerd, maar ze blijft actueel. Bovendien moeten vanuit het levenscyclusdenken hergebruik en recyclage van biomassa voorrang krijgen op verbranding of vergisting.
Verbranding en vergisting moet in principe voorbehouden blijven voor organische reststromen. Er moet voorts rekening worden gehouden met de (milieu)kosten van het oogsten, transporteren, opslaan en verwerken van de biomassa. De energie-uitkomst van deze processen moet een positieve balans bieden. Wat betreft de verbranding van biomassa, is het aangewezen om te kiezen voor super-efficiënte 100% biomassacentrales met wkk.









