ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
25 Juni 2012 - Klimaatopwarming: niet ‘of’, maar ‘wanneer’

Omdat klimaatmodellen almaar complexer worden, nemen ook de onzekerheidsmarges rond de voorspellingen toe. Dat kan het publieke vertrouwen in heersende instanties zoals het IPCC schaden. Tenzij wetenschappers in hun klimaatrapporten deze onzekerheid op een subtiele manier weten te verpakken.
Het Intergouvernmental Panel on Climate Change (IPCC), dat onder de vlag van de Verenigde Naties de risico’s van de klimaatverandering evalueert, hanteert in haar rapporten geen harde cijfers om de onzekerheid van haar voorspellingen over de toekomst van het klimaat weer te geven. In de plaats daarvan gebruiken ze woorden, zoals in de voorspelling dat de toename van broeikasgassen in de atmosfeer ‘zeer waarschijnlijk’ zal leiden tot het vaker optreden van hittegolven en andere extreme weersomstandigheden. Daarmee bedoelen de wetenschappers van het IPCC dat we er voor meer dan 90% zeker van mogen zijn dat dit gaat gebeuren – maar dat schrijven ze er dus niet bij.
Onderschatting van risico’s
Begin 2009 bleek uit onderzoek van Amerikaanse psychologen van de universiteit van Illinois welk effect dit wegmoffelen van de harde cijfers heeft op het grote publiek. Door risico’s in woorden te formuleren, zo ontdekten ze, droeg het IPCC er onbewust toe bij dat deze risico’s worden onderschat. De psychologen legden een groep vrijwilligers een reeks formuleringen voor uit het recentste IPCC-rapport, uit 2007, waarvan de voornaamste stelt dat het ‘zeer waarschijnlijk’ is (dus voor meer dan 90% zeker) dat de opwarming van de aarde wordt veroorzaakt door de mens. De vrijwilligers bleken steevast deze naar woorden vertaalde risico’s met een té laag percentage te verbinden.
Dat het hier allesbehalve om wetenschappelijke haarkloverij gaat, wordt pas duidelijk wanneer klimaatsceptische politici deze onzekerheidsmarges doelbewust gaan gebruiken om aan te tonen dat klimaatwetenschappers er maar een slag naar slaan wanneer ze dreigende voorspellingen over extreme hitte of overstromingen doen. Als er dan ook nog eens een schandaaltje uitbreekt over een verkeerde formulering in het IPCC-rapport – zoals de overdreven voorspelling over het versneld afsmelten van gletsjers in de Himalaya – draagt dit alleen maar bij aan de geloofwaardigheid van deze politici.
Geen woorden, maar harde cijfers
Kortom, het moet maar eens gedaan zijn met dat vage gedoe in de IPCC-rapportering, met dat gewik en geweeg over woordelijke formuleringen van risico’s. Hoog tijd dat er terug met harde cijfers wordt geschermd, cijfers waar niemand omheen kan. Dat is de uitgesproken mening van Mark Maslin en Patrick Austin, twee Britse klimaatwetenschappers van het University College in Londen wiens commentaar recent in het vakblad Nature werd opgetekend.
Maslin en Austin schrijven dat ze vooral bezorgd zijn over de perceptie die het vijfde IPCC-rapport – dat in de loop van volgend jaar zal verschijnen – meteen na de publicatie zal meekrijgen. Feit is dat de huidige klimaatmodellen die klimaatwetenschappers gebruiken om uitspraken over het mondiale en het regionale klimaat te doen, de laatste jaren almaar complexer zijn geworden – lees: ze houden met (nog) meer variabelen rekening, en geven daardoor beter de realiteit weer. Dat is een vooruitgang, maar met een lastige bijwerking: want gewoonlijk hangen er rond de resultaten die met complexere modellen worden gegenereerd, grotere onzekerheidsmarges.
Known unknowns
Het in rekening brengen van zogenaamde ‘known unknowns’, zoals de snelheid waarmee hagelstenen door wolken vallen of de mate waarin oceanen koolstofdioxide absorberen, heeft immers gevolgen voor de voorspelbaarheid van een klimaatmodel. Laat je deze ‘bekende onbekenden’ weg, dan verklein je de onzekerheid, maar wordt je model minder waarheidsgetrouw. Houd je er echter wel rekening mee, dan moet je inboeten op de nauwkeurigheid van de voorspelbaarheid. Eén manier – en misschien wel de enige – om dit probleem te tackelen is door tienduizenden runs te maken van een klimaatmodel, waarbij je de invoergegevens lichtjes rond een bepaalde waarde laat schommelen. Daar is echter heel veel rekenkracht voor nodig, en dus veel geduld. Bovendien gebruikt het IPCC wel twintig verschillende klimaatmodellen die allemaal hun specifieke kwaliteiten hebben. De meeste klimaatvoorspellingen van het IPCC zijn dan ook gebaseerd op slechts een handvol runs op de huidige supercomputers.
Pas wanneer de rekenkracht van supercomputers vele malen groter zal zijn dan nu, bijvoorbeeld na de introductie van de eerste kwantumcomputer, zal het probleem pas voorgoed van de baan zijn. Wat die immense rekenkracht ons allemaal aan nieuwe inzichten zou opleveren, daarvan lieten onderzoekers van de universiteit van Oxford eerder dit jaar een impressie zien. Zij voerden een duizendtal runs uit van een specifiek model voor de gemiddelde temperatuur op aarde. Hoewel hun gemiddelde resultaten mooi overeenkwamen met de bekende waarschuwing van het IPCC voor een opwarming van de planeet van 2°C tegen 2100, vonden de onderzoekers dat een extreme opwarming van 4°C tegen 2050, nagenoeg even waarschijnlijk was. De toekomst en verder onderzoek moeten uitwijzen of dit model overeenkomt met de realiteit.
Niet ‘of’, maar ‘wanneer’
In afwachting van hét Klimaatmodel, dat rekening houdt met alle variabelen in het mondiale klimaatsysteem en de regionale deelsystemen en dat op de volgende generatie supercomputers kan draaien, doet het IPCC er volgens Maslin en Austin dus goed aan haar communicatiestrategie aan te passen. Dat hoeft niet drastisch te gebeuren, integendeel, want als het IPCC het slim aanpakt en op een subtiele manier de zaken anders formuleert, zal het nauwelijks opvallen dat de onzekerheidsmarges een andere gedaante hebben gekregen. In de plaats van te schrijven dat het ‘zeer waarschijnlijk’ is dat onze planeet op het einde van deze eeuw 2 graden warmer zal zijn, zou het IPCC beter rapporteren dat deze stijging een feit zal zijn ergens tussen 2040 en 2100 – althans, als we nu geen grote acties ondernemen om de klimaatopwarming te stoppen. Het IPCC moet dus niet meer in het midden laten ‘of’ de opwarming van de aarde (met alle gevolgen vandien) al dan niet zal plaatsvinden, maar alleen nog ‘wanneer’ ze een feit zal zijn.
In de kijker
- 23/05 - 22 mei was opnieuw de Internationale Dag van de Biodiversiteit
- 23/05 - Het mondiale watersysteem verkeert in crisis
- 21/05 - Amazonewoud 300000 voetbalvelden kleiner
- 17/05 - Steeds meer schade door natuurrampen: een nieuwe economische crisis in de maak?
- 15/05 - Wereldberoemde Groot Barrièrerif in gevaar









