ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
22 Februari 2011 - Yasuní-initiatief lijkt net iets té revolutionair
QUITO - Het leek een gouden deal. In plaats van de olie onder een waardevol stuk Amazonewoud aan te boren, wilde Ecuador het natuurgebied sparen in ruil voor financiële compensaties.
Talloze potentiële donorlanden reageerden enthousiast op het initiatief. Een half jaar na de officiële lancering van het project, is er echter nog nauwelijks geld opgehaald.
Aan de ene kant leek het Yasuní-ITT-project een uitgelezen manier voor de rijkere landen om hun ontwikkelingshulp te koppelen aan inspanningen op het vlak van klimaat en biodiversiteit. Aan de andere kant had het ook wel iets van een gijzelingsactie. Ecuador wilde met het initiatief de rijke industrielanden ertoe bewegen de helft van de waarde van de olie onder het nationale park Yasuní te betalen – geschat op 846 miljoen vaten – zodat het land het zwarte goud kon laten waar het zat. De Ecuadoriaanse regering hoopte op die manier in een periode van 13 jaar, zowat 2,5 miljard euro binnen te halen.
Ondanks de zegen van de Verenigde Naties aan het project, loopt het niet bepaald storm bij de intekening voor donorlanden. Van het vooropgestelde bedrag is nog maar een paar miljoen euro effectief overgemaakt. Spanje droeg met 1 miljoen euro tot nu toe het meeste bij, gevolgd door de Waalse regering (300.000 euro) en Chili (80.000 euro). Andere landen zoals Frankrijk, Duitsland, Zweden en Noorwegen hebben al aangegeven gezamelijk de helft van de totale 2,5 miljard euro voor hun rekening te willen nemen, maar vooralsnog werd er nog geen euro naar Ecuador overgeschreven.
In januari 2011 is de zaak in een stroomversnelling gekomen, al moet nog blijken of het effect daarvan positief is voor de bescherming van het waardevolle natuurgebied, dan wel nefast. De Ecuadoriaanse president Rafael Correa, die sinds zijn aanstelling in 2007 met zijn land een meer linkse koers vaart, stuurde het driekoppige comité dat instaat voor de fondsenwerving van het Yasuní-project, de laan uit. In het comité zetelde onder meer Fander Falconi, de minister van Buitenlandse Zaken en een trouwe partijgenoot van Correa.
De aanleiding tot het collectieve ontslag was niet zozeer de tegenvallende instroom van donorgeld, als wel de strikte voorwaarden die de geïnteresseerde donorlanden leken te willen stellen aan de Ecuadoriaanse overheid. Die voorwaarden, waarover inhoudelijk niet werd gecommuniceerd, waren voor Correa onaanvaardbaar en hielden volgens de president een aanfluiting in van de soevereiniteit van het Zuid-Amerikaanse land. De president heeft nu een nieuwe deadline gesteld voor het initiatief. Voor het einde van dit jaar moet er 75 miljoen euro binnen zijn, anders zal de olie onder Yasuní alsnog worden aangeboord.
Patrick van Damme, directeur van het Laboratorium voor Tropische en Subtropische Landbouw en Etnobotanie aan de Universiteit Gent, kent Ecuador heel goed. Hij is als adviseur onder meer verbonden aan het ministerie van landbouw. Volgens Van Damme verdient het Yasuní-project alle kansen. ‘Persoonlijk vind ik dit soort eigenzinnige initiatieven veel nuttiger dan bijvoorbeeld de handel in emissierechten, waarop weinig of geen controle bestaat. Met zo’n project geef je donorlanden de kans rechtstreeks te investeren in een armlastige economie, en wel als een onderdeel van hun klimaat- en biodiversiteitsbeleid. De opbrengst kan worden aangewend om aan kleine, lokale boeren in ontwikkelingslanden nieuwe perspectieven te bieden, door in te spelen op duurzame landbouw, bijvoorbeeld.’
Bestaat er een gelijkaardig initiatief in de wereld? Van Damme: ‘Je zou het Yasuní-project kunnen vergelijken met een zogenaamde debt-for-equity swap, zoals in Brazilië heeft plaatsgevonden. Dat land verkreeg dat een groot deel van zijn staatsschuld werd kwijtgescholden, in ruil voor een moratorium op de kap van het Amazonewoud. Bij dit soort projecten is het echter wel uitermate belangrijk dat de donorlanden permanent controle blijven hebben over wat er precies gebeurt met de beschermde natuur. Zoiets stuit natuurlijk nogal gemakkelijk op tegenwerpingen van het land in kwestie.’
Ecuador ziet veel inkomsten de mist ingaan als het de olievelden onder Yasuní onaangeroerd laat. Van Damme: ‘De winst die men misloopt door niet te exploiteren, moet men natuurlijk ergens anders gaan zoeken. En het is maar de vraag of de Ecuadoriaanse regering daarin zal slagen. Op langere termijn zie ik in ieder geval niet goed in hoe we de Ecuadorianen er kunnen van weerhouden hun oliereserves te exploiteren – zeker met de almaar stijgende olieprijs in het achterhoofd. Zelfs rijkere landen zoals de Verenigde Staten kampen met het probleem. President Obama kan nu wel verhinderen dat er in Alaska op grote schaal naar olie wordt geboord, maar een volgende (Republikeinse) president kan hier plotsklaps helemaal anders over beslissen.’
Ligt de gewone Ecuadoriaan eigenlijk wel wakker van natuurbehoud? ‘De gemiddelde Ecuadoriaan heeft het niet erg breed, want de voedselprijzen zijn de laatste jaren erg gestegen – een gevolg van de zogenaamde dollarisering en het feit dat het land niet zelfvoorzienend is. Met initiatieven gebaseerd op hoogdravende principes zoals het in stand houden van de biodiversieit, zet je dus geen volksmassa in beweging. Maar onder de nieuwe president gaat het wel langzaamaan de goede kant uit. Zo werd er ruim anderhalf jaar een nieuwe grondwet gestemd. Daarin worden nu niet alleen meer de rechten van mensen beschreven, maar ook die van dieren en planten, in het kader van het behoud van de biodiversiteit. Specifieke wetten of uitvoeringsbesluiten zijn er nog niet uit voortgekomen, maar ik verwacht wel dat die er zullen komen.’
Het nationale park Yasuní is befaamd voor zijn enorme biodiversiteit. Onderzoekers telden hier per hectare meer boomsoorten dan in de Verenigde Staten en Canada samen. Het is echter niet alleen daarom een waardevol natuurgebied. In Yasuní leven enkele totaal geïsoleerde inheemse indianenvolken zoals de Tagaeri en de Taromenane.
Om die redenen staat Yasuní sinds 1989 op de Unesco-lijst voor werelderfgoed. De oliereserves waarvan sprake is, behelzen niet het volledige nationale park. Eigenlijk gaat het om drie afzonderlijke olievelden, met een geschatte, gezamelijke opbrengst van 846 miljoen vaten ruwe olie. Dat is een vijfde van de totale oliereserve van Ecuador, dat sinds 2007 weer lid is van de OPEC. Het Zuid-Amerikaanse land is voor een derde van zijn inkomsten afhankelijk van de uitvoer van olie.
In de kijker
- 16/02 - Schaatsen op natuurlijke wijze
- 15/02 - Droger en warmer Amazonewoud kan klimaatkiller worden
- 13/02 - Horeca Vlaanderen helpt natuurorganisaties bedreigde haringhaai te redden
- 13/02 - Mexico experimenteert met wolkenmanipulatie tegen droogte
- 10/02 - Voedingsindustrie sleutelt aan duurzaamheid









