ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
25 Oktober 2010 - Het grote GGO-debat: Deel 1 - Argumenten contra GGO's
Rond GGO's leven er veel al dan niet terechte vragen, angsten en vooroordelen. ARGUS vond het tijd om de gangbare pro's en contra's van GGO's op een rij te zetten en ze te laten becommentariëren door experts.
De Europese landen zijn verdeeld over de teelt van genetisch gemanipuleerde (of gemodificeerde) organismen (GGO's, ook bekend onder hun Engelse afkorting: GMO's). Sommige landen, zoals Frankrijk, Duitsland, Polen, Oostenrijk, Hongarije, Italië en Griekenland zijn (gedeeltelijk) GGO-vrij.
Andere landen, waaronder België, Nederland, Groot-Brittanië, Ierland, Denemarken, Zweden, Finland, Spanje en Portugal laten GGO-teelt toe. In de Verenigde Staten zijn GGO's vrij algemeen aanvaard. Voor de Europese consument is het zo ver nog niet, maar in de Europese veevoedersector is het gebruik van GGO's inmiddels de gewoonste zaak van de wereld.
Consumenten blijven niet onberoerd door het gebruik van GGO's, er leven veel al dan niet terechte vragen, angsten en vooroordelen. Nog te vaak eindigen discussies tussen voor- en tegenstanders in een welles-nietes-discussie. ARGUS vond het tijd om de gangbare pro's en contra's van GGO's op een rij te zetten en ze te laten becommentariëren door experts.
René Custers, een moleculair bioloog verbonden aan het VIB (Vlaams Instituut voor Biotechnologie) pleit genuanceerd voor GGO's. Bio-ingenieur Geert Gommers is stafmedewerker voeding bij VELT (Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren) en een kritische tegenstander van GGO's.
Wat zijn GGO's?
Het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) definieert genetisch gemodificeerde organismen als volgt: 'organismen (en micro-organismen) waarvan het genetisch materiaal (DNA) zodanig veranderd wordt dat dit niet bij vermeerdering of bij natuurlijke recombinatie gebeurt. Deze techniek, vaak “moderne biotechnologie” of “genetische technologie” genoemd, soms ook “recombinant DNA-technologie” of “genetische engineering” genoemd, maakt het mogelijk om geselecteerde genen van een organisme naar een ander, of tussen verschillende soorten, over te brengen. [...] De meest courante soorten GGO’s zijn de genetisch gemodificeerde plantensoorten, waaronder variëteiten van maïs, soja, koolzaad en katoen. Deze variëteiten werden voornamelijk genetisch gemodificeerd om tegen sommige insecten bestand te zijn en een zekere tolerantie voor specifieke onkruidverdelgers te bieden.'
Argumenten die tegen GGO's worden gebruikt
'GGO's zijn mogelijk slecht voor de menselijke gezondheid'
Geert Gommers: 'Het is moeilijk om die vraag met ja of nee te beantwoorden. Om echt duidelijkheid te krijgen, zou je epidemologische studies moeten uitvoeren. Bij gebrek daaraan doet men studies bij ratten en muizen. In een van die onderzoeken ontdekte men een achteruitgang in de vruchtbaarheid van muizen die een paar generaties lang met GGO-maïs waren gevoerd. Maar muizen zijn geen mensen en de studie kon niet statistisch herhaald worden. Toch blijft er enige twijfel bestaan. De European Food Safety Authority (EFSA) gaat echter uit van 'unknown is safe'. Een inschatting die mijns inziens botst met het voorzorgsprincipe. Bovendien hebben een aantal leden van de EFSA sterke banden met de GGO-lobby. Er is een probleem van geloofwaardigheid en dat brengt een risico met zich mee.'
René Custers: 'Neen. Wij wijzigen bestaande eigenschappen van planten of voegen eigenschappen toe en houden heel goed rekening met wat dat voor de menselijke gezondheid kan impliceren. Als we bijvoorbeeld een plant insectresistent maken door er een toxine in te stoppen, kiezen we een toxine dat schadelijk is voor insecten en niet voor de mens.'
'Men zegt wel eens dat genetische manipulatie heel onprecies is: je voegt erfelijk materiaal aan een plant toe, maar je weet van tevoren niet waar het terecht komt. Wat de critici er niet bij vertellen, is dat dit gepaard gaat met een uitgebreide risico-analyse. Zo zoeken we uit of er misschien andere eigenschappen dan de bedoelde zijn veranderd. Doel van de risico-analyse is onzekerheden zoveel mogelijk reduceren. Zoals in alles bestaat risico nul niet, maar de risico-analyse die wordt uitgevoerd garandeert dat GGO's op zijn minst even veilig zijn alsconventionele gewassen. Dat is ook het wettelijk criterium.'
'GGO's bevatten antibioticum-resistentie genen'
Geert Gommers: 'Dat was ons belangrijkste argument tegen de introductie van de amflora-aardappel, een plant waarin een gen is ingebouwd dat antibioticum-resistentie opwekt. Zowel de WGO als het Europees geneesmiddelenbureau EMEA hebben gewezen op het kritische belang van de antibiotica waarvan de effectiviteit door de amflora-aardappel kan worden aangetast. Een dergelijke analyse van zulke instituten beschouw ik als een duidelijke aanwijzing van een reëel risico. Ik vind het dan ook jammer dat zulke aardappelen uiteindelijk toch zijn toegelaten door de Europese Commissie.'
René Custers: 'In GGO's worden vaak antibioticum-resistentie genen ingebracht als hulpmiddel om tijdens het modificatieproces gemakkelijk de gemodificeerde plantjes te kunnen selecteren. Tegelijk willen we natuurlijk vermijden dat schadelijke bacteriën resistenter kunnen worden dan ze al zijn. De kans is weliswaar heel klein dat een stukje erfelijk materiaal uit een plant zou worden opgenomen door een bacterie, maar ze is niet geheel onbestaande. We lossen deze kwestie op door enkel gebruik te maken van antibioticum-resistentiegenen waarvan het bijbehorende antibioticum niet relevant is voor mens of dier en waartegen bacteriën al resistentie hebben ontwikkeld.'
'GGO's kunnen allergische reacties veroorzaken'
Geert Gommers: 'Het is een algemene tendens dat het aantal allergische reacties bij mensen toeneemt. Dikwijls heeft dat te maken met het feit dat mensen lichaamsvreemde stoffen binnen krijgen, zoals pesticiden en additieven. Met GGO's verhoog je de input van lichaamsvreemde stoffen. GGO's verbreken de barrières tussen soorten: het zijn wereldvreemde en dus ook lichaamsvreemde stoffen. Of GGO's effectief allergene reacties veroorzaken, weet ik niet, maar ik zou het gezond verstand laten primeren en zoveel mogelijk de inname van lichaamsvreemde stoffen te vermijden.'
René Custers: 'Ook deze kwestie wordt in onze risico-analyse onder de loep genomen. Als we een eigenschap in een plant stoppen, weten we waar die vandaan komt en wat de allergene eigenschappen ervan zijn. Sommige planten staan bekend als veroorzaker van allergische reacties, andere helemaal niet. Aardappelen absoluut niet, soja wel, noten heel veel. Als je een stukje erfelijk materiaal van een noot in een andere plant brengt, moet je goed uitkijken dat de factor die je inbrengt niet degene is die de allergische reactie veroorzaakt. Als je genetische modificaties uitvoert aan een plant die bekend staat om zijn allergeen karakter, vermijd je die eigenschap te versterken. In de praktijk werken we met een stapsgewijze risico-analyse die bepaalt of er additionele allergietesten moeten worden uitgevoerd.'

'GGO's maken boeren in toenemende mate afhankelijk van multinationals'
Geert Gommers: 'GGO's worden als een technologische oplossing naar voren geschoven, waarbij bedrijven een patent nemen op een ontwikkeling. Automatisch betekent dat dat de landbouwer die producten enkel kan aankopen via de kanalen van dat bedrijf. In de praktijk wordt aan een bepaalde toepassing ook al een bepaald herbicide gekoppeld. Als landbouwer geraak je zo sterk gebonden aan een aantal bedrijven. In het kader van de voedselzekerheid is dat geen goede zaak. Ik antwoord dus volmondig ja op deze stelling. Een extreem voorbeeld vind je trouwens bij de Canadese landbouwer Percy Schmeizer, die een proces aan zijn been kreeg ten gevolge van een contaminatie op zijn eigen veld met Monsanto-zaden. VELT is radicaal tegen het patenteren van zaden en planten.'
'Er wordt wel eens gezegd dat boeren meer inkomen zouden genereren omdat GGO's hun opbrengsten kunnen verhogen, maar zo werkt de wereldmarkt niet. Als er meer is van een product, zakt de prijs en verdien je op het einde van de rit soms minder. GGO's zouden makkelijker en minder arbeidsintensief zijn, maar in de VS zie je nu dat GGO-planten, vooral soja, resistenter worden tegen onkruidverdelgers. In Amerika wordt amarant steeds resistenter tegen Roundup, wat echte problemen veroorzaakt voor de boeren. We kunnen hier al spreken van een monocultuur van resistent geworden onkruid, wat nefast is voor de biodiversiteit. Het probleem van GGO's is dat ze zich focussen op één aspectje van een plant en daardoor erg kwetsbaar worden. Terwijl in de biologische landbouw en de agro-forestry met een set van maatregelen wordt gewerkt: preventief, en curatief als er een plaag optreedt.'
René Custers: 'Is dat wel zo? Gemodificeerde gewassen kunnen geoctrooieerd worden, dus het patentrecht speelt een rol. Het biedt bedrijven mogelijkheden die ze met conventionele gewassen niet hadden, al zal dat niet tot in de eeuwigheid duren. Los van genetische modificatie was er sowieso al een consolideringsbeweging gaande in de veredelingssector. Overheden doen steeds minder aan veredelen, het bedrijfsleven steeds meer. Veel kleine, zelfstandige bedrijfjes worden onderdeel van een grotere firma.'
'Wat is afhankelijkheid? Een boer heeft nog altijd de keuzevrijheid welk zaad hij koopt en bij wie hij het koopt. Aan de aankoop van een genetisch gewijzigd gewas zitten voorwaarden vast – zoals zelf geen zaad bijhouden voor het volgend seizoen. In een aantal contexten kan dat een probleem zijn, zoals in ontwikkelingslanden waar boeren misschien gewoon zijn zaaigoed bij het houden. Ik ben zelf opgegroeid op een akkerbouwbedrijf en ik heb nooit anders geweten dan dat mijn vader elk jaar nieuw zaad kocht, omdat het gecertificeerd was, virusvrij en voorbehandeld. Ik denk dat dat voor het gros van de boeren in België geldt.'
'Een boer zal ook alleen GGO-zaden kopen als ze renderen, bijvoorbeeld door een grote oogstzekerheid of een betere insectresistentie. Voorbeelden uit Spanje geven aan dat sommige boeren tot 130 euro meer verdienen per hectare maïs. En dat de GGO-maïs het meest wordt geplant in de gebieden waar de ziektedruk het hoogst is. Het gezond boerenverstand overheerst dus.'
'Kruisbesmetting van niet-gemodificeerde planten door GGO's is niet te vermijden.'
Geert Gommers: 'Kruisbesmetting is sterk afhankelijk van plant tot plant. Het hangt er van af hoe het zaad zich verspreidt en of het licht of zwaar zaad is. Bij koolzaad is de verspreiding van het zaad niet in toom te houden. In Vlaanderen met zijn versnipperd landschap is het dan ook onzin om GGO-koolzaad te telen. Bij maïs is het risico heel wat kleiner. Beleidsmatig streeft men naar de co-existentie van GGO's en niet-GGO's, maar hoe gaat dat in de praktijk? De afstanden tussen beide teeltwijzen bedraagt 50 meter in Vlaanderen en 600 meter in Wallonië. Een enorm verschil dat vooral politiek geïnspireerd is. Vijftig meter afstand geeft risico op contaminatie, dat is wetenschappelijk aangetoond. Er zijn te veel randfactoren die een rol spelen: klimaat, wind, insecten... In de praktijk is co-existentie zonder kruisbesmetting niet te realiseren.'
René Custers: 'In sommige gevallen is kruisbesmetting niet of nauwelijks te vermijden, in andere gevallen bijzonder moeilijk. Daarbij moet ik aanstippen dat ook de conventioneel veredelde planten die we vandaag kennen, die door de jaren heen door de mens zijn gekneed, en waar allerlei eigenschappen aan toegevoegd zijn, ook hun effect hebben op de natuur. Vandaag heeft de wilde wortel een eigenschap die van de cultuurwortel afkomstig is. Hadden we die laatste dan van de markt moeten houden? Het klopt dat gentechnologie dingen aan planten toe kan voegen die er op natuurlijke wijze nooit in terecht zouden komen. Vandaar dat we bij gemodificeerde planten buiten het labo altijd in de risico-analyse nagaan of de planten een ongewenst effect kunnen hebben op de natuur. Maar een eigenschap als bijvoorbeeld herbicidetolerantie heeft geen effect op de wilde populatie.'
'Genetische manipulatie is onvoorspelbaar, oncontroleerbaar en onomkeerbaar,' dixit Greenpeace.
Geert Gommers: 'Onvoorspelbaar en oncontroleerbaar zijn GGO's zeker: je weet niet waar ze gaan belanden van als ze in de natuur gebracht worden en je weet niet hoe ze uiteindelijk gaan evolueren. Je kan stellen dat dit voor niet-GGO-planten ook het geval is. In de natuur kunnen bepaalde planten ook invasief worden en woekeren. Maar GGO's zijn platen die van nature niet aanwezig zijn op de aarde. Je kan dus nog minder inschatten wat er uiteindelijk mee gebeurt.'
'Wat de oncontroleerbaarheid betreft: sporen van GGO-lijnzaad, dat in Europa niet geteeld mag worden, maar in Canada wel, werden vorig najaar aangetroffen in allerlei producten zoals muesli-broodjes, pasta en andere graanproducten. In de praktijk is het scheiden van GGO's en niet-GGO's blijkbaar niet realiseerbaar. In de plaats van de industrie zou ik daar heel verveeld mee zitten. Het is ook een strategie van de industrie om beleidsmakers voor voldongen feiten te stellen. Maar het is niet omdat iedereen door het oranje licht rijdt, dat je dat moet toelaten. De Europese consument is ook absoluut geen vragende partij voor GGO's in zijn voedsel. Daar zou de industrie beter rekening mee moeten houden.'
'Het grootste bezwaar tegen GGO's is de onomkeerbaarheid: je opent een doos van Pandora en je weet niet waar je eindigt. Je verandert iets in de natuur dat je er achteraf niet kunt uithalen. Wat mij betreft is dat het belangrijkste argument om te pleiten voor een voorzorgsprincipe, ook omdat we heel wat kanttekeningen kunnen plaatsen bij de vermeende voordelen van GGO's.'
René Custers: 'Greenpeace hamert op die onvoorspelbaarheid, maar ik ben het daar niet mee eens. Gentech-planten zijn niet onzekerder in hun evolutie en mutaties dan conventionele planten. Elke nieuwe generatie van een plant bevat ongeveer duizend mutaties, waarvan de overgrote meerderheid niets doet, in de zin dat ze niet leiden tot een wijziging in een eiwit. De belangrijkste activiteit van veredelaars is niet het creëren van nieuwe rassen, maar het in stand houden van bestaande rassen. Als ze dat niet zouden doen, zou het ras na vijf of tien jaar niet meer zijn wat het was, puur als gevolg van het optreden van spontane mutaties.'
'Oncontroleerbaar? Hetgeen wij doen is nu net het meest controleerbare wat er bestaat. In GGO's is het stukje veranderd DNA altijd traceerbaar. Oncontroleerbaar is het dus zeker niet.'
'Onomkeerbaar, dat klopt. Het is moeilijk om iets dat zich in de natuur heeft gevestigd ongedaan te maken. Eenmaal buiten en verspreid in de natuur wordt dat heel moeilijk. De vraag is in feite: hoe groot is de kans dat er uiteindelijk toch iets mis gaat? Die kans is klein. En nogmaals, alles wat we conventioneel doen is niet alleen onomkeerbaar, maar kan bovendien niet gedetecteerd worden. En dat laten we allemaal passeren. Alles is dus relatief.'
'Omdat veevoer systematisch uit GGO's bestaat, heeft de (niet-vegetarische/niet-biologische) consument niet langer de keuze om GGO-vrij te eten.'
Geert Gommers: 'Dat is inderdaad een probleem. Doordat GGO's aanwezig zijn in veel veevoer, zijn ze ook aanwezig in onze voeding. Je moet immers, zoals in elk lastenboek gebruikelijk is, rekening houden met de ganse GGO-keten. GGO's zijn een instrument dat eigen is aan een bepaald type landbouw: intensief, monocultuur, niet-grondgebonden. Dat botst met een maatschappelijke tendens waarin steeds meer mensen, ondertussen zo'n 30% van de bevolking, voor hun voeding belang hechten aan waarden als authenticiteit, smaak, natuur, dierenwelzijn. Die mensen kiezen steeds meer voor biologische voeding, de boer in de buurt, en zo voort. De hang naar authenticiteit neemt toe en GGO's passen daar niet in. De impact blijft nog beperkt: ongeveer 2,5% van de verkochte voeding in Vlaanderen is bio. De overheid zou meer moeten inzetten op die ontwikkelingen.'
René Custers: 'Tachtig procent van het veevoer is genetisch gemodificeerd, en dat wordt met name gegeten door vleeskippen en varkens. De dieren moeten snel groeien en soja is hun belangrijkste eiwitbron. Als je als consument zo ver wil gaan te stellen dat er in het hele proces dat je voedsel heeft doorlopen geen GGO's aan te pas mogen komen, dan wordt het vandaag lastig om vlees te eten. Als we niet willen dat Europa voor 80% van zijn eiwitten afhankelijk is van de rest van de wereld, dan moeten we dat veevoer zelf produceren. Dan kunnen we best met zijn allen wat minder vlees gaan eten. De meest duurzame manier van voedselcosumptie is zo weinig mogelijk dierlijk eiwit eten.'
'Gentechnologie is in tegenspraak met wat de IAASTD voorschrijft.'
Het IAASTD (International Assessment of Agricultural Science and Technology for Development, een initiatief van o.a. UNEP, WHO, FAO en de Wereldbank) verkiest lowtech-oplossingen voor de landbouw boven biotechnologie. (Zie IAASTD-rapport: agriculture at a crossroads)
Geert Gommers: 'Het rapport is heel duidelijk: als het gaat over voedselzekerheid, bieden GGO's geen oplossing voor het voeden van de wereldbevolking. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat boeren in arme landen voldoende voedsel produceren? GGO's vormen niet het antwoord. Dat lukt veel beter met wat de IAASTD omschrijft als “integrated agro-ecology.” Het rapport van de IAASTD is een hart onder de riem. Het is een werkstuk van meer dan 400 wetenschappers die werken voor instellingen van de Verenigde Naties en het probleem van voedselzekerheid proberen aan te pakken. Daarvoor schuiven ze vijf oplossingen naar voren, en GGO's horen daar niet bij. Spijtig genoeg heeft de Vlaamse regering die nota niet bekrachtigd. Men lijkt er van uit te gaan dat het vooral van toepassing is voor arme boeren. De oplossing voor het Noorden bestaat er overigens niet in om terug te keren naar de low tech met paard en kar. Maar landbouw moet wel terug lokaal geënt zijn, met lokale zaden, met organische mest van eigen dieren. Een benadering die veel verder gaat dan focussen op één aspectje, zoals bij GGO-gewassen het geval is.'
René Custers: 'In het lijvige rapport dat de organisatie gemaakt heeft over de toekomst van de landbouw hebben ze de gentechnologie inderdaad niet bovenaan hun lijstje van prioriteiten gezet. Ze zien meer in agro-ecologie, conventionele veredeling, enzovoorts. Onderzoek naar duurzame landbouw, naar bodemvruchtbaarheid en hoe de bodem een rol speelt in opbrengst en gezondheid van gewassen, is belangrijk. Maar ik zie niet in waarom die aanpak niet gecombineerd kan worden met een gewas waarin bijvoorbeeld een bepaalde ziekteresistentie is ingebracht. Biologische landbouw biedt heel wat voordelen wat betreft sluiten van cycli, het vermijden van overbemesting, ziektes onder controle houden door kleinschaligheid en gewassen combineren. Maar er staat een kost tegenover: gemiddeld brengen die gewassen 25% minder op.'










