ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving.
De nieuwssite www.argusactueel.be brengt nieuws en actualiteit over milieu, natuur en duurzame ontwikkeling.
Maak kennis met alle andere projecten van ARGUS op www.argusmilieu.be.
20 Mei 2010 - Ontwikkelingslanden hebben een groene revolutie nodig

De huidige financiële en economische crisis leidde de aandacht af van de voedselcrisis. Toch vormt die nog steeds een bedreiging voor de Millenniumdoelstellingen. De voedselcrisis wijst ook op de gevaren van lage investeringen en pover beleid in de landbouwsector.
De oorzaken van de voedselcrisis liggen gedeeltelijk in de specifieke omstandigheden van de prijzenpiek van 2008, onder meer klimaatomstandigheden zoals droogte en wijdverspreide speculatie op de grondstoffenmarkten. Maar de voedselcrisis legt ook een onderliggende, aanhoudende crisis bloot van de ontwikkeling in de landbouwsector van sommige landen.
Om op lange termijn de dreiging van voedselonzekerheid te keren is niets minder dan een Groene Revolutie nodig.
Als we Afrika als voorbeeld nemen, dan zien we dat de gemiddelde groei van de landbouwsector daar 2 tot 5 procent per jaar bedroeg sinds het einde van de jaren 1970. Dat had ernstige implicaties voor de mogelijkheden van het continent om zichzelf te voeden. Het is bekend dat Afrika tot 1988 nog een netto-uitvoerder van voedsel was, nu is het een netto-invoerder. De situatie wordt nog verergerd door prijsstijgingen, waardoor een groeiend deel van exportinkomsten gebruikt wordt om de snel groeiende bevolking te voeden. Maar hogere prijzen bieden ook kansen en stimulansen voor producenten en voor investeringen in de landbouw.
De prijzen van basisvoedsel en landbouwproducten zijn aanzienlijk gedaald sinds hun piek van juni 2008. Ze liggen niettemin nog bijna 50 procent hoger dan eind jaren 1990 en begin jaren 2000. Op die manier blijven ze de meest kwetsbaren voor uitdagingen plaatsen.
Doordat de druk op beschikbare grond toeneemt, zullen landen hun inkomsten eerder uit een hogere opbrengst dan uit expansie van landbouwgrond moeten halen. Snelle opbrengststijgingen zijn mogelijk als boeren beter toegang krijgen tot meststoffen en technologie – niet noodzakelijk gesofisticeerde biotechoplossingen, zoals genetisch gemanipuleerde plantensoorten, maar nieuwe gewassen, tractoren, ploegen en irrigatiesystemen.
Zoals nu algemeen aanvaard wordt, heeft de relatieve verwaarlozing van de landbouwsector in veel ontwikkelingslanden geleid tot desinvestering in de bevoorradingscapaciteit, zoals extensiediensten en infrastructuur. In het verleden hebben ook markthervormingen, waaronder structurele aanpassingsprogramma's, een rol gespeeld in het ondermijnen van de landbouwproductiviteit. De aanpassingsprogramma's stimuleerden de ontmanteling van extensiediensten, marktraden, speciale landbouwbanken en "caisses de stabilisation" (raden voor prijsstabilisering). De rol van de staat in de landbouwontwikkeling werd aanzienlijk verminderd. Het resultaat: private investeringen, zowel in binnen- als buitenland, werden meer gericht op lucratieve gewassen voor export dan op voedsel voor plaatselijke consumptie.
In arme economieën waar de binnenlandse investeringen in landbouw beperkt zijn, hangt het potentieel voor verhoogde landbouwinvesteringen af van officiële ontwikkelingshulp of van het aantrekken van directe buitenlandse investeringen. Toch is de multi- en bilaterale officiële ontwikkelingshulp voor landbouw dramatisch gedaald tussen 1980 en 2002, respectievelijk met 85 procent en 39 procent. De grotere nadruk die vandaag op sociale en humanitaire hulp wordt gelegd, is duidelijk gerechtvaardigd, maar heeft geleid tot een vermindering van de hulp voor productieve sectoren en voor de landbouw, met potentieel desastreuze gevolgen.
Unctad-onderzoek heeft aangetoond dat directe buitenlandse investeringen in de landbouw (bosbouw en visserij inbegrepen) en voedselverwerking (tabak inbegrepen) tussen 1990 en 2006 trager gegroeid zijn dan in andere industrieën, zowel in stromen als in waarde. Daardoor liep het aandeel van die industrieën in de totale instroom van directe buitenlandse investeringen tijdens deze periode met bijna de helft terug en is dat aandeel nu van geen betekenis meer in zowel rijke landen als arme gastlanden. De landbouwsector was goed voor 0,2 procent van de globaal ontvangen directe buitenlandse investeringen in 2006, terwijl de voedselverwerkingsector minder dan 3 procent aantrok. Gezien de zeer gezonde vooruitzichten op lange termijn voor de landbouwsector, zijn deze kleine aandelen verrassend.
Het Wereldinvesteringsrapport 2009 van de Unctad verkende de rol die directe buitenlandse investeringen kunnen spelen om de ontwikkelingslanden de honger te helpen bestrijden en hun landbouwsector te helpen ontwikkelen zodat ze behoeften van hun bevolking tegemoet komen. De belangrijkste boodschap van het rapport was dat transnationale bedrijven het potentieel hebben om een betekenisvoller rol te spelen in de landbouwproductie in ontwikkelingslanden, maar dat men er ook zorg voor moest dragen om de negatieve impact van buitenlandse investeringen te vermijden.








