ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
2 Mei 2011 - Ecologische detergenten toch niet zo ‘groen’

Hoewel de etiketten het vaak uitdrukkelijk vermelden, bevatten zogenaamd ecologische detergenten toch nog een aanzienlijke hoeveelheid fossiele grondstoffen.
‘100% ecologisch’, ‘Bevat uitsluitend plantaardige bestanddelen’, ‘Zuiver natuurlijk product’,..., de etiketten in de supermarkt liegen er niet om. Consumenten die bewust ecologisch winkelen, worden almaar belangrijker voor fabrikanten van consumptiegoederen. De ‘groene consument’ blijkt dan ook bereid een meerprijs te betalen voor een product dat gemaakt werd op een milieuvriendelijke wijze en dat na gebruik een zo klein mogelijke impact heeft op het milieu.
Een belangrijke categorie in het aanbod van deze ‘groene producten’ zijn de ecologische detergenten: was- en afwasmiddelen (in vloeibare, tablet- of poedervorm) die op plantaardige grondstoffen zijn gebaseerd, en niet op fossiele grondstoffen zoals aardolie. Een groen wasmiddel bevat bijvoorbeeld in plaats van aardoliederivaten een aantal plantaardige oliën op basis van kokos of palmpit.
Maar dekken die groene etiketten wel altijd de volledige lading? Dat vroegen Amerikaanse scheikundigen van het Seventh Generation Institute in Burlington zich af. Het SGI is een instituut in de staat Vermont (VS) dat onderzoek doet naar duurzame en ecologische productieprocessen. De onderzoekers gingen de herkomst na van de aanwezige koolstofatomen (als onderdeel van de verschillende organische molecuulvormen waarin het element voorkomt) in vloeibare handwasmiddelen, afwas- en wasmiddelen van een tiental verschillende fabrikanten. Ze deden dat zowel bij zogenaamd ecologische merken (‘groen etiket’) als bij klassieke detergenten.
Waarom keken ze naar het aanwezige koolstof? De reden ligt voor de hand: het is een van de weinige bestanddelen in het eindproduct waarvan de oorsprong (plantaardig of fossiel) op een ondubbelzinnige manier kan worden achterhaald.
Om de oorsprong van de koolstofatomen te bepalen, gingen de onderzoekers te leen bij de archeologie. Ze gebruikten de koolstofdatering of C14-methode, waarmee archeologen de ouderdom van resten van organisch materiaal doorgaans bepalen. Planten en dieren nemen tijdens hun leven drie verschillende soorten (isotopen van) koolstof op, dit in welbepaalde verhoudingen: C12, C13 en C14. Alleen het isotoop C14 is instabiel en kent een radioactief verval met een halfwaardetijd van 5730 jaar, waardoor langzaam maar zeker de concentratie C14 in dood plantaardig of dierlijk materiaal afneemt. Fossiele grondstoffen – die ook ooit zijn ontstaan uit plantaardig materiaal – zijn vaak ettelijke miljoenen jaren oud en bevatten dus al lang geen C14 meer.
De resultaten in de analyse van de Amerikanen zijn ondubbelzinnig en duidelijk. En ze geven ook aan dat de detergenten met een ecologisch etiket inderdaad ‘groener’ zijn dan de klassieke middelen (ze bevatten immers nog een aanzienlijke hoeveelheid C14, wat wijst op grondstoffen met een plantaardige oorsprong). Maar die gemeten hoeveelheid C14 in de ecologische middelen stemt nog niet overeen met de concentratie van C14 in de atmosfeer. Sterker: gemiddeld bleek meer dan 25 procent van het aanwezige koolstof in de detergenten van fossiele oorprong, afkomstig van aardoliederivaten dus. Het minste wat je kan zeggen is dus dat de etikettering allesbehalve correct is – zeker bij etiketten waarop letterlijk staat dat het product ‘vrij is van petrochemische substanties’.
Omdat het hier om een Amerikaans onderzoek gaat, en omdat de merknamen van de onderzochte detergenten niet werden bekendgemaakt, is het nog onduidelijk of de producten in kwestie ook bij ons in de winkelrekken liggen.








