ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
26 Maart 2010 - De druk van de bevolkingsexplosie op het milieu
Met bijna 7 miljard mensen op de aarde klinkt de roep om wereldwijde gezinsplanning harder dan ooit. Dwang is daarbij geen goed idee, maar toegang tot onderwijs en tot anticonceptie kunnen wel helpen om de druk van de mens op de planeet te reduceren.
'Het condoom is dus niet enkel nodig om de verspreiding van AIDS tegen te gaan. Reactionaire pogingen om moderne contraceptiva tegen te houden zijn dubbel onverantwoord. Wie voor het leven kiest, moet voor geboortebeperking kiezen.'
VUB-demograaf Jan Van Bavel
Een explosie van mensen
Tot 1804 oversteeg de wereldbevolking nooit het miljard mensen. Op 123 jaar verdubbelde dat aantal zich tot 2 miljard, om 33 jaar later, in 1960, 3 miljard te bereiken. De bevolkingsexplosie verloopt steeds sneller: 4 miljard mensen op de wereld in 1974, 5 miljard in 1987. (Zie rapport United Nations Population Division).
Volgens de Verenigde Naties werd de 6,8 miljardste aardbewoner geboren in juli 2009. Tegenwoordig komen er zo'n 78 miljoen mensen per jaar bij. Voor de toekomst blijft de groei hoog, al verwachten de Verenigde Naties dat de groei zal verkleinen. Tegen 2050 zouden we dan aan 9,1 miljard mensen zitten en komen er naar verwachting per jaar 33 miljoen mensen bij (zie persbericht VN).

Meer dan 90% van de bevolkingstoename situeert zich in de armste ontwikkelingslanden. Dat zijn tevens de gebieden waar de laatste ongerepte natuur te vinden is en waar de regeringen het minst in staat zijn om in te spelen op plotse veranderingen inzake bevolking en milieu (zie bv. WWF). Zo ontstaat een vicieuze cirkel van toegenomen druk op het milieu, verzwakking van lokale overheden, verzwakking van de menselijke gezondheid en van de veerkracht van het milieu. De armen, vrouwen en inheemse volkeren worden daarbij het zwaarst getroffen. Uiteindelijk komen we op een punt dat de grens van de draagkracht van het milieu is bereikt.
Maar is het wel zo eenvoudig? In de demografische wetenschap zijn er grofweg twee strekkingen terug te vinden, de pessimistische neo-malthusiaanse school die bovenstaande stelling onderschrijft, en de optimistische boserupiaanse leer, die ervan overtuigd is dat technologie het bevolkingsvraagstuk zal oplossen. De Vlaamse socioloog en prof demografie Jan Van Bavel (VUB) analyseerde de tegenstelling tussen beide denkrichtingen en kwam via een Canadese geograaf tot een interessante synthese (voor meer info over volgende paragrafen zie: De wereldbevolkingsexplosie en duurzame ontwikkeling: een veldoverzicht, Jan Van Bavel)

(Neo-)Malthusiaanse doemdenkers
Al op het einde van de 18de eeuw waarschuwde de Britse hoogleraar en predikant Thomas R. Malthus (1766-1834) voor de gevaren van een bevolkingsexplosie, die hij vooral weet aan de ongebreidelde voortplantingsdrang van armen en arbeiders. Malthus stelde dat een stijging van de welvaart de groei van de bevolking stimuleert. De bevolking gaat steeds sneller (exponentieel) groeien en botst vroeg of laat op de natuurlijke limieten van wat de aarde aan kan. Als je de bevolkingsstijging niet preventief terugdringt, zal het toenemende sterftecijfer daar uiteindelijk wel voor zorgen door ziekte, hongersnood en oorlog om de schaarse levensmiddelen.
Dat er grenzen aan de groei zijn, erkent ondertussen vrijwel iedereen. Maar hoe groot de draagkracht van de aarde precies is, blijkt moeilijker te becijferen. De ecologische voetafdruk van de overbevolking in het arme Zuiden laat zich moeilijk vergelijken met die van het rijke Noorden met zijn afkalvende bevolking. De IPAT-formule kan die impact wel precies in kaart brengen. Ze meet de impact (I) van een bevolking op een ecologisch systeem door rekening te houden met variabelen als bevolkingsomvang (P), rijkdom (A van Affluence) en de schade (T), die per eenheid consumptie aan het milieu wordt toegebracht. Vanwege haar extreem hoge A-factor zorgt (volgens sommige studies) ongeveer 20% van de wereldbevolking wonend in de geïndustrialiseerde landen voor 80% van milieuvervuiling. De welvaartsexplosie is met andere woorden in belangrijker mate verantwoordelijk voor de belasting op het milieu dan de bevolkingsexplosie. Met name de toegenomen vleesconsumptie wordt daarvoor met de vinger gewezen. De veeteelt heeft immers een veel grotere impact op het milieu dan de groenteelt.
Ester Boserup en het technologie-optimisme
Niet iedereen ziet de gevolgen van de bevolkingsexplosie zo somber in als de neo-Malthusiasen. De volgelingen van de Deense econome Ester Boserup (1910-1999) zien in de toename van de bevolking juist een opportuniteit. Hoe meer zielen, hoe groter de kans dat er voldoende menselijke intelligentie aanwezig is om de problemen van overbevolking het hoofd te bieden. Deze denkers stellen al hun hoop op de toename van de T-factor: betere en schonere technologie kan onze impact op het milieu aanzienlijk verkleinen, daar zijn ze van overtuigd.
Boserup kon met historische en eigentijdse voorbeelden haar theorie staven. In Europa leiden groeiende welvaart en technologische vooruitgang tot bevolkingskrimp. Een stijgende bevolkingsdichtheid biedt anderzijds ook schaalvoordelen: steden maken bijvoorbeeld efficiënter gebruik van energiebronnen. Maar ook Boserupianen botsen uiteindelijk op de grenzen van wat de planeet aan kan en wat de mens, ondanks al zijn creativiteit en inventieve technologie niet kan toveren.
De Candadese geograaf Vaclav Smil neemt een tussenpositie in. Hij stelt dat het wel degelijk mogelijk is om 9 miljard mensen te voeden als een aantal voorwaarden zijn vervuld. Als we de wereldbevolking op een duurzame manier willen voeden, zijn er maatregelen nodig op het gebied van landbouw, maatschappij en demografie. Op landbouwvlak gaat het in de eerste plaats over een verhoging van de efficiëntie van de voedselproductie en het terugdringen van de verspilling van mest en water. Op maatschappelijk vlak moeten we in het Westen werk maken van onze consumptiepatronen en moet de subsidie van landbouwoverschotten worden stopgezet. Demografisch is verdere geboortebeperking onontbeerlijk.
Familieplanning, een delicate zaak
Het World Wildlife Fund is een van de milieuorganisaties die de wisselwerking tussen overbevolking en milieuproblematiek onderkent en bovendien een plan heeft om er wat aan te doen. De gebieden waar de bevolkingstoename de biodiversiteit bedreigt en waar er onvoldoende gezondheidszorg en familieplanning wordt geboden, worden door het WWF in kaart gebracht. Gezondheids- en familieplanning worden geïntegreerd in conserveringsprojecten. Pilootprojecten in negen landen zullen leiden tot een handboek over dit onderwerp. Er wordt een aanpak ontwikkeld en uitgetest om de impact van migratie op biodiversiteit te verminderen. Met het aanpakken van problemen veroorzaakt door migratie en gebrekkige contraceptie waagt het WWF zich op het ethische terrein, met alle morele wolfsklemmen en ethische hangijzers van dien.
Suzanne Petroni, Senior Program Officer van de Summit Foundation in Washington, verdiepte zich onlangs in het verband tussen gezinsplanning en de klimaatkwestie en formuleert een aantal interessante bedenkingen (zie: S. Petroni, Policy review: thoughts on addressing population and climate change in a just and ethical manner, Population and Environment, januari 2010).
Petroni stelt dat er gevaren verbonden zijn aan het linken van de klimaatsproblematiek aan de bevolkingsexplosie. 'Is het recht van een gemeenschap om op een gezonde planeet te leven belangrijker dan het recht van een individu om zonder druk van buitenaf te bepalen hoeveel kinderen hij of zij wil?' schrijft ze. 'Hebben de Verenigde Staten, die buitenproportioneel veel broeikasgassen uitstoten, het recht om andere landen te vertellen dat ze hun bevolkingsgroei aan banden moeten leggen ter compensatie van onze schaamteloos spilzieke levensstijl?' En tenslotte: gedwongen bevolkingscontrole wordt bijna overal ter wereld algemeen veroordeeld. Het gevaar bestaat dat de link tussen overbevolking en klimaatsverandering suggereert dat bevolkingscontrole een makkelijke remedie wordt voor de milieuproblematieken waarmee we af te rekenen hebben.
Er is een uitweg uit de morele en ethische valkuilen: de overbevolking doen afnemen door vrijwillige gezinsplanning. Petroni stelt: 'Wanneer ze over de juiste informatie beschikken en toegang hebben tot de nodige middelen en diensten, kiezen koppels er overal ter wereld voor om minder kinderen te hebben. Zo dragen ze bij tot een verhoging van de gezondheid en verminderen ze de negatieve impact op het milieu. Het is dus moreel aanvaardbaar om meer te investeren in internationale gezinsplanning, met de nodige omizchtigheid. Het belangrijkste is dat een politiek van gezinsplanning vrijheid en rechtvaardigheid hoog in het vaandel moet dragen. Gezinsplanning is een zaak van individuen, want uiteindelijk is het met individuen – en niet met abstracte miljoenen – dat we de wereld delen.' Bovendien moet gezinsplanning ingebed worden in een geheel van sociale voorzieningen, moet er geïnvesteerd worden in de opleiding van meisjes, en moeten Amerika, Australië en Europa niet alleen hun verantwoordelijkheid erkennen voor de schade die ze aanbrengen aan het milieu, maar ook hun huidige consumptiepatroon veranderen en bijvoorbeeld minder vlees eten.
De voordelen van kleinere gezinnen
Minder mensen op de wereld betekent minder impact op het milieu. Zelfs als die mensen in een ontwikkelingsland wonen en hun ecologische voetafdruk slechts een fractie is van die van ons. Maar er zijn nog heel wat andere positieve kanten aan het bevorderen van kleine gezinnen, zo blijkt uit een rapport van de Verenigde Naties (zie: VN). De UN Population Division Policy Brief van maart 2009 stelt dat snelle bevolkingsgroei een aantal ontwikkelingsdoelen en de bestrijding van de armoede in de weg staat. Voor elke dollar die er wordt uitgegeven in verband met familieplanning, bespaar je tussen de 2 en de 6 dollar in het bereiken van de andere doelstellingen.
De vruchtbaarheid neemt overal af, behalve in de 49 minst ontwikkelde landen. In 31 daarvan had een gemiddelde vrouw in 2005 meer dan vijf kinderen gebaard. Het gebruik van moderne anticonceptiemiddelen in de minst ontwikkelde landen klokt af op 24%, tegenover 60% in ontwikkelingslanden. Vrouwen worden er op jongere leeftijd zwanger en de kindersterfte ligt er hoger. Kindersterfte kan worden verminderd door anticonceptie: kinderen hebben significant meer overlevingskans als er 24 of zelfs 36 maanden verlopen tussen de opeenvolgende zwangerschappen. In landen en gezinnen met minder kinderen, zijn die kinderen er beter aan toe. Landen met een lagere vruchtbaarheidsgraad geven meer geld uit aan onderwijs en gezondheidszorg. Kinderen uit een klein gezin hebben meer kans om langer school te lopen. Vrouwen die langer op school hebben gezeten, krijgen op hun beurt minder kinderen. Zo wordt de vicieuze cirkel van armoede en overbevolking doorbroken.









