ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
11 Januari 2010 - Een toekomst voor biobrandstoffen?

Biobrandstoffen spelen wel degelijk een rol in de energieproductie van de toekomst. Maar de manier waarop ze worden gemaakt en beheerd is bepalend voor hun impact op de samenleving, de economie en het milieu. Dat is de conclusie van een recent UNEP-rapport over duurzame productie en gebruik van biobrandstoffen.
Biobrandstoffen spelen wel degelijk een rol in de energieproductie van de toekomst. Maar de manier waarop ze worden gemaakt en beheerd is bepalend voor hun impact op de samenleving, de economie en het milieu. Dat is de conclusie van een recent UNEP-rapport over duurzame productie en gebruik van biobrandstoffen.
In het nieuwe rapport van het milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) werd de impact op klimaat en milieu onderzocht van biobrandstoffen gedurende hun volledige levenscyclus. Daarbij lag de focus vooral op de biobrandstoffen van de eerste generatie, zoals ethanol bekomen uit suikerriet. Het blijkt dat biobrandstoffen wel degelijk belangrijke emissiereducties van broeikasgassen kunnen teweegbrengen. In Brazilië, bijvoorbeeld, kan door suikerriet te gebruiken als grondstof voor de productie van ethanol 70 tot 100 procent aan broeikasgasemissies worden bespaard in vergelijking met fossiele brandstoffen. Daar staat echter tegenover dat in de tropen de ontbossing om plaats te maken voor palmolieplantages - de palmolie dient dan als basis voor de productie van biobrandstoffen - de totale broeikasgasemissies kan doen toenemen tot om en bij de 2000 procent!
Toch suggereren de auteurs van het rapport dat levenscyclusanalyse tekortschiet om andere vormen van impact van biobrandstoffen, bijvoorbeeld de impact op de waterhuishouding en op de biodiversiteit, in kaart te brengen. Zo merkt men een toename van de eutrofiëring en verzuring van water in regio’s waar biobrandstofgewassen worden verbouwd. Bovendien kan, zeker in droge, waterschaarse gebieden, de irrigatie van biobrandstofgewassen water opsouperen dat anders beschikbaar zou zijn voor het verbouwen van voedselgewassen.
Er is steeds meer land nodig om biobrandstofgewassen op te verbouwen: volgens het rapport groeiden er in 2008 op 2,3 procent van het totale areaal biobrandstofgewassen. In 2004 was dat nog 0,9 procent. Wanneer voedselgewassen worden verruild met gewassen om biobrandstoffen te produceren kan dat ernstige gevolgen hebben, zo stellen de auteurs van het rapport, de wereldbevolking neemt immers alsmaar toe waardoor er alsmaar meer land nodig is om voedsel te verbouwen. Bovendien kan de conversie van natuur in akkers voor biobrandstofgewassen koolstof vrijmaken die was vastgelegd in plantengroei en in de bodem. Ook leidt de vernietiging van natuurlijke habitats tot significante verliezen aan biodiversiteit.
In 2007 was 1,8 procent van de mondiale transportbrandstof (uitgedrukt in energie-waarde) afkomstig uit biobrandstoffen. In 2000 werd ongeveer 17 miljard liter bioethanol geproduceerd, maar in 2007 is dat opgelopen tot 52 miljard liter. De biodieselproductie is in dezelfde periode toegenomen van minder dan 1 miljard liter tot bijna 11 miljard.
De toename in de productie van biobrandstoffen is vooral te wijten aan beleidsdoelstellingen en quota voor het bijmengen van biobrandstoffen in conventionele brandstoffen. Naar alle verwachting zal ook de komende jaren de internationale handel in biobrandstoffen nog verder toenemen als gevolg van de toenemende consumptie in de VS, de EU, Brazilië en China.
In het rapport staan een aantal aanbevelingen om de milieu-impact van de biomassaproductie te verkleinen. Daarbij gaat het onder meer over volgende elementen:
- Het vergroten van de efficiëntie van de biomassaproductie door de opbrengst te verhogen en verbeteringen van de landbouwtechnologieën;
- Het verbouwen van biobrandstofgewassen op gedegradeerde, marginale of verlaten gronden, hoewel de mogelijke kosten en baten hiervan voor het milieu nog verder onderzocht dienen te worden;
- Het gebruiken van afval en reststoffen van huishoudens van de landbouw en de bosbouw;
- Het meervoudig gebruik van biomassa (‘cascade gebruik’), bijvoorbeeld door energie te recupereren uit de resten die overblijven na de elektriciteitsproductie uit biomassa. Dit kan rechtstreeks bruikbare warmte en elektriciteit opleveren, in plaats van een vloeibare brandstof die nadien nogmaals moet worden verbrand (met zekere energieverliezen)
Bovendien suggereren de auteurs dat in het biobrandstofbeleid de bijmengquota en doelstellingen naar een duurzaam niveau moeten worden teruggebracht. Productiestandaarden voor biobrandstoffen moeten worden aangemoedigd. Ook kunnen economische maatregelen helpen om de productiviteit van biobrandstoffen te verhogen. De auteurs denken hierbij met name aan het hervormen van subsidieregelingen voor fossiele brandstoffen.








