slimmere meters, minder privacy

In het huidige testproject van Eandis in Leest en Hombeek worden de gegevens slechts om het kwartier geregistreerd. Dit maakt ze al vrij flou. Maar een slim net kan in principe ook om de minuut of nog intensiever gegevens doorseinen naar de netbeheerder. En dan wordt het heel anders.

De methoden om het energieverbruik van huishoudelijke toestellen en toepassingen te analyseren zonder die voor elk toestel afzonderlijk te meten zijn niet nieuw,” zegt computerwetenschapper Isabel Wagner, lector aan de University of Hull. Het volstaat op één plaats met een hoge frequentie de energievraag van een huishouden te meten. Uit die meting kunnen de gebruikspatronen van de diverse toepassingen worden afgeleid en de momenten waarop ze worden geactiveerd.” Met slimme meetgegevens is het vrij goed mogelijk om van zowat twee derde van de huishoudens een vrij precies verbruikspatroon op te stellen of duidelijke patronen voor bijvoorbeeld het weekendverbruik, het werkdagenverbruik, de minimumvraag… Meetintervallen van vijftien minuten bieden wel wat privacybescherming, maar niet veel. Het maakt het moeilijk te identificeren welke televisieprogramma’s worden bekeken, maar bijvoorbeeld onderbrekingen van de nachtslaap blijven goed herkenbaar.

Met een slimme meter die om de twee seconden een meetsignaal doorgeeft is het mogelijk om op basis van het energieverbruik te berekenen naar welk televisieprogramma een consument op welk ogenblik kijkt. “Het verbruik van een LCD- en plasma-tv hangt af van de helderheid van het beeld. De helderheid hangt af van de inhoud. Het verslag van een voetbalwedstrijd, met veel groen, heeft een heel andere helderheid en verbruik dan bijvoorbeeld een Scandinavische crimi, met veel grijs en donkere tinten.” De programma’s van de verschillende stations zijn algemeen bekend. “De identificatie van televisieprogramma’s lukt dan ook erg goed. Het identificeren van DVD-films lukt eveneens, maar kent beperkingen.”

Indiscreet toiletbezoek

“Die gegevens kunnen waardevolle informatie bevatten voor commerciële aanbieders. Ze onthullen de slaap- en eetgewoonten van de consumenten, hun vakanties en andere reizen, hun uithuizigheid. Zelf koken veroorzaakt een heel ander elektrisch consumptiepatroon dan bijvoorbeeld het gebruik van een microgolfoven. Zelfs de gezondheid is geen geheim. De identificatie van fitnesstoestellen die op elektriciteit werken en daarmee ook hun verbruikspatroon is niet zo moeilijk. Ook het nachtelijk aanknippen van één of een reeks lampen veroorzaakt een herkenbaar patroon, net als de lengte van het verlichtingsmoment. Zo kan je gemakkelijk nagaan of iemand ‘s nachts dikwijls opstaat voor een toiletbezoek, want indicaties oplevert voor ziekte of een ongezonde levensstijl.” Voor de identificatie van zulke gewoonte kan één meting per minuut al volstaan.

Sommige landen, zoals Nederland, hebben al een specifieke wetgeving op privacy in verband met slimme energiemeters op punt gesteld. Elders blijft het bij de algemene privacywetgeving. Maar consumenten hebben ook het recht hun eigen metergegevens ter beschikking te stellen aan derden. Commerciële firma’s kunnen in ruil voor dit recht speciale tarieven toekennen en allerlei voordelen. Dit kan sommige mensen ertoe aanzetten hun gegevens vrij te geven, ook al omdat ze niet weten welke informatie de commerciële wereld allemaal kan afleiden uit de meetgegevens. Een levensverzekeraar kan op basis van slaap-, toilet- en eetgewoonten al flink wat risico’s berekenen. Marketeers kunnen hun advertenties vrij precies personaliseren, bankiers kunnen een scherpere blik krijgen op de kredietwaardigheid van hun klanten.” De inkijk is het scherpst bij eenpersoonshuishoudens. Hoe groter de huishoudens, hoe minder precies een aantal gegevens. Maar voor sommige spelers is het ook interessant de consumptiepatronen van gezinnen te kennen.

Versluiering

“Wetten, reglementen en procedures zijn de favoriete tools van zowel de industrie als van de regulatoren ter bescherming van de privacy,” stelt Wagner. “Maar het blijven eenvoudige middelen en dikwijls hangen ze af van de keuzemogelijkheid van de consumenten om toch inzage te verlenen in hun meetgegevens. Ze kunnen ook geen inbreuken op de privacy voorkomen: penaliserende maatregelen worden pas opgelegd nadat er al een inbreuk is gepleegd.” Daarom ziet Wagner meer heil in software, die de individuele gegevens versluiert door bijvoorbeeld de gegevens van meerdere huishoudens te bundelen. Op die manier kan een slim netwerk wel blijven ‘weten’ welke toepassingen wanneer welke energievraag hebben, maar blijven de attitudes van de gebruikers buiten helder zicht. Doorgaans kan er dan nog wat individuele informatie worden afgeleid uit de meetgegevens, maar er is een zeker niveau van privacy bereikt. Een niveau dat Wagner, als wiskundige, in cijfers kan uitdrukken.

Een standaard-versluiering is ook effectiever dan de speciale meter die het Drentse Hanze Institute of Technology en informatiemanagementbedrijf Metsens samen introduceerden. Die verzamelt de gemeten informatie eerst op een interne server. De consument kan dan zelf beslissen of hij gedetailleerde gegevens van zijn verbruik wil delen met de leveranciers. Maar die kunnen hem dan weer verleiden met allerlei voordeeltjes.

De gevoeligheid voor bedreigingen van de privacy en de afscherming van persoonsgebonden informatie verschilt van land tot land. In bijvoorbeeld het oosten van Duitsland ligt het, gezien de voorgeschiedenis van het land, gevoeliger dan elders. In Nederland is er al flink over gedebatteerd, vooral op wetgevend vlak. In Vlaanderen wees een enquête van energiemarktregulator Vreg uit dat 86% van de consumenten er geen problemen mee heeft dat zijn energieleverancier/distributienetbeheerder precies weet hoeveel energie ze precies verbruiken op elk moment van de dag en de nacht. De slimme meters waarmee in Vlaanderen proefprojecten worden georganiseerd, laten ook niet toe om de gedetailleerde gegevens om de twee seconden te meten en door te sturen. Het hoogste ‘detailniveau’ van de metingen is per kwartier. Via de consumentenpoort, waarop de verbruikers zelf bijvoorbeeld een domoticasysteem kunnen inpluggen, worden ze iets sneller doorgegeven, om de tien minuten.

Theorie en praktijk

Dirk Van Evercooren, directeur marktwerking bij de Vreg, ziet slimme meters en slimme netten dan ook niet als een groot probleem voor de privacy. “Technisch is het in theorie misschien wel mogelijk om tegen een hoge frequentie het verbruik te meten, die gegevens door te spelen en er door wiskundige analyses gegevens uit af te leiden. In de praktijk laten de slimme meters die uitgerold worden in Europa dit niveau van detail niet toe. Ik denk trouwens dat er voor slimme marketeers, bankiers, verzekeraars en zelfs criminelen veel eenvoudiger en goedkopere middelen bestaan om te ontdekken of je aan een nieuwe ijskast toe bent, gezondheids- of financiële problemen hebt en of er op bepaalde momenten niemand thuis is. Een klantenkaart van een supermarkt bijvoorbeeld of de informatie die we zelf op Facebook posten vormt hier een reëlere bedreiging voor de privacy dan de slimme meter. En de kabelnetbeheerder kan ook een eenvoudiger manier bedenken om je kijkgedrag te weten te komen. Maar dit betekent niet dat we privacy niet belangrijk vinden, integendeel. De Vreg heeft in januari 2012 de nodige aanbevelingen aan de Vlaamse regering gedaan om de elektriciteits- en aardgasklanten met een slimme meter privacy te garanderen en zal ook in de toekomst, bij elke verdere ontwikkeling betreffende de uitrol van slimme meters, de privacy aspecten met bijzondere aandacht opvolgen”.

“Ik ben het ermee eens dat klantenkaarten van warenhuizen de privacy aantasten. Wat betreft de inzage van derden in gevoelige informatie is hun niveau vergelijkbaar met dat van een slimme meter”, repliceert Wagner. “Maar er is één ding dat slimme meters een veel grotere bedreiging maakt: niemand is verplicht een klantenkaart te hebben, maar alvast sommige landen zullen het gebruik van slimme meters opleggen.”

Het interview met Isabel Wagner vond plaats tijdens het Heidelberg-Forum voor wiskunde en informatica. Onze reporter reisde naar Heidelberg met de ICE-Hogesnelheidstrein.

Add a Comment