ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
10 Juni 2011 - Indirect of virtueel water

BRUSSEL - de watervoetafdruk, virtueel water, indirect watergebruik,... het zijn termen die steeds meer opgang vinden. Water-NGO bij uitstek, PROTOS vzw, zette kort haar visie op papier hoe om te gaan met het concept virtueel of indirect water.
Je hebt water nodig om voedsel te produceren zoals granen, groenten, vlees of zuivelproducten. Ook om bepaalde grondstoffen, zoals katoen of koffiebonen te kweken, heb je water nodig. Om goederen te produceren via industriële processen, zoals, het wassen, branden, verpakken van koffie, het maken van een jeansbroek, een GSM of een auto, is veel water nodig als proces- was- of koelwater.
Het gebruikte water bij deze processen noemt men “virtueel” water of “indirect” water. Het kan zowel “blauw” water zijn, - oppervlaktewater of grondwater- , of “groen” water zijn, -het (regen)water in de bodem dat door de planten opgezogen wordt- , of grijs water zijn, - gebruikt (afval)water dat onmiddellijk hergebruikt wordt.
Professor Tony Allan van het King’s College Londen introduceerde als eerste het concept begin de jaren negentig. Bij zijn onderzoek stelde hij een grote handelsstroom vast in “virtueel” water. Wanneer een land bv. tarwe invoert, dan voert het ook ‘indirect’ water in. Wanneer een land katoen uitvoert, dan voert het ook ‘indirect” water uit. Vandaar ook dat prof Allan er op wees dat waterbeheer eigenlijk een politiek gegeven is. Zijn pleidooien om vanuit het concept virtueel water kritisch te kijken naar waterbeheer viel niet in dovemansoren. T. Allan kreeg er in 2008 de Stockholm Water Prize voor.
Prof Arjen Hoekstra van de universiteit van Twente werkte het concept verder uit. Per product kan men een waterverbruik berekenen of inschatten: de watervoetafdruk per product, waarbij men rekening houdt met het totale watergebruik in de diverse stappen van de gehele productieketen. Het meest sprekende is voorbeeld is dat men voor 1 kg rundvlees te produceren 16.000l water gebruikt.
Voor een bedrijf of organisatie kan je ook de watervoetafdruk berekenen. En iedereen kan zijn eigen watervoetafdruk berekenen. Je kunt ook per land een watervoetafdruk berekenen, rekening houdend met intern gebruikt water, en “ingevoerd” water. Voorbeelden van virtueel of indirect water van enkele producten, alsook methoden om je watervoetafdruk te berekenen, vind je op de website van prof Arjen Y. Hoekstra van de universiteit van Twente of op de website van Ecolife, VELT en WWF
Hoe omgaan met het concept?
Het concept indirect water is interessant, maar moet in relatie gezien worden tot de problematiek van waterbeschikbaarheid, waterstress en waterschaarste. Het is wel een goed instrument om in een bedrijf of organisatie aan “water stewardship” te doen: het zo klein mogelijk maken van de watervoetafdruk om een bepaald product of dienst te leveren.
Relatie tot waterbeschikbaarheid, waterstress of waterschaarste
Indien het rund om die ene kg rundvlees op ons bord te krijgen, loopt te grazen in de vaak en veel door regen besproeide weiden van de Belgische Ardennen, dan zal wel niemand wakker liggen van het hoge watergebruik. De Ardennen liggen in de hoge categorie van zoetwaterbeschikbaarheid per inwoner.
Indien daarentegen, om hetzelfde rund te kweken, men zeer veel bos omhakt in Brazilië (met nefaste gevolgen i.v.m. de klimaatproblematiek) om soja te telen, die dan tegelijk alle beschikbare water opslorpt en streken droog zet voor de drinkwaterbevoorrading van de lokale bevolking, dan mogen we het met die 16.000l veel moeilijker hebben. Soja is het voornaamste bestanddeel voor veevoeders. Brazilië is een grote uitvoerder van “virtueel water”. En jammer genoeg gebeurt dit van uit streken die over veel minder zoetwater beschikken dan het Amazonegebied.
Belangrijk is wel te beseffen dat de waterproblematiek heel specifiek en lokaal is, en sterk verschilt van een streek tot streek.
Goed instrument voor “water stewardship”
Het concept indirect water, en vooral dan de afgeleide watervoetafdruk is een prima instrument om aan “water stewardship” te doen als bedrijf of als organisatie. Hoe kan je het watergebruik terug brengen? Je slaat 4 vliegen in één klap. Je legt minder druk op de lokale watervoorraden. Je legt minder druk op het milieu, want alle gebruikte (afval)water komt terug in de natuur terecht. Geconcentreerde organisch belaste afvalwaterstromen zijn makkelijker te zuiveren dan verdunde stromen. En je bespaart geld op zowel innamekosten als zuiveringskosten van het water.
Toekomstig politiek beslissingsinstrument?
Mits meer verdieping en research is het concept indirect of virtueel water, en de watervoetafdruk, in de toekomst een mogelijk bijkomend beslissingsinstrument voor overheden. Waarvoor gaan we het beschikbare zoetwater (in veel gebieden ook schaars) het eerst gebruiken? Hoe zorgen we in de toekomst dat het water voor de voedselproductie wereldwijd het meest efficiënt gebruikt wordt? Wat zijn de meest geschikte regio’s, gezien de klimatologische condities en de zoetwaterbeschikbaarheid, om een bepaald gewas te telen?
Dit zou een heel ander licht kunnen werpen op de politiek van voedselsoevereiniteit van bepaalde staten. Moet Israël bijvoorbeeld per se al zijn voedsel zelf produceren, in een gebied van zeer grote waterschaarste? Dit zou ook een ander licht kunnen werpen op het nut van bepaalde huidige commerciële landbouwpraktijken. Moet Egypte nog meer stukken van de woestijn vruchtbaar maken met Nijlwater om voor ons aardappelen te kweken of dagelijks verse boontjes op ons bord te krijgen? Dat terwijl de bovenloopse buurstaten het water van de Nijl slechts mondjesmaat mogen gebruiken.
Het concept zou kunnen helpen om wereldwijd te zorgen voor een meer eerlijk gebruik van de beschikbare zoetwatervoorraden en bij te dragen tot de wereldwijde voedselzekerheid.
De watervoetafdruk op zich en alleen als politiek beslissingselement gebruiken is echter ook uit den boze. Er zijn nog andere belangrijke factoren om in rekening te brengen: denken we maar aan de CO2- uitstoot voor productie en transport van een product/dienst. En het landgebruik. En de te verwerken afvalstromen van een product. En de “sociale afdruk” van de gehele productieketen. En (de gewenste) soevereiniteit van een staat...
Economische, ecologische, sociale, staats- en wereldbelangen dienen het liefst evenwichtig afgewogen te worden. Vandaar onze stelling dat het indirect watergebruik een bijkomend element kan worden in politieke besluitvorming.









