ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
24 November 2011 - Wanneer korte levensduur een troef wordt…

De GSM die na drie jaar stuk gaat. Een computer die na vier jaar aan vervanging toe is, een paar schoenen na één jaar,… onvermijdelijk? Niet altijd. Maak kennis met de wondere wereld van ‘geplande obsolescentie’. Of: wanneer falen de omzet doet stijgen.
King Camp Gillette (1855 – 1932) werd miljonair door de ontwikkeling van het bekende verwisselbare scheermesje. Hij kwam op dat idee nadat William Painter, uitvinder van de kroonkurk, hem volgende tip had gegeven: “Als je echt rijk wil worden, verkoop dan iets wat de mensen weggooien.”
Het voorval illustreert goed dat bedrijven veel winst kunnen boeken door zich te focussen op het ontwikkelen van producten en uitdenken van marketingstrategieën die leiden tot een korte levensduur van desondanks gewenste koopwaar. Denken we maar aan wegwerpmeubelen die zo goedkoop zijn dat klanten liever deze aanschaffen dan types die lang meegaan, aan elektronica die het kort na de garantieperiode (sinds 2004 minimum 2 jaar) laat afweten, aan kledij die zo manifest behoort tot een voorbijgegane mode dat weinigen het een jaar later nog willen dragen,…
Geen wonder dat intussen een bijzonder begrip is opgedoken: ‘geplande obsolescentie’. Dit betekent: zoeken naar manieren om een product op een gegeven moment verouderd (kapot, uit de mode,…) te laten blijken. Voorstanders stellen dat dit mechanisme innovatie stimuleert, en dat het vaak gepaard gaat met het ontstaan van producten die meer consumenten zich kunnen veroorloven. Tegenstanders zeggen dan weer dat mensen op die manier worden uitgebuit, en dat meer afval, vervuiling en uitputting van grondstoffen het gevolg is. Wat er ook van zij: geplande obsolescentie bestaat. En het doet zich voor in 6 verschijningsvormen.
1. Technische obsolescentie
Bij een defect kan de kost een product te repareren, groter blijken dan de aanschafprijs van een nieuw model. Of er wordt vanaf een gegeven moment gestopt met het geven van ondersteunende diensten of onderdelen. Wat ook gebeurt: de creatie van nieuwe productlijnen die niet compatibel zijn met de vorige. Zoals de opeenvolgende technologieën VHS video, DVD en Blu-Ray.
2. Gepatenteerde batterijen
Herlaadbare lithiumbatterijen bevatten geïntegreerde schakelingen. De fabrikant kan deze zo instellen dat de batterijen het vroeger dan nodig laten afweten. Wanneer bovendien de productie ervan wordt stopgezet, kan het product dat zo’n type bevat, niet meer van een nieuwe worden voorzien.
3. Systemische obsolescentie
Een product zal verouderd blijken wanneer het systeem, waarin het wordt gebruikt, dusdanig is veranderd het moeilijk wordt het te blijven gebruiken. Denk aan de introductie van een nieuwe tekstverwerker, die niet in staat is documenten te lezen van oudere types. Een ander voorbeeld is wanneer fabrikanten van printers ervoor zorgen dat nieuwe modellen geen gebruik kunnen maken van een vroeger type cartridges.
4. Stilistische obsolescentie
Door vormgevingen regelmatig te veranderen, krijgen mensen het gevoel dat hun model uit de tijd is. Een aangepaste marketingcampagne bevordert nog deze perceptie. De voorbeelden van dergelijke geplande obsolescentie zijn talloos: auto’s, kleding, gsm’s (waarbij vaak ook weinig belangrijke technische veranderingen worden uitvergroot),…
5. Gemelde obsolescentie
Sommige producten geven een melding dat ze verouderd zijn. Denk aan tandenborstels met borstelharen waarvan de blauwe kleur vervaagt bij elk gebruik; zodra het blauw is verdwenen, zou een nieuwe borstel nodig zijn. Een vergelijkbaar voorbeeld zijn scheermesjes met een gekleurde strip die aangeeft wanneer het tijd is voor vervanging. De gebruikers van zo’n producten werpen ze weg zodra ze dat sein zien, of eerder, want ook dat kan nodig blijken. In sommige gevallen gaat dergelijke melding zelfs gepaard met een automatisch onbruikbaar maken. Een voorbeeld zijn inktjetprinters, waarin zich cartridges met gepatenteerde chips bevinden. Deze kunnen ervoor zorgen dat het inktpatroon onbruikbaar is vanaf een bepaald, vooraf ingesteld niveau (aantal pagina’s, gebruiksduur,…), zelfs als zich daarin nog steeds inkt bevindt.
6. Onnodig gebruik
Stel, een inktjetprinter bevat een cartridge met zwarte inkt, en een kleurencartridge met rode, gele en blauwe inkt. Fabrikanten kunnen zo’n toestel dusdanig programmeren dat het ook kleurinkt gebruikt wanneer zwart wordt gedrukt, zodat het bijhorende inktpatroon sneller leeg raakt.








